woensdag 29 augustus 2012

Zo zag de werktafel in het atelier er vanmorgen uit. Hieraan kun je zien waarmee ik allemaal bezig ben, deze dagen, en dat allemaal tegelijkertijd. Het heeft te maken met kunst, met wat er komende weken te zien zal zijn (of nog niet te zien zal zijn...) op de expositie ZomerKunstKantoor in Dokkum, maar ook met zulke leuke zaken als de evaluatie van het dorpsfeest, en ook de eventuele aankoop van een huis en de keuring daarvan door een bouwkundig technicus. Op de een of andere wonderlijke manier lukt het me nog steeds om al die uiteenlopende aanstormende zaken het hoofd te bieden, maar hoe lang nog? Ik ga het niet allemaal uitleggen en beschrijven. Verzin zelf maar een Legenda bij deze chaos!


"Chaos schept beelden," hoorde ik (vrij vertaald) de Ierse kunstschilder Francis Bacon zeggen in een televisiefragment, gekozen door Adriaan van Dis, in de uitzending van Zomergasten van afgelopen zondag. Mét Van Dis ben ik van mening dat Bacon misschien wel de belangrijkste kunstenaar is van deze tijd, of van de twintigste eeuw. Als geen ander weet hij de verscheurdheid, de geweldadigheid, de duistere kant van de mens in beeld te brengen. Die beelden op zijn doeken: ze schrijnen. Ze komen rechtstreeks voort uit de chaos die deze wereld ten diepste is, uit de chaos van Bacons eigen leven, uit de chaos in zijn atelier. Zijn beelden laten niet af me bij de keel te grijpen, ze staren me grijnslachend aan, ze dwingen me te kijken in de spiegel van de doodsdrift. ('Fragment van een kruisiging', 1950. Collectie Stedelijk Van Abbemuseum, Eindhoven)

Oh ja, ook ik streefde altijd naar orde, schoonheid, troost, heelheid. Ooit wilde ik zelfs monnik worden - en in dat woord zit het allemaal: monos, één, heel. Maar ik heb inmiddels anders geleerd. (Het leven heeft mij, Goddank, bijna niets geleerd. 'Het leven heeft me veel geleerd', zegt de oue sok. Nescio, de laatste zinnen van die prachtige bundel van Nijgh & Van Ditmar, uit het zwarte jaar 1933, dieptepunt van die twintigste eeuw). Het leven heeft mij geleerd de chaos, de willekeur, de wreedheid onder ogen te zien - de zinloosheid, het Niets, ontzag te hebben voor de Leegte. Misschien dat die Leegte dan een ruimte wordt, en chaos beelden schept, maar dat is niet gegarandeerd. Moed is vereist, om de aanstormende chaos het hoofd te bieden. En dan heb ik het niet alleen over de chaos op mijn werktafel.

vrijdag 17 augustus 2012


Het atelier stinkt naar verf van de HEMA. Sokkeltjeschilderen. Hoort er ook bij.  Ten behoeve van de groepsexpositie van onze kunstenaarsgroep ARTchipel, de hele maand september in het pand aan de Vleesmarkt nr 13 in Dokkum, recht tegenover het oude Raadhuis aan de overkant van het water. Kijk maar op www.artchipel.nl . Ik zit er elke donderdagmiddag. HOMUNCULUS is er te zien. Als ik godverdomme het vuur eens in mijn voetstappen durf te zetten!

(En nu moet er een stukje volgen over mijn lidmaatschap van ARTchipel, over hoe dat zo gekomen is, en hoe zich dat verder ontwikkelt. Dat heeft te maken met mijn zelfbeeld, mijn zelfverstaan als kunstenaar, dus met al mijn onzekerheid, mijn minderwaardigheids-complex, de 'opmerkelijke' manier waarop ik soms reageer op mensen en situaties, even zo 'opmerkelijke' reacties van mensen op mij, enzovoort. Daar heb ik dus even tijd voor nodig. Want hoewel ik weet hoezeer dat constituief is voor wie ik ben in deze wereld, als kunstenaar en als medemens - ik blijf het moeilijk vinden om daar de juiste, uitgewogen woorden voor te vinden. Dat komt dus nog wel, vermoedelijk. Nu voorlopig alleen maar: sokkeltjeschilderen - want op zo'n sokkeltje staat de hele boel te kijk.)


woensdag 8 augustus 2012

De komende week wordt basiskamp Amsterdam ontruimd. Er is nog geen nieuw basiskamp, behalve het huidige. Dit is een periode van opnieuw positie bepalen, koerslijnen uitzetten, met de blik op het noorden, op de Leegte. Onzekerheid ook, onvastheid. Maar ook: bevrijding.

Daar naast staat dat ik volgende maand weer eens exposeer: samen met de anderen van kunstenaarsgroep ARTchipel de hele maand september in Dokkum. KunstKantoor 2012 noemen we het gebeuren. HOMUNCULUS zal er te zien zijn, als ik tenminste op tijd klaar ben met de huidige werkzaamheden. 

En dan zal ik eindelijk die mist van traditionalistisch symbolisme, die me de afgelopen anderhalf tot twee jaar uit koers heeft gehaald als gevolg van de samenwerking met iemand anders, achter me kunnen laten. Het kroop in mijn systeem en het vervreemde me van mezelf, die veel te voor de hand liggende overgeësthetiseerde plaatjessymboliek.  Het benauwde me, dus moest het er uit. 
Die functie heeft HOMUNCULUS gehad: een bevrijding van ideologie, een terugkeer naar de concrete werkelijkheid, het verhaal van de eigen, zelfbevochte ervaring. Die persoonlijke ervaring gaat niemand wat aan - dat is het putje waaruit ik schep, niets meer (maar ook niets minder). Die persoonlijke ervaring moet in mijn werk dan ook niet aan te wijzen zijn, al moet ze er wel de basis van zijn.
Terug ook naar de realiteit van de concrete materie, die niet gedwongen zou mogen worden 'symbool' te zijn 'van iets'. Dat 'symbool'-zijn 'van iets' door de materie, en die anekdotische verwijzing naar persoonlijke ervaring, heb ik moeten botvieren, moeten uitleven op de materie, om daar van af te komen. Dat werd HOMUNCULUS.

Als materie bevrijd wordt uit om het even welke context en haar eigen verhaal mag vertellen, ontstaat er meer ruimte voor onze verbeelding, hoe paradoxaal dat ook klinkt. Ook hier geldt: als de menselijke geest zich laat ontregelen, verhinderd wordt gebaande (in dit geval: traditionele) paden te betreden, dan komt de creativiteit los. Dan gaat onze eigen menselijke geest veel welsprekender haar verhaal vertellen. 
En als dat verhaal common experience vertelt, algemene ervaring van de paradoxaliteit van het menszijn, dan wordt dat verhaal vanzelf symbolisch. Maar dan op een dieper, bevrijdender, humaner niveau. Dwing de materie niet 'iets voor te stellen'. Laat de materie zichzelf zijn- dat is, met andere woorden: wees jij jezelf! Bevrijding van de materie is bevrijding van de geest. Spiritualiteit is concreet!

De mist trekt op, ik kom terug op koers.

donderdag 2 augustus 2012

Pas gisteravond, op het terras van De Waegh in Dokkum, hoorde ik: Rein Bril is onlangs overleden. Eén keer heb ik hem ontmoet, twee jaar geleden, bij de opening van de expositie KunstKantoor 2010. Er was een klik, zoals ik die maar zelden bij mensen heb gevoeld. Een warme, sterke handdruk- veelzeggend, meer nog dan de gedachtewisseling die er aan voorafging, en daar de bevestiging van. Een handdruk die ik nooit meer zal vergeten. Ik heb in Rein Bril een Mensch ontmoet.


Ik hoopte dat zijn website, met zijn beelden en gedachten, ten eeuwigen dage op het internet zou blijven staan - maar nee, die is al niet meer te vinden. Alsof dat alles nooit bestaan heeft. Maar wellicht is dat helemaal in lijn met Rein... 
De volgende tekst vond ik nog wel, op de site van de Stichting Keunstkrite Twizel:


In Memoriam: Rein Bril (1945-2012)

Vanavond trof ons het droeve bericht dat onze kunstvriend Rein Bril, slechts een paar dagen na zijn 67-ste verjaardagsfeest, plotseling is overleden. Wij zullen hem zeer  missen.
Rein is van het begin af aan betrokken geweest bij de Keunstkrite. Hij was een van de inspirators en bestuurslid van de oprichting in 2009 tot begin 2011. Reins beeld  “de Vader” Warrior vormt de basis voor het logo van onze stichting en belichaamt daarin (voor ons) de strijd voor en met de Kunst.
Rein laat een hoop fijne herinneringen achter waarbij “vrijheid”,”ruimte” en het kunnen “spelen” een steeds terugkerend thema was.  Een dichter, een filosoof, een hartelijk mens en een ware vriend.  Vertrokken naar de Eeuwige Jachtvelden of zoals hij dat zonder twijfel zelf glimlachend gezegd zou hebben: de Eeuwige Speelvelden.
Mogen de Engelen, van wie je veel hield je op je verdere pad begeleiden. Wij zullen je niet vergeten.
Onze gedachten gaan uit naar Reins zoon Bram op wie hij zeer trots was, zijn Ineke, zijn “oude” zuster en alle anderen die hem lief waren. Wij wensen jullie sterkte met dit grote verlies.


Twijzel, 5 juli 2012


Hetty Kloosterman Combs
uit naam van het bestuur van de Stichting Keunstkrite Twizel




En, ik kan het niet laten, hier een paar beelden, om nooit te vergeten:


de vader / warrior. 2005
balans-beelden. 2004


de golf
zwaluw



vrijdag 27 juli 2012

Het is loeiheet, in en om het atelier. Na de eerste zomerse week van dit jaar bouwt zich spanning op. Het broeit. Loodgrijs is de lucht, het wachten is op ontlading.



Weer dat lood. En weer die hitte... Stagnatie? Gevolgd door transgressie? Transmutatie, transformatie? Gewoon: transpiratie!

(Dit gaat niet alleen over het weer. Het gaat ook over de kunst. En over de langverhoopte verplaatsing van het basiskamp.)

dinsdag 17 juli 2012



- en van alles wat ik zie
weet ik dat het anders had kunnen zijn
maar dat is het niet


Rutger Kopland (1934-2012)
uit: Een man in de tuin, Stroomdal I




Niets van alles in dit universum heeft per se zó moeten zijn zoals het is. Het had allemaal net zo goed helemaal anders kunnen zijn. Het had er net zo goed helemaal niet kunnen zijn. Wat maakt het dus uit dat het is zoals het is? Wat maakt het uit dat ik er ben? Ik had er net zo goed niet kunnen zijn. Het heeft allemaal niets te betekenen. Dat relativeert de hele boel.


Maar het drukt mij ook met mijn neus op mijn verantwoordelijkheid. Want, nogmaals: niets van dit alles heeft per se zó moeten zijn zoals het is; het had net zo goed helemaal anders, zelfs helemaal niet kunnen zijn. Maar het is er wel. Ik ben er wel! En alles is zoals het is, en daar kan ik niet omheen...


Laat ik dus maar zien dat ik er iets moois van maak. Dat betekent het
dat geeft het zin en betekenis.


Maar Kopland kon dat veel preciezer zeggen.

maandag 9 juli 2012

Gaat u zitten! Twee Rietveldstoelen, de ene in blank beukenhout, de andere met de primaire kleuren. Gemaakt door dorpsgenoot Pieter Visser, geheel volgens de originele specificaties. Geen fabrieksmatige massaproducten, maar handwerk, dus allebei unica.


Meubelmaker en architect Gerrit Rietveld ontwierp deze stoel in de jaren tussen 1918 en 1923, hoewel sommige kunsthistorici het jaar 1917 noemen. Er bestaan verschillende versies - deze, tot op het bot gedeconstrueerde armstoel, is een opvolger van een stoel met zijpanelen. Er zijn Rietveldstoelen in verschillende kleuren: een onbeschilderde uit 1921, een witgebeitste voor de avant-gardedichteres Til Brugman uit 1923, een roze, een zeegroene gemaakt voor Charley Toorop, en een zwarte met witte kopse kanten, besteld door de kunstenaar Paul Citroen. De primaire kleuren rood, geel en blauw werden voor het eerst toegepast rond 1923, geheel in de stijl van De Stijl: de kunstbeweging die we kennen van bijvoorbeeld Piet Mondriaan. Het Rietveld-Schröderhuis in Utrecht en café De Unie in Rotterdam zijn twee andere schoolvoorbeelden.

Het Centraal Museum in Utrecht bezit een (ongedateerde) werktekening van de hand van Gerrit Rietveld, waarop de definitieve afmetingen en kleuren van de stoel zijn vastgelegd. Volgens die specificaties heeft Pieter Visser deze twee stoelen gemaakt. 


Of ze lekker zitten? Als Rietveld die vraag gesteld kreeg antwoordde hij: "Zitten is een werkwoord!" Het was de bedoeling dat de stoel een eenvoudig, fabrieksmatig te vervaardigen massaproduct zou worden. Zover is het nooit gekomen, omdat geen enkele fabrikant of meubelverkoper geloofde dat de stoel, behalve mooi, ook comfortabel kon zijn. Toch schijnt dat mee te vallen - ook dorpsgenoot Pieter verzekert me er van dat ze goed zitten. En dat verbaast me niet.

Wat zich voordoet als simplistische abstractie, kille wiskundige constructie, schijnbaar fantasieloze eenvoud, is in feite gebaseerd op onomstotelijke gegevenheden van het menselijk lichaam, van ons fysieke zelfverstaan, abstractie tot op het bot van de materie, niet 'vergeestelijkt' maar tot op de grond toe gedeconstrueerd en gebaseerd op eenvoud. 
De Stijl is daarin zeer consequent en heel zuiver geweest. En juist daardoor verbindt deze vormgeving zich naadloos met al die andere aspecten van het bestaan: de lichamelijke én de geestelijke, de objectieve én de subjectieve, het abstracte én het individuele, het apollinische én het dionysische, blablabla, blaaablabla, blabla!

En dus schijnt zo'n stoel ook gewoon lekker te zitten. Misschien koop ik er zelf wel een.