"Wij zien niet de werkelijkheid, wij zien het beeld dat we met ons brein maken van de werkelijkheid."
Vanavond gezien in "The Mind of the Universe" deel 9 (VPRO-televisie): de interface theory. De werkelijkheid die wij menen te zien is waarschijnlijk niet veel meer dan een, door ons brein gecreëerde, interface die verwijst naar de werkelijkheid - zoals de interface op ons computerscherm. In hoeverre de werkelijkheid overeen komt met het beeld dat wij er van hebben, kunnen we nooit voor de volle 100% zeker weten. Of die 'werkelijkheid' achter de interface überhaupt bestaat - ook daarover valt niets met zekerheid te zeggen.
De speelruimte van de kunstenaar blijkt groter en groter, blijkt eindeloos...
Kunstenaar! Bouw mee aan de 'interface'! Weet dat het slechts een 'interface' is! En, vergeet nooit: over de veronderstelde werkelijkheid achter de 'interface' valt niets te zeggen - daarover moet je dus ZWIJGEN!!
Posts tonen met het label leegte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leegte. Alle posts tonen
zondag 9 juli 2017
maandag 29 mei 2017
Adriaan van Dis vertelt dat Akiko bericht dat Franz Kafka wrote: A first sign of the beginning of understanding is the wish to die. Ik citeer maar even (uit In het buitengebied).
Ik ben weer kaarten aan het tekenen. Net als veertien jaar geleden toen ik hier pas was komen wonen, en net als in eerdere periodes van verandering en omslag in mijn leven. 'Evocatieve cartografie' noem ik het maar: kaarten van eilanden, kustlijnen, in de omgeving waarin ik leef, of waar ik heimwee naar heb. En daarbij gaat 't wat mij betreft niet alleen over een exacte cartografische weergave van een geografische realiteit, maar ook (en vooral) om de beleving die ik heb van die realiteit, die geografie, die plek.
Ze zijn 'n symbool, die eilanden en kustlijnen: een land aan de overkant, waar ik naar verlang, of terugverlang, en dat ik (nog) niet kan (of wil) bereiken. Volgens mij gaan die kaarten over de dood, de leegte, die me afstoot en aantrekt tegelijk.
Maar tot welk inzicht (als Kafka gelijk heeft) dat moet gaan leiden...?
Misschien dit. Om in de sfeer van Van Dis' verhaal te blijven: het kunnen hebben van een doodswens onderscheidt de mens van de machine. Beter gezegd: als een machine "dood wil" leidt dat tot zelfvernietiging; een mens echter kan zijn doodswens sublimeren, er kunst van maken bijvoorbeeld.
Is dat 't waar ik mee bezig ben, met die kaartentekenarij?
Ik ben weer kaarten aan het tekenen. Net als veertien jaar geleden toen ik hier pas was komen wonen, en net als in eerdere periodes van verandering en omslag in mijn leven. 'Evocatieve cartografie' noem ik het maar: kaarten van eilanden, kustlijnen, in de omgeving waarin ik leef, of waar ik heimwee naar heb. En daarbij gaat 't wat mij betreft niet alleen over een exacte cartografische weergave van een geografische realiteit, maar ook (en vooral) om de beleving die ik heb van die realiteit, die geografie, die plek.
Ze zijn 'n symbool, die eilanden en kustlijnen: een land aan de overkant, waar ik naar verlang, of terugverlang, en dat ik (nog) niet kan (of wil) bereiken. Volgens mij gaan die kaarten over de dood, de leegte, die me afstoot en aantrekt tegelijk.
Maar tot welk inzicht (als Kafka gelijk heeft) dat moet gaan leiden...?
Misschien dit. Om in de sfeer van Van Dis' verhaal te blijven: het kunnen hebben van een doodswens onderscheidt de mens van de machine. Beter gezegd: als een machine "dood wil" leidt dat tot zelfvernietiging; een mens echter kan zijn doodswens sublimeren, er kunst van maken bijvoorbeeld.
Is dat 't waar ik mee bezig ben, met die kaartentekenarij?
dinsdag 21 juli 2015
VIDE/VOID is als een koan: een kernachtige weergave van een inzicht in de ware aard van de werkelijkheid en de werking van de menselijke geest.
Meer kan ik er niet over zeggen. Verder dan dit zal ik wel nooit kunnen komen.
Meer kan ik er niet over zeggen. Verder dan dit zal ik wel nooit kunnen komen.
zaterdag 11 januari 2014
'Fotostudio De Jong' heet het televisieprogramma waar ik naar kijk. Wilfried de Jong stelt, onder anderen, een vrouw aan mij voor die vogels fotografeert- niet in de vrije natuur maar in een vogelopvangcentrum.
Iemand met blauwe kunststof handschoenen houdt een uil vast. De fotografe richt haar camera op het dier om opnames te maken. De uil kijkt met een schokkerig bewegende kop om zich heen. Slaakt een kreet. Het dier verhoudt zich duidelijk tot de omgeving en de omstandigheden waarin het zich bevindt. Toch heeft het geen idee wat hem/haar overkomt. En -en hier gaat 't om- het is zich ook niet bewust dat het daar geen idee van heeft!
Ik zie dat alles op het televisiescherm gebeuren, en weet in elk geval één ding dat die uil niet weet. Maar veel meer ook niet, vermoed ik.
Iemand met blauwe kunststof handschoenen houdt een uil vast. De fotografe richt haar camera op het dier om opnames te maken. De uil kijkt met een schokkerig bewegende kop om zich heen. Slaakt een kreet. Het dier verhoudt zich duidelijk tot de omgeving en de omstandigheden waarin het zich bevindt. Toch heeft het geen idee wat hem/haar overkomt. En -en hier gaat 't om- het is zich ook niet bewust dat het daar geen idee van heeft!
Ik zie dat alles op het televisiescherm gebeuren, en weet in elk geval één ding dat die uil niet weet. Maar veel meer ook niet, vermoed ik.
woensdag 6 november 2013
Over de Leegte. Waar het in VIDE/VOID om draait.
Dat niets in dit universum op zichzelf bestaat, maar altijd slechts in relatie tot iets anders, tot al het andere. Dat dus niets absolute betekenis heeft, behalve gezien vanuit een bepaald standpunt- dat zo’n standpunt altijd relatief is, en dat dus ook ‘betekenis’ relatief is. Alles is waar. Maar niets is helemaal waar. Dat is de Leegte.
Dat ik niet met mezelf samenval. Dat ik ten diepste relationeel ben, maar óók daarmee niet samenval. Dat ik “ik” kan zeggen, alsof ik het over iemand anders heb. Dat mijn zelfbewustzijn mij scheidt van mezelf (voor u leze men hier evengoed ik, alsof je in een spiegel kijkt):
“Dat ik u zien moet, en u niet kan zijn,
Van u gescheiden door mijn eigen ogen –
Het doet, als een geboorte, pijn.”
Toen ik pas geboren was en me nog niet bewust van mezelf, toen viel ik samen met mezelf. En straks, als ik zo dement zal zijn als een gummetje, en me niet meer bewust ben van mezelf, zal ik weer met mij zelf samenvallen. Ook dat is de Leegte.
Dat ik Luís moet missen. Dat wij oprecht van elkaar gehouden hebben, maar dat we dat nooit volledig hebben kunnen verwezenlijken; zie hierboven de woorden van Vasalis. Ook de eigenliefde speelde een rol, en stond ons in de weg. Wij konden niet samenvallen met elkaar, behalve misschien op momenten van de hoogste extase, die er goddank ook waren. Ook dit is de Leegte.
We hebben elkaar ook veel pijn gedaan. En ik was niet bij hem, toen hij stierf, hoewel hij me dat zo nadrukkelijk had gevraagd – ik heb op de verkeerde manier voor mezelf gekozen. Als ik íets zou moeten noemen, uit mijn leven, waarvan ik spijt heb en waarover ik mij schuldig weet, dan is het dit. En dit is de Leegte.
Dat ik het ‘creatieve moment’ niet kan laten voortduren. Dat ik me bewust ben van het ‘creatieve moment’, maar altijd achteraf, als het voorbij is (en god geve dat ik het heb weten te gebruiken!). Dat taal, ‘het woord’, scheidt, ons scheidt van elkaar net zoveel als het ons verbindt, ons scheidt van de eeuwigheid net zoveel als het er toegang toe geeft- en dat ‘het beeld’ dat misschien niet doet, of toch ook (al heb ik nog niet geleerd hoe dat dan werkt, zover ben ik nog niet). Ook dat is de Leegte.
Dat dit alles met menszijn gegeven is, met zelfbewustzijn, en met mijn kunstenaarschap. Dat dit, kortom, het putje is waaruit ik schep. Dat ik dit weet. Ook dat is de Leegte.
Tot hier toe ben ik gekomen.
Wij zien niet de werkelijkheid; wij zien het beeld dat ons brein maakt van de werkelijkheid. En daarbij kan ons brein zich op de prachtigste manieren vergissen! Precies deze kreukel in het universum is de speelruimte van de kunstenaar: hier voel ik mij thuis.
Ik maak ruimtelijk werk, dat verwijst naar de Leegte- zoiets als wat Zenboeddhisten zien in al wat is: een kreukel in het universum.
Maar uiteindelijk gaat het altijd over de mens, die schitterende vergissing van de evolutie, in al z'n grootsheid en al z'n tragiek...
Dat niets in dit universum op zichzelf bestaat, maar altijd slechts in relatie tot iets anders, tot al het andere. Dat dus niets absolute betekenis heeft, behalve gezien vanuit een bepaald standpunt- dat zo’n standpunt altijd relatief is, en dat dus ook ‘betekenis’ relatief is. Alles is waar. Maar niets is helemaal waar. Dat is de Leegte.
Dat ik niet met mezelf samenval. Dat ik ten diepste relationeel ben, maar óók daarmee niet samenval. Dat ik “ik” kan zeggen, alsof ik het over iemand anders heb. Dat mijn zelfbewustzijn mij scheidt van mezelf (voor u leze men hier evengoed ik, alsof je in een spiegel kijkt):
“Dat ik u zien moet, en u niet kan zijn,
Van u gescheiden door mijn eigen ogen –
Het doet, als een geboorte, pijn.”
Toen ik pas geboren was en me nog niet bewust van mezelf, toen viel ik samen met mezelf. En straks, als ik zo dement zal zijn als een gummetje, en me niet meer bewust ben van mezelf, zal ik weer met mij zelf samenvallen. Ook dat is de Leegte.
Dat ik Luís moet missen. Dat wij oprecht van elkaar gehouden hebben, maar dat we dat nooit volledig hebben kunnen verwezenlijken; zie hierboven de woorden van Vasalis. Ook de eigenliefde speelde een rol, en stond ons in de weg. Wij konden niet samenvallen met elkaar, behalve misschien op momenten van de hoogste extase, die er goddank ook waren. Ook dit is de Leegte.
We hebben elkaar ook veel pijn gedaan. En ik was niet bij hem, toen hij stierf, hoewel hij me dat zo nadrukkelijk had gevraagd – ik heb op de verkeerde manier voor mezelf gekozen. Als ik íets zou moeten noemen, uit mijn leven, waarvan ik spijt heb en waarover ik mij schuldig weet, dan is het dit. En dit is de Leegte.
Dat ik het ‘creatieve moment’ niet kan laten voortduren. Dat ik me bewust ben van het ‘creatieve moment’, maar altijd achteraf, als het voorbij is (en god geve dat ik het heb weten te gebruiken!). Dat taal, ‘het woord’, scheidt, ons scheidt van elkaar net zoveel als het ons verbindt, ons scheidt van de eeuwigheid net zoveel als het er toegang toe geeft- en dat ‘het beeld’ dat misschien niet doet, of toch ook (al heb ik nog niet geleerd hoe dat dan werkt, zover ben ik nog niet). Ook dat is de Leegte.
Dat dit alles met menszijn gegeven is, met zelfbewustzijn, en met mijn kunstenaarschap. Dat dit, kortom, het putje is waaruit ik schep. Dat ik dit weet. Ook dat is de Leegte.
Tot hier toe ben ik gekomen.
Wij zien niet de werkelijkheid; wij zien het beeld dat ons brein maakt van de werkelijkheid. En daarbij kan ons brein zich op de prachtigste manieren vergissen! Precies deze kreukel in het universum is de speelruimte van de kunstenaar: hier voel ik mij thuis.
Ik maak ruimtelijk werk, dat verwijst naar de Leegte- zoiets als wat Zenboeddhisten zien in al wat is: een kreukel in het universum.
Maar uiteindelijk gaat het altijd over de mens, die schitterende vergissing van de evolutie, in al z'n grootsheid en al z'n tragiek...
woensdag 28 augustus 2013
Nog even over dat jonge stel, waar ik de vorige keer over blogde. Tijdens ons gesprek, boven op de zeedijk, vroegen ze mij hoeveel de overtocht naar Schiermonnikoog zou kosten. Ik kon het ze niet vertellen. Ik ben daar namelijk nooit geweest. Ik kan het eiland iedere dag zien liggen, daar aan de horizon, maar ik ga er niet naar toe. Ik wil over het eiland kunnen dromen, er naar verlangen eventueel, maar er niet zijn. Dat zou zelfs op een desillusie kunnen uitlopen, als je maar lang en intens genoeg droomt. Het verlangen is waardevoller dan de vervulling, de illusie rijker dan de realiteit. Dat vonden zij ook wel een mooie gedachte.
Ach, ik had ze gewoon moeten laten geloven dat die meeuwen flamingo's waren!
Ach, ik had ze gewoon moeten laten geloven dat die meeuwen flamingo's waren!
zondag 25 augustus 2013
Over vogels. En over illusies, en hoe dat allemaal voorbijgaat. Ik reed van Dokkum, via Hantum, Ternaard, het Skoar, Wierum en Nes naar huis terug toen ik, even buiten Nes, tot stoppen gemaand werd door twee wielrenners en drie brommerrijders in de berm van de Wierumerwei. Ik stapte uit om te informeren waarmee ik zou kunnen helpen toen ik het al zag: in het gras langs de kant van de weg zat een enorme buizerd, kwaad om zich heen kijkend. "Die is niet gelukkig," zei ik, "want dan zat-ie hier niet!" Dat was het gelegenheidsgezelschap met me eens, maar wat ze er dan mee aan moesten, vroeg men zich af. Ik heb ze voorgesteld te bellen met de Fûgelpits, het vogelopvangcentrum daar in de buurt. Dankzij de smartphone was het nummer gauw gevonden en het contact gauw gelegd. Er zou een chauffeur met een wagen met de benodigde materialen naar de aangeduide plek gestuurd worden, maar dat zou nog wel even kunnen duren. Zo'n vogel pak je niet zo maar even op om hem naast je in de auto even weg te brengen - dat wordt een bloedbad. De buizerd was dan blijkbaar wel vleugellam, maar nog lang niet buiten westen. Inmiddels had niemand zin om voor onbepaalde tijd bij het gewonde dier te blijven wachten. Ik ook niet. De drie brommerrijders stapten 's op, en ook ik zocht mijn wagentje weer op, de beide racefietsers beteuterd achterlatend. Of zij de gewonde vogel uiteindelijk ook aan zijn lot hebben overgelaten, en of ze bij de Fûgelpits het dier nog hebben weten op te lappen, ik weet het niet.
Maar het beeld staat nog op mijn netvlies: dat machtige beest, die enorme maar lamme vleugel, die woedend-wanhopige blik in het felle oog, de scherpe snavel... Machteloos langs de kant van de weg. Zelfs de sterksten sterven uiteindelijk net zo'n miserabele dood als de rest van ons.
Een paar dagen eerder liep ik, rond zonsondergang, naar de zeedijk. Dat moet afgelopen dinsdag geweest zijn: er was door werkzaamheden bij Metslawier een kabel kapot getrokken en er was geen radio, televisie, internet of telefoonverkeer mogelijk; heerlijk rustig! Wie daar in elk geval geen last van hadden, en zich er zelfs niet van bewust waren, was een jong stel met een klein dochtertje dat hun huifkar geparkeerd had op de Achterwei. Ik sprak ze, later, toen ik op mijn bankje zat, op de dijk en zij van de kwelder af kwamen. Ze bleken met die huifkar de hele zomer rond te trekken, van Belgisch Limburg langs het Nederlands-Duitse grensgebied en via Drente Friesland in. Ze bleven hier twee dagen staan, daarna was de bedoeling om via Lauwersoog Groningen in te trekken. Ze hadden Denemarken als doel op het oog. Een beetje kinderlijke indruk maakten ze op me: een rondreizend poppentheater in een sprookjeswereld waarin ze zelf geloofden. Ze vonden het hier prachtig. En ze hadden zulke mooie vogels gezien, daar aan het eind van de strekdam, op het wad! "Zijn dat misschien flamingo's, meneer?" Tja.
Ik heb ze uitgelegd dat flamingo's in dit deel van de wereld niet voorkomen, in het wild. En dat die mooie roze kleur waarschijnlijk veroorzaakt werd door het licht van de ondergaande zon.
Ook de machtigsten sterven, en ook de mooiste illusies verwaaien. Laten we , ondanks alles, toch maar in onszelf en in elkaar blijven geloven. Een ronddraaiend poppentheater met wij zelf als Jan Klaassen, meer is het niet. Maar het is alles wat we hebben. En wie van ons lukt het de leegte werkelijk onder ogen te zien...?
Toen ik, na dat gesprek, weer thuis kwam bleek de televisie etc. het weer te doen. De wereld draait gewoon door.
Maar het beeld staat nog op mijn netvlies: dat machtige beest, die enorme maar lamme vleugel, die woedend-wanhopige blik in het felle oog, de scherpe snavel... Machteloos langs de kant van de weg. Zelfs de sterksten sterven uiteindelijk net zo'n miserabele dood als de rest van ons.
Een paar dagen eerder liep ik, rond zonsondergang, naar de zeedijk. Dat moet afgelopen dinsdag geweest zijn: er was door werkzaamheden bij Metslawier een kabel kapot getrokken en er was geen radio, televisie, internet of telefoonverkeer mogelijk; heerlijk rustig! Wie daar in elk geval geen last van hadden, en zich er zelfs niet van bewust waren, was een jong stel met een klein dochtertje dat hun huifkar geparkeerd had op de Achterwei. Ik sprak ze, later, toen ik op mijn bankje zat, op de dijk en zij van de kwelder af kwamen. Ze bleken met die huifkar de hele zomer rond te trekken, van Belgisch Limburg langs het Nederlands-Duitse grensgebied en via Drente Friesland in. Ze bleven hier twee dagen staan, daarna was de bedoeling om via Lauwersoog Groningen in te trekken. Ze hadden Denemarken als doel op het oog. Een beetje kinderlijke indruk maakten ze op me: een rondreizend poppentheater in een sprookjeswereld waarin ze zelf geloofden. Ze vonden het hier prachtig. En ze hadden zulke mooie vogels gezien, daar aan het eind van de strekdam, op het wad! "Zijn dat misschien flamingo's, meneer?" Tja.Ik heb ze uitgelegd dat flamingo's in dit deel van de wereld niet voorkomen, in het wild. En dat die mooie roze kleur waarschijnlijk veroorzaakt werd door het licht van de ondergaande zon.
Ook de machtigsten sterven, en ook de mooiste illusies verwaaien. Laten we , ondanks alles, toch maar in onszelf en in elkaar blijven geloven. Een ronddraaiend poppentheater met wij zelf als Jan Klaassen, meer is het niet. Maar het is alles wat we hebben. En wie van ons lukt het de leegte werkelijk onder ogen te zien...?
Toen ik, na dat gesprek, weer thuis kwam bleek de televisie etc. het weer te doen. De wereld draait gewoon door.
woensdag 31 juli 2013
Terwijl VIDE,VOID in mij broedt en naar concretisering groeit (her)lees ik Anna Enquist: Contrapunt. Twee relevante citaten:
"Het vermogen om patronen te horen in een serie precies gelijke pieptonen is aangeboren. We kunnen niet anders. Het structureren is een eigenschap van onze hersenen, van ons, een overlevingsstrategie, een ziekte. Zo maken we van de ongeorganiseerde, troebele soep om ons heen een herkenbaar en vertrouwenwekkend decor. We weten helemaal niet meer dat er niets van klopt, dat we zelf voor de herkenbaarheid en het vertrouwen zorgen. Je zou onderzoek kunnen doen naar de samenhang tussen structureringspatronen en persoonlijkheidskenmerken. Waarom hoort de één een vierkwartsmaat, de ander een zesachtste?
Waarom moest ze dit alles denken, het sloeg toch nergens op?"
En de slotzin: "Binnen die leegte bevindt zich alles."
(Eigenlijk is dit niet de slotzin, er volgt er nog één. Maar die is de samenvatting van het boek, en voegt verder niets toe.)
"Het vermogen om patronen te horen in een serie precies gelijke pieptonen is aangeboren. We kunnen niet anders. Het structureren is een eigenschap van onze hersenen, van ons, een overlevingsstrategie, een ziekte. Zo maken we van de ongeorganiseerde, troebele soep om ons heen een herkenbaar en vertrouwenwekkend decor. We weten helemaal niet meer dat er niets van klopt, dat we zelf voor de herkenbaarheid en het vertrouwen zorgen. Je zou onderzoek kunnen doen naar de samenhang tussen structureringspatronen en persoonlijkheidskenmerken. Waarom hoort de één een vierkwartsmaat, de ander een zesachtste?
Waarom moest ze dit alles denken, het sloeg toch nergens op?"
En de slotzin: "Binnen die leegte bevindt zich alles."
(Eigenlijk is dit niet de slotzin, er volgt er nog één. Maar die is de samenvatting van het boek, en voegt verder niets toe.)
zondag 28 april 2013
Oud lood. Bij de sloop van het oude dak boven de expositieruimte tevoorschijn gekomen. Nooit weggooien, zoiets. Prachtig, verweerd materiaal, dat een verhaal te vertellen heeft. Een paar lange lappen liggen nu in het atelier te wachten op een nieuw hoofdstuk.
(klik op een foto voor een vergroting)

Eind mei vorig jaar zette ik al eens een paar foto's van een plak lood op deze blogspot. Buiten enige context gefotografeerd, puur lood dus, leek het een landschap, met een horizon, wolkenluchten, diepte, leegte- zoals je kunt zien als je hier op de zeedijk gaat staan. Nu werkt dat niet meer, want ik ben dit stukje begonnen met de woorden "oud lood". Daarmee is er een hele context opgeroepen bij jou, lezer en kijker, en is het weer gewoon lood wat je ziet. Pure materie. Toch?
Nee. Wat je ziet is lood zoals je dat hebt léren zien- door je ervaringen er mee, door wat je er over geleerd en gelezen hebt. Jouw hele culturele bagage vertelt jou, zonder dat je het in de gaten hebt, wat jij hier moet zien: lood, in alle betekenissen van het woord. En daarmee is het lood zélf tot zwijgen gebracht. Het had zo graag willen vertellen- "Kijk, ik ben een landschap" of zo iets. Maar ons brein heeft het woord genomen en het lood het zwijgen opgelegd.
Maar. Dat verhaal dat het lood zélf had willen vertellen- dat is natuurlijk óók een product van ons brein... Het ziet er naar uit dat wij de werkelijkheid via onze ogen nooit kunnen bereiken: ons brein zit er altijd tussen. Ook dit is de Leegte
Wat ik met dat lood ga doen? O, wie weet maak ik er een boekomslag van... Want ons brein kan de meest fantastische dingen doen. Met lood, bijvoorbeeld.
(klik op een foto voor een vergroting)
Eind mei vorig jaar zette ik al eens een paar foto's van een plak lood op deze blogspot. Buiten enige context gefotografeerd, puur lood dus, leek het een landschap, met een horizon, wolkenluchten, diepte, leegte- zoals je kunt zien als je hier op de zeedijk gaat staan. Nu werkt dat niet meer, want ik ben dit stukje begonnen met de woorden "oud lood". Daarmee is er een hele context opgeroepen bij jou, lezer en kijker, en is het weer gewoon lood wat je ziet. Pure materie. Toch?
Maar. Dat verhaal dat het lood zélf had willen vertellen- dat is natuurlijk óók een product van ons brein... Het ziet er naar uit dat wij de werkelijkheid via onze ogen nooit kunnen bereiken: ons brein zit er altijd tussen. Ook dit is de Leegte
Wat ik met dat lood ga doen? O, wie weet maak ik er een boekomslag van... Want ons brein kan de meest fantastische dingen doen. Met lood, bijvoorbeeld.
zondag 13 januari 2013
'De natuurlijke buitenruimte is te groot voor ons, daar voelen we ons verloren.'
Ik woon nu een maand of twee op een steenworp afstand van de waddenzeedijk, maar ik ben er nog niet één keer naartoe gelopen en er bovenop gaan staan om naar het uitzicht te kijken. Ik weet wat me daar te wachten staat, ik ken de uitzichtloze verte (zoals Joost Schmidt dat noemt), de leegte, de diepte. Ik weet wat ik daar zie, en ik weet dat het nooit hetzelfde, altijd weer anders is. Ik zie het als het ware van binnen, zonder er naar toe te hoeven gaan om te kijken. Ik ken het, ik vind het prachtig en het fascineert me. Maar het boezemt me ook ontzag in, bijna angst, een oudtestamentische 'vreze'.
"De natuurlijke ruimte is te groot voor ons, daar voelen we ons verloren. We moeten daarin dus ruimten afscheiden die precies op ons zijn afgestemd." Ik citeer uit De Volkskrant van vorige week vrijdag, een artikel van Hilde de Haan naar aanleiding van de aankoop door de Vereniging Hendrick de Keyser van een huis in Best, uit 1983, ontworpen door dom Hans van der Laan osb, architect en benedictijner monnik.
Volgens dom Van der Laan is dit de taak van de architect: in de natuurlijke ruimte ruimten afscheiden die precies op ons zijn afgestemd, en daarmee de wereld bewoonbaar maken. De sleutel daartoe lag volgens hem in de maatvoering van de drie dimensies die een afgescheiden ruimte definiëren. Dat begint al bij de muurdikte: een muur waarvan je alleen de oppervlakte ziet, is niets!
Het gaat volgens Van der Laan om veel meer dan 'mooie' vormen maken. Het gaat om iets veel essentiëlers: van de natuurlijke ruimte een mensenwereld maken. De theorie van Van der Laan, ontwikkeld in de loop van vele jaren, kreeg z'n neerslag in zijn boek De architectonische ruimte uit 1977. Het schijnt geen lichte kost te zijn, maar ik heb het boek toch besteld en ik wil het de komende maanden gaan bestuderen.
Uiteindelijk draait het bij Van der Laan om het plastisch getal, een verhoudingsgetal vergelijkbaar met de gulden snede, of met de toonladder in de muziek: het beschrijft de orde van verhoudingen tussen elementen als tonen, of afstanden, maar in dit geval dus van ruimtelijke verhoudingen. Dit plastisch getal paste hij met name toe in de architectuur van 'zijn' abdij Benedictusberg, bij Vaals.
Ook als was ik het werk van dom Van der Laan al veel eerder tegengekomen (toen ik nog studeerde, en nogal eens verbleef bij de benedictijnen in de Adelbertabdij in Egmond), nu wordt mijn nieuwsgierigheid extra getriggerd door die vergelijking met de toonladder. Bij het maken van FUGA (zie mijn portfolio) beschreef ik de barst die ik door het universum zie lopen waar de pythagoreïsche beschrijving van intervallen met verhoudingen van hele getallen niet klopt (een pianostemmer kan precies uitleggen wat ik bedoel). En nu ben ik benieuwd of de theorie van dom Van der Laan in zijn beschrijving van driedimensionale verhoudingen ook zo'n "barst in het universum" te zien geeft. En ik ben benieuwd in hoeverre er een vergelijking te maken is met Japanse tuinarchitectuur, waar het eveneens draait om de spanningsvolle verhouding tussen natuurlijke vorm en menselijke constructie. Dit natuurlijk met in het achterhoofd mijn eigen werk, zoals ORFEUS (zie portfolio): de plaatsing van 'eilandvoeten' in de ruimte, in verhouding tot elkaar en tot de rechte lijn die ik 'de horizon' noem.
Ik woon nu een maand of twee op een steenworp afstand van de waddenzeedijk, maar ik ben er nog niet één keer naartoe gelopen en er bovenop gaan staan om naar het uitzicht te kijken. Ik weet wat me daar te wachten staat, ik ken de uitzichtloze verte (zoals Joost Schmidt dat noemt), de leegte, de diepte. Ik weet wat ik daar zie, en ik weet dat het nooit hetzelfde, altijd weer anders is. Ik zie het als het ware van binnen, zonder er naar toe te hoeven gaan om te kijken. Ik ken het, ik vind het prachtig en het fascineert me. Maar het boezemt me ook ontzag in, bijna angst, een oudtestamentische 'vreze'.
"De natuurlijke ruimte is te groot voor ons, daar voelen we ons verloren. We moeten daarin dus ruimten afscheiden die precies op ons zijn afgestemd." Ik citeer uit De Volkskrant van vorige week vrijdag, een artikel van Hilde de Haan naar aanleiding van de aankoop door de Vereniging Hendrick de Keyser van een huis in Best, uit 1983, ontworpen door dom Hans van der Laan osb, architect en benedictijner monnik.
Volgens dom Van der Laan is dit de taak van de architect: in de natuurlijke ruimte ruimten afscheiden die precies op ons zijn afgestemd, en daarmee de wereld bewoonbaar maken. De sleutel daartoe lag volgens hem in de maatvoering van de drie dimensies die een afgescheiden ruimte definiëren. Dat begint al bij de muurdikte: een muur waarvan je alleen de oppervlakte ziet, is niets!
Het gaat volgens Van der Laan om veel meer dan 'mooie' vormen maken. Het gaat om iets veel essentiëlers: van de natuurlijke ruimte een mensenwereld maken. De theorie van Van der Laan, ontwikkeld in de loop van vele jaren, kreeg z'n neerslag in zijn boek De architectonische ruimte uit 1977. Het schijnt geen lichte kost te zijn, maar ik heb het boek toch besteld en ik wil het de komende maanden gaan bestuderen.
Uiteindelijk draait het bij Van der Laan om het plastisch getal, een verhoudingsgetal vergelijkbaar met de gulden snede, of met de toonladder in de muziek: het beschrijft de orde van verhoudingen tussen elementen als tonen, of afstanden, maar in dit geval dus van ruimtelijke verhoudingen. Dit plastisch getal paste hij met name toe in de architectuur van 'zijn' abdij Benedictusberg, bij Vaals.
Ook als was ik het werk van dom Van der Laan al veel eerder tegengekomen (toen ik nog studeerde, en nogal eens verbleef bij de benedictijnen in de Adelbertabdij in Egmond), nu wordt mijn nieuwsgierigheid extra getriggerd door die vergelijking met de toonladder. Bij het maken van FUGA (zie mijn portfolio) beschreef ik de barst die ik door het universum zie lopen waar de pythagoreïsche beschrijving van intervallen met verhoudingen van hele getallen niet klopt (een pianostemmer kan precies uitleggen wat ik bedoel). En nu ben ik benieuwd of de theorie van dom Van der Laan in zijn beschrijving van driedimensionale verhoudingen ook zo'n "barst in het universum" te zien geeft. En ik ben benieuwd in hoeverre er een vergelijking te maken is met Japanse tuinarchitectuur, waar het eveneens draait om de spanningsvolle verhouding tussen natuurlijke vorm en menselijke constructie. Dit natuurlijk met in het achterhoofd mijn eigen werk, zoals ORFEUS (zie portfolio): de plaatsing van 'eilandvoeten' in de ruimte, in verhouding tot elkaar en tot de rechte lijn die ik 'de horizon' noem.
zaterdag 15 december 2012
Midden in mijn atelier staat een muur van beton. Hard, koud, kaal, meer dan manshoog. Je kunt er niet omheen (wel er dóórheen want er zit een deur in, maar daar zit een slot op, aan de binnenkant). Het is een groot, leeg vlak beton. En ik heb me voorgenomen dat zo te houden: niets er aan ophangen, niets er tegenaan zetten. Dat zal me nog niet meevallen. Maar dat is wat ik ermee wil: niets. Ik noem het de leegte
Leegte is iets anders als ruimte: ruimte ga je binnen, wil je gebruiken, inrichten. Ruimte is om te veroveren, te claimen voor jezelf. Ruimte geef je aan de ander, deel je met elkaar. Ruimte kun je scheppen. Ruimte kun je voelen, beleven. Met ruimte kun je alle kanten op. Met leegte kun je dat niet. Met leegte kun je niets. Leegte ís niets.
Altijd weer streven wij, mensen, ernaar van de leegte een ruimte te maken. Lees er de grote verhalen van de mensheid maar op na: eerst wordt er ruimte geschapen en dan, dan gaat het beginnen. Zo gaan al onze verhalen, nog steeds, die scheppingsdrang in ons is onvervreemdbaar.
En toch- elk waar verhaal cirkelt rondom iets dat wel benoemd wordt, maar zich ook altijd weer onttrekt aan benoeming, definiëring, begrijpen -een leegte. Gaandeweg leer ik steeds beter die leegte te respecteren: niet in te vullen, maar uit te houden. Daarom ben ik hier gaan wonen, op het eind van de wereld, waar ‘niets’ te beleven is. Daarom ook dat blok beton waar ik ‘niets’ mee wil.
Toch kan ook ik het natuurlijk niet laten - ik heb een beetje ruimte geschapen in de leegte: ik heb er een lichtje bij gezet. Kerstmis, weet je wel. Maar dat lichtje haal ik ook zo weer weg. En dan leg ik er een steen neer, of een appel. Of een bijl. Of gewoonweg niets. Het liefst helemaal niets. En dat dan onder ogen zien, en gewoon maar zwijgen… Of hooguit Rutger Kopland nog citeren:
‘…een lege plek voor iemand, om te blijven.’
woensdag 29 augustus 2012
"Chaos schept beelden," hoorde ik (vrij vertaald) de Ierse kunstschilder Francis Bacon zeggen in een televisiefragment, gekozen door Adriaan van Dis, in de uitzending van Zomergasten van afgelopen zondag. Mét Van Dis ben ik van mening dat Bacon misschien wel de belangrijkste kunstenaar is van deze tijd, of van de twintigste eeuw. Als geen ander weet hij de verscheurdheid, de geweldadigheid, de duistere kant van de mens in beeld te brengen. Die beelden op zijn doeken: ze schrijnen. Ze komen rechtstreeks voort uit de chaos die deze wereld ten diepste is, uit de chaos van Bacons eigen leven, uit de chaos in zijn atelier. Zijn beelden laten niet af me bij de keel te grijpen, ze staren me grijnslachend aan, ze dwingen me te kijken in de spiegel van de doodsdrift. ('Fragment van een kruisiging', 1950. Collectie Stedelijk Van Abbemuseum, Eindhoven)Oh ja, ook ik streefde altijd naar orde, schoonheid, troost, heelheid. Ooit wilde ik zelfs monnik worden - en in dat woord zit het allemaal: monos, één, heel. Maar ik heb inmiddels anders geleerd. (Het leven heeft mij, Goddank, bijna niets geleerd. 'Het leven heeft me veel geleerd', zegt de oue sok. Nescio, de laatste zinnen van die prachtige bundel van Nijgh & Van Ditmar, uit het zwarte jaar 1933, dieptepunt van die twintigste eeuw). Het leven heeft mij geleerd de chaos, de willekeur, de wreedheid onder ogen te zien - de zinloosheid, het Niets, ontzag te hebben voor de Leegte. Misschien dat die Leegte dan een ruimte wordt, en chaos beelden schept, maar dat is niet gegarandeerd. Moed is vereist, om de aanstormende chaos het hoofd te bieden. En dan heb ik het niet alleen over de chaos op mijn werktafel.
donderdag 2 augustus 2012
Ik hoopte dat zijn website, met zijn beelden en gedachten, ten eeuwigen dage op het internet zou blijven staan - maar nee, die is al niet meer te vinden. Alsof dat alles nooit bestaan heeft. Maar wellicht is dat helemaal in lijn met Rein...
De volgende tekst vond ik nog wel, op de site van de Stichting Keunstkrite Twizel:
In Memoriam: Rein Bril (1945-2012)
Vanavond trof ons het droeve bericht dat onze kunstvriend Rein Bril, slechts een paar dagen na zijn 67-ste verjaardagsfeest, plotseling is overleden. Wij zullen hem zeer missen.
Rein is van het begin af aan betrokken geweest bij de Keunstkrite. Hij was een van de inspirators en bestuurslid van de oprichting in 2009 tot begin 2011. Reins beeld “de Vader” Warrior vormt de basis voor het logo van onze stichting en belichaamt daarin (voor ons) de strijd voor en met de Kunst.
Rein laat een hoop fijne herinneringen achter waarbij “vrijheid”,”ruimte” en het kunnen “spelen” een steeds terugkerend thema was. Een dichter, een filosoof, een hartelijk mens en een ware vriend. Vertrokken naar de Eeuwige Jachtvelden of zoals hij dat zonder twijfel zelf glimlachend gezegd zou hebben: de Eeuwige Speelvelden.
Mogen de Engelen, van wie je veel hield je op je verdere pad begeleiden. Wij zullen je niet vergeten.
Onze gedachten gaan uit naar Reins zoon Bram op wie hij zeer trots was, zijn Ineke, zijn “oude” zuster en alle anderen die hem lief waren. Wij wensen jullie sterkte met dit grote verlies.
Twijzel, 5 juli 2012
Hetty Kloosterman Combs
uit naam van het bestuur van de Stichting Keunstkrite Twizel
En, ik kan het niet laten, hier een paar beelden, om nooit te vergeten:
![]() |
| de vader / warrior. 2005 |
![]() |
| balans-beelden. 2004 |
![]() |
| de golf |
![]() |
| zwaluw |
vrijdag 15 juni 2012
Het ziet er naar uit dat het basiskamp verplaatst zal gaan worden.
De bakens worden verzet. De coördinaten verschuiven. Er is een omslag op komst.
Vuurtorens, bakens, zeekaarten: alles wat te maken heeft
met positiebepaling en koers uitzetten - na de dood van mijn lief
in 1994, werd de Atlantische kustlijn van Portugal,
ter hoogte van Lissabon aan de monding van de Taag,
bij Cabo Espichel, Cabo Raso en Cabo da Roca
(het westelijkste puntje van het Europese continent)
voor mij een metafoor voor de grenslijn
tussen dood en leven, verleden en toekomst.
Het was héden: tijd voor een hernieuwde positiebepaling,
om een andere koers uit te kunnen zetten.
Mijn tijd als justitiepastor liep ten einde. De bajes
(van het Hebreeuwse beth=huis) is voor mij
een beth ha’midrash, een leerhuis geweest.
Ik heb er mensen leren kennen
aan wie elke verantwoordelijkheid werd ontnomen,
of die met een schuld belast waren
die te zwaar was om te dragen –
en die ofwel daaraan kapotgingen, ofwel
ondanks alles hun menselijke waardigheid behielden.
Ik heb er geleerd hoe hoog de liefde reikt,
hoe diep haar afgrond is –
en hoezeer wij mensen daarvoor terugdeinzen.
Verhalen – ook in de theologie, de bestudering
van de levensbeschouwelijke traditie waarin ik sta –
die verwijzen naar, of cirkelen rondom Iets
dat wel benoemd wordt,
maar zich onmiddellijk ook weer aan benoeming onttrekt.
Het was niet eens zozeer de dood van Luís
als wel de reflectie op onze relatie
en de plaats daarvan in mijn leven
die me weer deden beseffen: ook ik
maak altijd weer omtrekkende bewegingen
rondom iets dat zich niet laat vatten –
een innerlijke horizon. Noem het god, of liefde,
of dood, of de leegte. En het verlangen daarnaar.
En toen ik in 2004, staande op de Waddenzeedijk bij Nes,
tussen Wierum en Peazens-Moddergat,
over de horizon probeerde te kijken
en de eilanden als voetstappen over de einder zag gaan,
ontdekte ik dat de vuurtorens van Ameland en Schiermonnikoog
precies dezelfde lichtcodes hadden
als de vuurtorens van Cabo Raso en Cabo da Roca.
En ik wist dat ik in die leegte maar eens moest gaan wonen.
Pas nu het donker wordt kan ik de tekens lezen
waarvan ik al bij daglicht wist dat ze er zijn.
Is 't jouw handschrift, tegen de horizon geschreven?
Bedankt, de boodschap is begrepen: ik zal er zijn!
De bakens worden verzet. De coördinaten verschuiven. Er is een omslag op komst.
Vuurtorens, bakens, zeekaarten: alles wat te maken heeft
met positiebepaling en koers uitzetten - na de dood van mijn lief
in 1994, werd de Atlantische kustlijn van Portugal,
ter hoogte van Lissabon aan de monding van de Taag,
bij Cabo Espichel, Cabo Raso en Cabo da Roca
(het westelijkste puntje van het Europese continent)
voor mij een metafoor voor de grenslijn
tussen dood en leven, verleden en toekomst.
Het was héden: tijd voor een hernieuwde positiebepaling,
om een andere koers uit te kunnen zetten.
Mijn tijd als justitiepastor liep ten einde. De bajes
(van het Hebreeuwse beth=huis) is voor mij
een beth ha’midrash, een leerhuis geweest.
Ik heb er mensen leren kennen
aan wie elke verantwoordelijkheid werd ontnomen,
of die met een schuld belast waren
die te zwaar was om te dragen –
en die ofwel daaraan kapotgingen, ofwel
ondanks alles hun menselijke waardigheid behielden.
Ik heb er geleerd hoe hoog de liefde reikt,
hoe diep haar afgrond is –
en hoezeer wij mensen daarvoor terugdeinzen.
Verhalen – ook in de theologie, de bestudering
van de levensbeschouwelijke traditie waarin ik sta –
die verwijzen naar, of cirkelen rondom Iets
dat wel benoemd wordt,
maar zich onmiddellijk ook weer aan benoeming onttrekt.
Het was niet eens zozeer de dood van Luís
als wel de reflectie op onze relatie
en de plaats daarvan in mijn leven
die me weer deden beseffen: ook ik
maak altijd weer omtrekkende bewegingen
rondom iets dat zich niet laat vatten –
een innerlijke horizon. Noem het god, of liefde,
of dood, of de leegte. En het verlangen daarnaar.
En toen ik in 2004, staande op de Waddenzeedijk bij Nes,
tussen Wierum en Peazens-Moddergat,
over de horizon probeerde te kijken
en de eilanden als voetstappen over de einder zag gaan,
ontdekte ik dat de vuurtorens van Ameland en Schiermonnikoog
precies dezelfde lichtcodes hadden
als de vuurtorens van Cabo Raso en Cabo da Roca.
En ik wist dat ik in die leegte maar eens moest gaan wonen.
Pas nu het donker wordt kan ik de tekens lezen
waarvan ik al bij daglicht wist dat ze er zijn.
Is 't jouw handschrift, tegen de horizon geschreven?
Bedankt, de boodschap is begrepen: ik zal er zijn!
Abonneren op:
Posts (Atom)







