Posts tonen met het label materie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label materie. Alle posts tonen

zondag 28 april 2013

Oud lood. Bij de sloop van het oude dak boven de expositieruimte tevoorschijn gekomen. Nooit weggooien, zoiets. Prachtig, verweerd materiaal, dat een verhaal te vertellen heeft. Een paar lange lappen liggen nu in het atelier te wachten op een nieuw hoofdstuk. 

(klik op een foto voor een vergroting)



Eind mei vorig jaar zette ik al eens een paar foto's van een plak lood op deze blogspot. Buiten enige context gefotografeerd, puur lood dus, leek het een landschap, met een horizon, wolkenluchten, diepte, leegte- zoals je kunt zien als je hier op de zeedijk gaat staan. Nu werkt dat niet meer, want ik ben dit stukje begonnen met de woorden "oud lood". Daarmee is er een hele context opgeroepen bij jou, lezer en kijker, en is het weer gewoon lood wat je ziet. Pure materie. Toch?


Nee. Wat je ziet is lood zoals je dat hebt léren zien- door je ervaringen er mee, door wat je er over geleerd en gelezen hebt. Jouw hele culturele bagage vertelt jou, zonder dat je het in de gaten hebt, wat jij hier moet zien: lood, in alle betekenissen van het woord. En daarmee is het lood zélf tot zwijgen gebracht. Het had zo graag willen vertellen- "Kijk, ik ben een landschap" of zo iets. Maar ons brein heeft het woord genomen en het lood het zwijgen opgelegd.

Maar. Dat verhaal dat het lood zélf had willen vertellen- dat is natuurlijk óók een product van ons brein... Het ziet er naar uit dat wij de werkelijkheid via onze ogen nooit kunnen bereiken: ons brein zit er altijd tussen. Ook dit is de Leegte

Wat ik met dat lood ga doen? O, wie weet maak ik er een boekomslag van... Want ons brein kan de meest fantastische dingen doen. Met lood, bijvoorbeeld.

maandag 5 november 2012



Handen die deeg tot brood kneden, op een vloertegel in de gang van mijn nieuwe huis: een verwijzing naar de geschiedenis er van. Ooit gebouwd als boerderij, in een tijd dat iedereen in het dorp wel een paar koeien of schapen had, werd het later de bakkerij van Peazens. Het huis staat dan ook aan het Bakkerssteechje. Tja, als je achternaam 'Koek' is kun je gaan zwerven zo veel je wil- uiteindelijk kom je toch op het Bakkerssteechje terecht, in de oude bakkerij...

Een bijpassend citaat vond ik bij Nescio, in Titaantjes uit 1914. Natuurlijk vanwege 'Koekebakker', maar ook omdat het kunstenaarschap er op zo'n heerlijk ironische manier wordt gerelativeerd. Ik heb het citaat op mijn adreswijziging gezet. Misschien laat ik die regels nog eens op de muur van de grote zaal schilderen, en wordt dat 'Galerie Koekebakker'!

En dan is er hout. De vloeren van de woonkamer, mijn slaapkamer, het kleine kabinetje en voornoemde grote zaal zijn van echte planken. Prachtig! En ze kraken, zoals het hoort. Hout: je staat er op en het klopt.



Brood. Hout. Klei, steen. De pure materie is zo mooi, zo 'af', vooral ook als het door mensenhanden getransformeerd is tot iets dat met het basale leven zelf te maken heeft. Die realiteit heeft al magie genoeg, daar hoef je geen esoterisch gezwets meer aan toe te voegen. 'Magisch realisme' is kitsch! En spiritualiteit is concreet, tastbaar, lichamelijk.

Mijn nieuwe huis... Het is niet nieuw, bepaald niet. Het heeft een geschiedenis. Het heeft karakter. Daarom voel ik me er nog niet helemaal 'thuis'. Ik moet het huis nog veroveren. Of het huis moet zich nog om mij heen plooien, hoe zeg je dat. En dat niet alleen omdat het zo groot is - als je hier voor het eerst binnen komt verdwaal je echt, dat is al diverse mensen overkomen! Maar ik voel ook dat het huis en ik als het ware nog aan elkaar moeten wennen. Mijn verhaal en het verhaal van het huis vallen niet met elkaar samen. Nog niet. Dat komt nog wel, dat moet groeien, dat heeft tijd nodig. Die tijd moeten we er maar eens voor nemen, het huis en ik.

Mijn ervaring: de beste (en leukste) manier om een huis 'in te wijden' is er seks te hebben. Zoals ik al zei: spiritualiteit is concreet, tastbaar. Lichamelijk!

zondag 2 september 2012

En dan lukt het opeens! Met behulp van een zware soldeerbout (260 W), geleend van dorpsgenoot Klaas, en een tussenmaat gasbrander, vooral geschikt voor het bereiden van crême caramel (ja, nouja...) smelten mijn tenen en de bal van mijn voet zich door het lood. Uiteindelijk gevolg is, dat er eind deze week naar alle waarschijnlijkheid drie HOMUNCULI te zien zullen zijn in Dokkum. De expositie is gisteren geopend, in een uitstekende sfeer, en met meteen al 250 bezoekers.

donderdag 31 mei 2012

Nog even over de afbeeldingen die ik bij het vorige bericht plaatste. Het lijken impressies van een landschap, maar het zijn foto's van een plaat lood. Je ziet vegen kleur als van water en wolken, reflecties, verte, een horizon. Maar het is gewoon een plaat lood, plat, van dichtbij gefotografeerd. Wat een horizon lijkt is gewoon een vouw in de plaat. Je ziet butsen, vette vingers, krassen.


Als ik die plaat lood had gefotografeerd in de omgeving van het atelier zou je het onmiddellijk als een plaat lood herkend hebben. Maar nu ik die omgeving, die context weggelaten heb, zie je niet onmiddellijk wat het is. Je observatie wordt niet beïnvloed, je interpretatie wordt als het ware even opgeschort. Daardoor krijgt het lood de gelegenheid een heel eigen verhaal te gaan vertellen, en wordt het in de ruimte van je verbeelding een landschap. Dit zou zélf een kunstwerk kunnen zijn!


Zou een mooie formule kunnen zijn voor het maken van kunst: haal het materiaal uit zijn gewone context en laat het zijn eigen verhaal vertellen. De rest is fantasie.

vrijdag 18 mei 2012

Ik werk momenteel met lood en met vuur. De bedoeling is, dat ik met een loeihete gasvlam mijn voetstappen in het lood smelt. Maar dat durf ik niet. Er komen looddampen vrij die mijn al zieke longen verder aantasten, looddampen die ontbranden in de gasvlam en mijn huid kunnen schroeien. Ook al kan ik me daartegen goed beschermen, ik kom er niet toe dat vuur in het lood, in mijn voetzolen te zetten - ik zit vast, al geruime tijd.


Loodzwaar zijn de celdeuren waarachter mensen, verhalen,vastzitten. Eén keer zat ik zelf vast achter zo'n celdeur. Ik was in gesprek met K., toen er onaangekondigd een 'veegactie' begon. Een PIW-er gaf me de gelegenheid de cel te verlaten voordat de deur op slot ging, maar ik verkoos om, met K.'s welnemen, te blijven. Binnen tien seconden had ik daar spijt van en voelde ik lijfelijk: ik zit vast! Het duurde niet lang, maar het was zwaar: het kwam me té dicht op de huid.



En dit:

Zwaar staan mijn voeten in het natte zand.
Zwaar is de last die ik op me heb genomen.
Ik draag je naar de zee,
ik draag je naar je graf.
O lief wat ben je zwaar,
wat is dit zwaar


donderdag 29 maart 2012

Het stinkt in het atelier. Ik boor gaatjes in een bot, een uitgeloogd en uitgedroogd stuk skelet van ik weet niet welk levend wezen. Moeiteloos glijdt het boorkopje door de kalkstructuur. Maar op enige diepte stuit ik op een hardere laag. Ik verhoog het toerental van de boor en zet wat meer druk. Als ik door de hardere laag heen ben schiet het boorkopje in iets zachters, en meteen kringelt er vieze rook op uit het boorgat. Het boorkopje werkt een pulpachtige massa naar buiten, wittig van zichzelf, maar bruinzwart verschroeid, verbrand. Ik ben op het merg gestuit, op wat eens levende materie was...
"Er zijn geen archetypen, er is het lichaam," zegt Lia in Umberto Eco's De Slinger van Foucault (pag. 370-371). Dat lichaam is tastbaar, zichtbaar, je kunt het ruiken, proeven. En als het sterft, dan stinkt het. De rest is fantasie.

woensdag 15 februari 2012

Toen ik de latex gietvorm eruit gepeuterd had kon ik eindelijk zeggen: "Eindelijk!" Ik heb mijn voetafdruk vastgelegd in gedroogde, gebarsten klei. Let wel: de klei is dus niet gebakken, maar gewoon gedroogd. 
Het gaat om klei waarop ik woon, waar ik dus al heel wat voetstappen heb liggen. Eigenlijk heet dit spul zavel - ik heb er al eens iets over geschreven op deze blogspot. Het is zo fijn als rivierklei ("hollandse rooie"), dus voor bakken niet geschikt. En dat wilde ik ook niet. Ik wilde een natuurlijker manier vinden om zo'n voetstap vast te leggen, te fixeren, waarbij ook die barsten in de klei zouden ontstaan. Hoe ik dat gedaan heb, is het geheim van de smid... Overigens blijf ik daar nog wel even mee door-experimenteren, want misschien kan het nog beter! De voetafdruk gaat een rol spelen in het HOMUNCULUS-project. Binnenkort hoop ik een eerste resultaat te kunnen laten zien.

"Ik denk dat ik mijn hoofd ben," schreef ooit Hans Aarsman, de 'fotodetective' die afgelopen zaterdag uitgebreid geïnterviewd werd in het Volkskrant Magazine. "Ik weet dat er een lichaam aan mijn hoofd vastzit. Ik weet dat er geen hoofd zou zijn zonder dat lichaam. Zo herken ik ook de anderen."
"Dat hoofden zo onlosmakelijk aan personen verbonden zijn, is de reden dat het me nooit gelukt is mezelf terug te zien in het hoofd van een ander. Ik kan me nog zo verwant voelen, het hoofd van een ander blijft altijd het hoofd van een ander."
"Maar een voet niet. Voeten zijn veel minder persoonsgebonden dan hoofden. Anders hadden er net zo goed foto's van voeten in paspoorten kunnen staan. Voeten zie je zo weinig, dat je ze amper van elkaar kunt onderscheiden. Een voet kan van iedereen zijn. En afdrukken van voeten helemaal."

"Dat zal het zijn waarom dat deze foto me zo diep raakt," schreef hij in de serie de aarsman collectie bij een foto in The Guardian, gemaakt na een bomaanslag in een badplaats aan de Rode Zee, Egypte. "Voor hetzelfde geld was het mijn bebloede voetafdruk geweest daar op die stoep. Is het de voetzool zelf die bloed? Nee, dan zou het rood niet zo gelijkmatig verdeeld zijn, rond de wond zou meer bloed zitten. Komt het bloed dan van hogerop, heeft het lichaam dat bij deze voet hoort ergens een gapende wond? Nee, in dat geval zou het rood óm het patroon van de voet zitten en niet erbinnen."
"Er is een bom ontploft, 27 doden en 150 gewonden. Na de explosie zijn de mensen in paniek op de vlucht geslagen. Dan gaat nog een bom af en nog een. Als in het Oosten een menigte mensen begint te rennen, zie je na afloop de straten bezaaid liggen met plastic slippers. Het schoeisel van de armoede, je kunt er niet mee rennen. Ze schieten vanzelf uit, op blote voeten verder. Overal bloed, plassen van bloed. Je stapt erin, wat kan het schelen. Het was al donker toen de bommen ontploften, in het lantaarnlicht zag het bloed eruit als regenwater. 
De volgende ochtend vroeg ziet de fotograaf je voetafdruk. De zon staat nog laag, het strijklicht laat het vuil op de stoep zien, het voegsel tussen de tegels. De sigarettenpeuk onder de teen naast je grote teen, de enige plek waar je bebloede voet de straat niet heeft geraakt."

Tot zover Hans Aarsman. Daarom dus maak ik voeten, voetsporen, voetafdrukken. En om wat Anthony Gormley ooit eens heeft gezegd: "I think for me the body is now as important as abstraction was at the beginning of the twentieth century. It is an attempt to find a vehicle for common experience." Van Anthony Gormley is the angel of the north, hieronder. Aan hen beiden een saluut vanuit atelier the idea of north!




zondag 22 januari 2012

Ik weet zijn naam niet. Ik weet ook niet meer de aanklacht op basis waarvan hij vastgezet was in Huis van Bewaring 'Havenstraat' in Amsterdam. Ik heb hem ook nooit gezien. Mijn collega Ruud Bosma, de dominee, had kortstondig contact met hem. De man vroeg hem een bijbel, en mijn collega, uit de goedheid van zijn hart, gaf hem er een. 
Nu wist Gerard Reve wel dat de Schrift tegen alle vormen van uitleg bestand is, behalve tegen één: de letterlijke. Maar deze gedetineerde wist dat niet. In een wanhopige poging van datgene af te komen wat brandde in zijn hart en zijn lendenen, maar waarvan hij geleerd had: dit is zonde - las hij letterlijk: "Als uw oog, of uw hand, u aanstoot geeft - ruk het uit! Hak hem af!" En dat deed hij.
Met een schaar wurmde hij één oog uit de kas. Het andere liet hij zitten, om te kunnen zien hoe hij zijn beide tepels afknipte en vervolgens de schaar in zijn geslachtsdelen zette. Na enige tijd moet toch het besef tot hem doorgedrongen zijn dat hier iets niet goed ging: hij drukte op de alarmknop. De bewaarder die, om te zien wat er aan de hand was het luikje in de celdeur opende, dacht in eerste instantie dat de man een rood t-shirt aanhad...


'Bloed' is sinds die dag voor mij geen "symbool" meer.


'Bloed' is voor mij het bloed van Luís, waarin het HIV-virus leefde dat hem vermoord heeft. En het is mijn bloed dat, zo bleek later, dat virus niet bevatte, ook al had ik dat wel verwacht, of gehoopt - ook in de dood wilde ik bij hem zijn. Dat het niet zo gegaan is beleef ik als verraad.


Wat ook, heel in de verte, overeind blijft: 
"Dit is Mijn Lichaam. Dit is Mijn Bloed." 
De rest is bullshit. 

zondag 15 januari 2012

Het atelier lijkt soms wel eens op de scheikundedoos uit mijn jeugd. Ik ben autodidact: door zelfstudie werk ik aan verdieping en verrijking van techniek en thematiek. 
Vuur, zwavel, lood, glas - daarmee wil ik aan het werk, in diverse (meestal ongezonde) combinaties. Vanwege dat 'ongezond' wil ik buiten werken, maar daarvoor vind ik het net effe te koud en te nat. Studeren dus. Binnen.


Behalve aan de boeken die ik in de loop der jaren verzameld heb, en het internet natuurlijk, heb ik heel veel aan het tijdschrift kMkunstenaarsmaterialen en de daaraan geliëerde websites, zoals www.materia.nl. Vaak gaat het daarbij helemaal niet over materialen en technieken waar ik per se mee wil werken, maar de professionele en diepgaande manier waarop in de onderhavige media de materie wordt behandeld, werkt op mij heel inspirerend en uitdagend. 


Ik werk het liefst met materiaal dat dicht bij mezelf staat, dat te vinden is in het landschap waarin ik woon. Klei staat dan natuurlijk op eenzame hoogte. En wat dat betreft leer ik veel van de mensen in mijn omgeving. Boeren. Landbouwers en tuinders. Zo heb ik geleerd dat wij hier wonen op zavel. Zavel (van het Latijnse sabulum; "grof zand" of "kiezelzand") is een (minerale) grondsoort. Men spreekt van zavel als grond een bepaald percentage deeltjes lutum bevat. De rest is zand. Zavel wordt gebruikt voor de teelt van bloembollen. Het is meestal vruchtbaar, goed te bewerken, vochthoudend en doorwortelbaar. Lutum zijn kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm. Bij een lutumpercentage tussen 8% en 12% spreekt men van zeer lichte zavel, bij lutumpercentage tussen 12% en 17,5% van matig lichte zavel, bij lutumpercentage tussen 17,5% en 25% van zware zavel. Bij lutumpercentages van meer dan 25% spreekt men van klei. De exacte data ontleen ik aan Wikipedia. Maar zavel komt dus in de verste verte nog niet in de buurt van chamotteklei. Hollandse rooie, zo noemen we dit spul - al moet je die term hier in de provincie niet gebruiken!


De boeren hier kunnen, door wat grond tussen hun vingers te wrijven, voelen of ze te maken hebben met óf goede zavel, óf 'apenklei' zoals het hier genoemd wordt. Die apenklei ligt hier een paar kilometer verderop, waar ooit de zee een eind landinwaarts drong en zeeklei als sediment heeft achtergelaten. Zavel duidt op oude strandwallen, die door de zee overspoeld zijn, maar waar de zeeklei gemengd werd met zand. 


Zo tuimel ik van materiaalonderzoek in de paleogeologie: het atelier staat op een eeuwenoude landtong, aan het eind van wat vóór het begin van onze jaartelling een duinenrij was, langs de al eeuwen geleden dichtgeslibde Middelzee omhoog en dan naar het oosten tot het stroomgebied van de Peazens, een al net zo eeuwenoude maar allang dichtgeslibde zeearm. Op die landtong ligt het dorp dat zo heet...


zaterdag 31 december 2011

Vuur is een heel sterk symbool. Maar niet als je huis afbrandt.

Ik ken iemand die in zijn jeugd de boerderij waar hij opgroeide tot op de grond heeft zien afbranden. Inmiddels tegen de zestig kan hij de aanblik van flakkerende vlammen (kampvuur, open haard) nog steeds niet goed verdragen.

Met symbolen scheppen we een veilige afstand tussen ons en de rauwe werkelijkheid van dit onverschillige universum.


Vanuit het atelier is het goed te zien: het vreugdevuur dat vannacht na twaalf uur zal oplaaien, even buiten het dorp. Ooit was het de symbolische vernietiging van het 'oude', om gereinigd het 'nieuwe' te kunnen betreden. Nu is het alleen nog maar een mooie fik.


"Alleen nog maar..."? Gewoon, een mooie fik!


Symbolen blokkeren de pure, directe ervaring van de werkelijkheid.

zondag 6 november 2011

Wie zei ook weer: "Een mens krijgt eerder de Noordpool in zicht dan de achterkant van zijn eigen nek." Ik weet het niet meer. Hoe dan ook, 't is waar: de wereld ontdekken is gemakkelijker dan jezelf tegenkomen. Maar zou je hetzelfde niet ook kunnen zeggen met als beeld: je eigen voetzolen?


 
Ze liggen voor me op tafel, mijn voetzolen. Een keer of tien afgegoten in gips, en in latex, nadat ik met mijn poten in de klei ben gaan staan - letterlijk. Hier liggen ze, mijn voetzolen, en ik neem de tijd om ze goed te bekijken. Ik zie de bolletjes van mijn tenen. Op de grote teen zie ik de lijntjes in de huid, als een antipodische vingerafdruk. Ik zie de bal van mijn voet, de lichte glooiing van de voetzool, er zitten nog lichte vegen klei op. Hiermee loop ik dus over de aarde. Hierop sta ik.




"Doe de schoenen van je voeten, want de plaats waar je staat is heilige grond, " heeft iemand Anders ooit gezegd, zo staat geschreven. Let wel: de plaats waar je staat is heilig, en niet een plek ergens anders. Daarom maakt het ook niet uit waar Atelier The Idea of North gevestigd is. North is een idee, een denkrichting, een intuïtieve antenne, een 'intentionele boog'. Het atelier is waar ik de Noordpool in zicht krijg. En dat is overal waar ik sta.


Ik kan 't aanraken, met mijn vingertoppen. Maar wat ik voel is gips, geen huid. Ik zie 't, maar ik kan er niet bij.

woensdag 28 september 2011


Het atelier herbergt veel, waaronder deze stenen, gevonden op de akkers hier in de buurt. Miljoenen jaren geleden, tijdens de voorlaatste IJstijd, werden ze door gletsjers vanuit het Noorden hierheen gebracht, en in de onafzienbare eeuwen daarna werden ze bedekt door lagen sediment. De grond woelt deze stenen omhoog en brengt ze weer aan het licht - alsof Moeder Aarde stenen baart in plaats van kinderen...