Posts tonen met het label homunculus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label homunculus. Alle posts tonen

zaterdag 21 december 2013

Eind van het jaar, tijd om terug te blikken. Niet noodzakelijkerwijs op slechts het afgelopen jaar - per slot van rekening hebben ontwikkelingen een langere adem.

Ik voel me thuis in dit huis. Dat was een jaar geleden wel anders. Stijf van de stress, na een driedubbele verhuizing voorafgegaan door het organiseren van een dorpsfeest, lag ik hier de eerste weken nachtenlang op het randje van de slaap, de oren gespitst op elk onbekend geluid dat onraad kon betekenen. Geritsel, gekraak, een bonk. Mijn geest had zich nog lang niet om dit enorme pand kunnen vouwen, veel ruimtes, hoeken en gaten vielen buiten mijn controle - voor mijn gevoel tenminste. En als er dan een steenmarter donderjaagt over de dakspanten en achter het plafond (terwijl je niet weet dat het zo'n beest is), dan zit je om de haverklap rechtovereind in bed. Inbrekers? Instortende muur? Omvallende schoorsteen?

Het riep primordiale angsten in me op. Als ik ooit dement wordt, komen -vrees ik- die angsten weer de kop opsteken. Niet te veel bij stil staan. Die periode is nu voorbij. Het huis heeft de zware herfststormen goed doorstaan. En áls zo'n hoge boom van het kerkhof door mijn schuurdak valt, heeft de Hervormde gemeente van Paesens een daverende schadeclaim te verwachten. Ik ben overigens verzekerd.

Ik voel me thuis in Friesland, nu, na bijna tien jaar. En hierover ben ik minder gerust. Het betekent namelijk ook dat de spanning uit deze vrijwillige ballingschap weg is. Die spanning heeft de afgelopen jaren als een motortje gewerkt dat mij aan de gang hield, me heeft aangejaagd, en waardoor ik ook af en toe zelfs uit de bocht dreigde te vliegen. Ik moet opnieuw op zoek naar het putje waaruit ik kan scheppen.

De projecten HOMUNCULUS en VIDE/VOID hebben me veel inzicht, en zelfs een expositie in Groningen opgeleverd. HOMUNCULUS had ik nodig om los te komen van de samenwerking met Katja Berkenbosch (terugdenkend aan die desastreus verlopen expositie in het Glazen Huis in 2011), een samenwerking waar ik bergen tijd en energie heb gestoken, maar waar niets voor terugkwam. Integendeel: ik werd erdoor van mezelf vervreemd, en moest opnieuw uitvinden hoe ik me verhoud tot de materie. Dat heeft tot verdieping geleid, gelukkig.

Met VIDE/VOID heb ik zoiets als een mijlpaal bereikt, wellicht zelfs een eindpunt. Ik weet nog niet hoe ik vanaf hier verder ga, al heb ik wel wat ideetjes. Duidelijk is wel dat nu een periode van consolideren is aangebroken. Dat ik beeldend kunstenaar ben is nu wel duidelijk, met name ook omdat galerie Forma Aktua in Groningen me eigener beweging heeft gevraagd de serie HOMUNCULUS te komen exposeren, en dat doen ze niet zomaar! 

Mijn eigen expositieruimte gaat in maart functioneren voor een breder publiek, tijdens de Kunst-aan-huis open-atelierroute Lauwersland. Wat ik daarna met die ruimte ga doen weet ik nog niet: alleen eigen werk uitstallen, of ook werk van anderen en dan meer aan de weg timmeren met publiciteit en zo.

Er blijven nog wel wat vragen en twijfels hangen. De komende tijd vul ik deze overwegingen wellicht nog aan.

zondag 3 februari 2013

Ook al is het vandaag niet te zien (het is grijs, druilerig en winderig weer, maar gisteren scheen de zon)- de lichtval hier in huis is weer hetzelfde als toen ik het huis kocht, in oktober vorig jaar. De donkerste dagen zijn voorbij, we gaan op weg naar het licht.

Uit De architectonische ruimte van Dom Hans van der Laan osb: "Om een tijdsduur te ervaren, moeten twee momenten uit de tijd worden gelicht en met elkaar in verband worden gebracht, waar wij door ons geheugen toe in staat zijn." 

Bij het project HOMUNCULUS heb ik elk sculptuurtje bij wijze van titel voorzien van een getal. Dat getal, met een decimaalpunt ongeveer in het midden, is de notatie van een bepaald tijdstip (dat verwijst naar een gebeurtenis die in mijn persoonlijke leven van groot belang is) volgens het Julian Date system (afgekort: JD). Het Julian Date system, dat overigens niets te maken heeft met de Juliaanse kalender, wordt gebruikt in de sterrenkunde en aanbevolen door de Internationale Astronomische Unie. Als begindag wordt 1 januari van het jaar 4713 v.Chr. vanaf 12 uur Greenwichtijd genomen. De juliaanse dag en delen daarvan (de Julian Date) worden als tijdsaanduiding gebruikt in de astronomie, bijvoorbeeld bij satellietwaarnemingen. Het kan ook gebruikt worden om het tijdsverschil tussen twee afzonderlijke gebeurtenissen snel te berekenen. Door twee zulke datumgetallen van elkaar af te trekken wordt de tijd tussen twee historische gebeurtenissen berekend. Ook als ik het HOMUNCULUSproject voortzet, zal elk sculptuurtje op de een of andere manier gerelateerd zijn aan de andere. Die relatie, het verband tussen de verschillende sculptuurtjes, ben ik zelf: mijn leven, mijn geheugen, mijn 'persona'.

Dom Van der Laan verwijst naar onze ervaring van tijd om iets te verduidelijken over onze ervaring van ruimte: "Voor ons is het oppervlak der aarde horizontaal, zonder dat er een ander horizontaal vlak aan beantwoordt. Wij kunnen onze ervaring van het aardoppervlak vergelijken met die van het 'nu' van de tijd, want ook dat 'nu' is het enige fenomeen dat wij van het tijdsverloop ervaren. Het doet zich voor als een scheiding tussen het verleden zonder begin en de toekomst zonder einde. (...) Zo kunnen wij ook de uitgebreidheid van de ruimte slechts waarderen, als wij oppervlakten aan elkaar kunnen laten beantwoorden, waar wij door ons voorstellingsvermogen toe in staat zijn."

Wij zijn mensen, behalve lichamelijke ook geestelijke wezens, met zintuigen en verstand, doordat wij (in tegenstelling tot levenloze voorwerpen) een relatie kunnen aangaan met de ruimte om ons heen. Wij brengen verticale scheidingen aan in de horizontaliteit van de oneindige ons omringende ruimte, en daarmee 'humaniseren' wij die ruimte. Dit is precies waar de architect zich mee bezig houdt.

Een moment van verheldering op een schemerige zondagmiddag, dank zij Dom van der Laan! Het gaat mij, in mijn werk, niet eens zozeer om de beelden die ik maak: het gaat me veel meer om wat die beelden doen met de ruimte waarin ze geplaatst zijn. Ik wil beelden maken die geen ruimte innemen, maar ruimte schéppen- en verwijzen naar de leegte. Ik wil ménsenbeelden maken!

donderdag 4 oktober 2012

"Niet alleen je werkruimte is je atelier - je state of mind, je state of being zelfs, zijn 't nog veel meer!" schreef ik op 1 juli 2012. Ik was toen bezig met de eventuele aankoop van een huis met atelierruimte - een hele kleine atelierruimte om eerlijk de waarheid te zeggen, nauwelijks groter dan wat ik had (en nu nog even heb). "Het atelier stopt niet bij de drempel, het loopt door... het land daarachter, ver voorbij de horizon." was ik van plan daar in het vensterglas te graveren. Alles om me er aan te blijven herinneren dat je denkruimte, je gevoels- en belevingsruimte je werkelijke werkruimte zijn. Maar ook om mezelf te verzoenen met een concrete werkruimte die niet veel voorstelde.

Nu is dat niet meer nodig. Nog even en ik heb de beschikking over een atelier dat minstens vier keer zo groot is als wat ik nu heb! Mét nog een kleinere werkruimte ernaast. Morgen ga ik de sleutel halen van mijn nieuwe huis, dat op een heel andere plek staat. Nóg noordelijker...



Maar het blijft natuurlijk waar, wat ik afgelopen zomer schreef. Hoe groot en goed geoutilleerd je atelier ook is - het gaat om je manier van kijken, je manier van denken en voelen, de manier waarop je ruimte (zowel innerlijke als uiterlijke) beleeft. De manier waarop je in het leven staat, dat is de basis. En die basis heb ik, mag ik nu na zoveel jaar eindelijk wel zeggen, geloof ik.

KunstKantoor 2012 is ontruimd. De andere twee HOMUNCULI, nr. 2450820.833333 en nr. 2451362.958333 heb ik ook maar in mijn portfolio opgenomen, naast die met dat ei. Ook die twee hebben hun functie in het geheel, en zó slecht zien ze er nu ook weer niet uit!

zondag 16 september 2012

Toch valt het me mee. Toen ik van de week de ruimte binnenstapte waar mijn drie homunculi staan opgesteld, vond ik ze mooi. Ze hebben inderdaad iets heel fragiels, iets heel breekbaars, terwijl ze toch een krachtig verhaal neerzetten. Ik hoor zowel van bezoekers als van de andere exposanten positieve geluiden. "Is er iets platvloerser denkbaar dan een voetafdruk in de aarde... En dat jij daar dan zoiets spiritueels van weet te maken!" hoorde ik van Bouke Halma, maar niet alleen van hem. Een mevrouw: "Dat je zoiets gewoon máákt!" Tja mevrouw, ik sta er zelf ook wel eens versteld van... ;)

Ik ben gevraagd om, ter afsluiting van de expositie begin oktober een kleine lezing te houden over mijn werk, en over homunculus in het bijzonder. Dat is dan de tweede keer dat ik een actieve inhoudelijke bijdrage mag inbrengen op een bijeenkomst van ARTchipel (de eerste keer was de documentaire over Anselm Kiefer, begin dit jaar). Dat dwingt me om weer eens op papier te zetten wat er achter schuil gaat aan kijk op symbolen, maar ook neurowetenschap en zelfreflexie, herinneringen en emotionele beleving, duiding van de eigen persoon en eigen leven. Hier blijkt maar weer dat kunst maken voor mij een manier is om te proberen mijzelf in kaart te brengen- kunst als een manier waarop wij, mensen, onszelf en onze plaats in het geheel trachten te verstaan.

Het menselijk brein is zo 'n plek in het universum waar het universum zichzelf probeert te begrijpen, en daar probeer ik, in alle bescheidenheid, een klein steentje aan bij te dragen.

vrijdag 7 september 2012


De drie homunculi op de expositie ZomerKunstKantoor 2012, de hele maand september in Dokkum. Geen beste foto: tegenlicht, en dan die tuin achter dat spiegelende raam, maar het geeft een indruk. De meest rechtse homunculus staat al in galerie the idea of north, de andere twee nog niet. Ik betwijfel of ze daar ooit in komen te staan: ze bevallen me niet. En wat mij op het eerste gezicht niet onmiddellijk bevalt is niet goed genoeg. Dat ze toch op deze expositie staan is om te zien hoe er op gereageerd wordt. Tot nu toe is er nog niet of nauwelijks op gereageerd, en dat is een veeg teken. De meest rechtse, die met dat ei, valt ook bij het publiek goed in de smaak, en dat bevestigt mijn gedachte: die mag blijven. Omdat dat zo zielig is voor die andere twee worden ze hierbij nog even uitgelicht:



vrijdag 17 augustus 2012


Het atelier stinkt naar verf van de HEMA. Sokkeltjeschilderen. Hoort er ook bij.  Ten behoeve van de groepsexpositie van onze kunstenaarsgroep ARTchipel, de hele maand september in het pand aan de Vleesmarkt nr 13 in Dokkum, recht tegenover het oude Raadhuis aan de overkant van het water. Kijk maar op www.artchipel.nl . Ik zit er elke donderdagmiddag. HOMUNCULUS is er te zien. Als ik godverdomme het vuur eens in mijn voetstappen durf te zetten!

(En nu moet er een stukje volgen over mijn lidmaatschap van ARTchipel, over hoe dat zo gekomen is, en hoe zich dat verder ontwikkelt. Dat heeft te maken met mijn zelfbeeld, mijn zelfverstaan als kunstenaar, dus met al mijn onzekerheid, mijn minderwaardigheids-complex, de 'opmerkelijke' manier waarop ik soms reageer op mensen en situaties, even zo 'opmerkelijke' reacties van mensen op mij, enzovoort. Daar heb ik dus even tijd voor nodig. Want hoewel ik weet hoezeer dat constituief is voor wie ik ben in deze wereld, als kunstenaar en als medemens - ik blijf het moeilijk vinden om daar de juiste, uitgewogen woorden voor te vinden. Dat komt dus nog wel, vermoedelijk. Nu voorlopig alleen maar: sokkeltjeschilderen - want op zo'n sokkeltje staat de hele boel te kijk.)


woensdag 8 augustus 2012

De komende week wordt basiskamp Amsterdam ontruimd. Er is nog geen nieuw basiskamp, behalve het huidige. Dit is een periode van opnieuw positie bepalen, koerslijnen uitzetten, met de blik op het noorden, op de Leegte. Onzekerheid ook, onvastheid. Maar ook: bevrijding.

Daar naast staat dat ik volgende maand weer eens exposeer: samen met de anderen van kunstenaarsgroep ARTchipel de hele maand september in Dokkum. KunstKantoor 2012 noemen we het gebeuren. HOMUNCULUS zal er te zien zijn, als ik tenminste op tijd klaar ben met de huidige werkzaamheden. 

En dan zal ik eindelijk die mist van traditionalistisch symbolisme, die me de afgelopen anderhalf tot twee jaar uit koers heeft gehaald als gevolg van de samenwerking met iemand anders, achter me kunnen laten. Het kroop in mijn systeem en het vervreemde me van mezelf, die veel te voor de hand liggende overgeësthetiseerde plaatjessymboliek.  Het benauwde me, dus moest het er uit. 
Die functie heeft HOMUNCULUS gehad: een bevrijding van ideologie, een terugkeer naar de concrete werkelijkheid, het verhaal van de eigen, zelfbevochte ervaring. Die persoonlijke ervaring gaat niemand wat aan - dat is het putje waaruit ik schep, niets meer (maar ook niets minder). Die persoonlijke ervaring moet in mijn werk dan ook niet aan te wijzen zijn, al moet ze er wel de basis van zijn.
Terug ook naar de realiteit van de concrete materie, die niet gedwongen zou mogen worden 'symbool' te zijn 'van iets'. Dat 'symbool'-zijn 'van iets' door de materie, en die anekdotische verwijzing naar persoonlijke ervaring, heb ik moeten botvieren, moeten uitleven op de materie, om daar van af te komen. Dat werd HOMUNCULUS.

Als materie bevrijd wordt uit om het even welke context en haar eigen verhaal mag vertellen, ontstaat er meer ruimte voor onze verbeelding, hoe paradoxaal dat ook klinkt. Ook hier geldt: als de menselijke geest zich laat ontregelen, verhinderd wordt gebaande (in dit geval: traditionele) paden te betreden, dan komt de creativiteit los. Dan gaat onze eigen menselijke geest veel welsprekender haar verhaal vertellen. 
En als dat verhaal common experience vertelt, algemene ervaring van de paradoxaliteit van het menszijn, dan wordt dat verhaal vanzelf symbolisch. Maar dan op een dieper, bevrijdender, humaner niveau. Dwing de materie niet 'iets voor te stellen'. Laat de materie zichzelf zijn- dat is, met andere woorden: wees jij jezelf! Bevrijding van de materie is bevrijding van de geest. Spiritualiteit is concreet!

De mist trekt op, ik kom terug op koers.

vrijdag 27 juli 2012

Het is loeiheet, in en om het atelier. Na de eerste zomerse week van dit jaar bouwt zich spanning op. Het broeit. Loodgrijs is de lucht, het wachten is op ontlading.



Weer dat lood. En weer die hitte... Stagnatie? Gevolgd door transgressie? Transmutatie, transformatie? Gewoon: transpiratie!

(Dit gaat niet alleen over het weer. Het gaat ook over de kunst. En over de langverhoopte verplaatsing van het basiskamp.)

zaterdag 5 mei 2012

Ik heb in mijn leven een paar momenten gehad van inzicht: momenten waarop er geen tegenstelling, geen dichotomie, geen dualiteit bestond - zelfs niet tussen dood en leven. Momenten waarop denken en voelen samenvallen, momenten waarop de wereld eeuwenoud is en jong, fris en nieuw. Momenten van wat ik noem: het eerste licht. Momenten waarop je ziet dat alles is zoals het is, en dat het goed is.

Over die momenten gaat het HOMUNCULUS-project.

En dwars daar tegenin: een verschroeiende woede laait in me op als ik bijvoorbeeld denk aan de kinderen die (vul zelf maar in - het is 4/5 mei).
Ook dáár moet het over gaan. Ik bedoel: over de schamperlachwekkende, tenhemelschreiende zinloosheid van alles.

donderdag 29 maart 2012

Het stinkt in het atelier. Ik boor gaatjes in een bot, een uitgeloogd en uitgedroogd stuk skelet van ik weet niet welk levend wezen. Moeiteloos glijdt het boorkopje door de kalkstructuur. Maar op enige diepte stuit ik op een hardere laag. Ik verhoog het toerental van de boor en zet wat meer druk. Als ik door de hardere laag heen ben schiet het boorkopje in iets zachters, en meteen kringelt er vieze rook op uit het boorgat. Het boorkopje werkt een pulpachtige massa naar buiten, wittig van zichzelf, maar bruinzwart verschroeid, verbrand. Ik ben op het merg gestuit, op wat eens levende materie was...
"Er zijn geen archetypen, er is het lichaam," zegt Lia in Umberto Eco's De Slinger van Foucault (pag. 370-371). Dat lichaam is tastbaar, zichtbaar, je kunt het ruiken, proeven. En als het sterft, dan stinkt het. De rest is fantasie.

zaterdag 17 maart 2012



HOMUNCULUS 2447398.760417


ei
voetstap in verschroeide klei
as







woensdag 14 maart 2012

"Ik weet niet hoe mijn persoonlijke introspectieve beleving
verbonden is met observeerbare processen in mijn brein"
prof. Douwe Draaisma (RuG) over het homunculusprobleem 
in De Metaforenmachine, een geschiedenis van het geheugen. Groningen 2003


Ik weet dat ik leef, hoop, twijfel, dom ben, driften heb en plezier, onzeker ben, zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder. Maar wie of wat is het dat hier "ik" zegt...?


In de meeste theorieën over de werking van het menselijk brein die in de loop der geschiedenis ontwikkeld zijn is er, ondanks alle verklaringen, ergens toch nog een 'klein mensje', een homunculus nodig in dat brein, dat alle impulsen van buitenaf en van binnenuit samenvoegt tot één individueel bewustzijn. Het probleem is dat zo'n homunculus ook zelf weer een breintje moet hebben, en zo kom je in een eindeloze herhaling terecht.


Hedendaagse theorieën over het menselijk brein mogen dan veel geavanceerder zijn, toch is dit homunculusprobleem niet helemaal verdwenen: het menselijk bewustzijn blijkt namelijk geen onderdeel te zijn van het neurale netwerk. Met andere woorden: voor een volledige beschrijving van het menselijk brein is er toch nog een homunculus nodig: datgene wat ik bedoel als ik "ik" zeg, ook al is dat in de structuur van mijn brein nergens terug te vinden...


Ik speel met vuur, bloed, as, beenderen, klei, zwavel, lood, goud, en noem maar op - al die oeroude alchimistische elementen, in uiteenlopende combinaties en technieken, fragmenten en verhoudingen, om ze van hun magie te ontdoen. Ik eigen me die elementen toe en (her)geef ze hun plaats in mijn individuele bewustzijn, mijn geheugen, mijn persoonlijke introspectieve beleving. Om die reden geef ik de homunculi die ik van mezelf maak geen naam, geen titel die iets zou verklaren, of de beschouwer zou kunnen inspireren tot een eigen verklaring - maar een getal. Dat getal verwijst naar iets dat voor "mij" van betekenis is.


Maar... wie of wat is het dat hier "mij" zegt..?



woensdag 15 februari 2012

Toen ik de latex gietvorm eruit gepeuterd had kon ik eindelijk zeggen: "Eindelijk!" Ik heb mijn voetafdruk vastgelegd in gedroogde, gebarsten klei. Let wel: de klei is dus niet gebakken, maar gewoon gedroogd. 
Het gaat om klei waarop ik woon, waar ik dus al heel wat voetstappen heb liggen. Eigenlijk heet dit spul zavel - ik heb er al eens iets over geschreven op deze blogspot. Het is zo fijn als rivierklei ("hollandse rooie"), dus voor bakken niet geschikt. En dat wilde ik ook niet. Ik wilde een natuurlijker manier vinden om zo'n voetstap vast te leggen, te fixeren, waarbij ook die barsten in de klei zouden ontstaan. Hoe ik dat gedaan heb, is het geheim van de smid... Overigens blijf ik daar nog wel even mee door-experimenteren, want misschien kan het nog beter! De voetafdruk gaat een rol spelen in het HOMUNCULUS-project. Binnenkort hoop ik een eerste resultaat te kunnen laten zien.

"Ik denk dat ik mijn hoofd ben," schreef ooit Hans Aarsman, de 'fotodetective' die afgelopen zaterdag uitgebreid geïnterviewd werd in het Volkskrant Magazine. "Ik weet dat er een lichaam aan mijn hoofd vastzit. Ik weet dat er geen hoofd zou zijn zonder dat lichaam. Zo herken ik ook de anderen."
"Dat hoofden zo onlosmakelijk aan personen verbonden zijn, is de reden dat het me nooit gelukt is mezelf terug te zien in het hoofd van een ander. Ik kan me nog zo verwant voelen, het hoofd van een ander blijft altijd het hoofd van een ander."
"Maar een voet niet. Voeten zijn veel minder persoonsgebonden dan hoofden. Anders hadden er net zo goed foto's van voeten in paspoorten kunnen staan. Voeten zie je zo weinig, dat je ze amper van elkaar kunt onderscheiden. Een voet kan van iedereen zijn. En afdrukken van voeten helemaal."

"Dat zal het zijn waarom dat deze foto me zo diep raakt," schreef hij in de serie de aarsman collectie bij een foto in The Guardian, gemaakt na een bomaanslag in een badplaats aan de Rode Zee, Egypte. "Voor hetzelfde geld was het mijn bebloede voetafdruk geweest daar op die stoep. Is het de voetzool zelf die bloed? Nee, dan zou het rood niet zo gelijkmatig verdeeld zijn, rond de wond zou meer bloed zitten. Komt het bloed dan van hogerop, heeft het lichaam dat bij deze voet hoort ergens een gapende wond? Nee, in dat geval zou het rood óm het patroon van de voet zitten en niet erbinnen."
"Er is een bom ontploft, 27 doden en 150 gewonden. Na de explosie zijn de mensen in paniek op de vlucht geslagen. Dan gaat nog een bom af en nog een. Als in het Oosten een menigte mensen begint te rennen, zie je na afloop de straten bezaaid liggen met plastic slippers. Het schoeisel van de armoede, je kunt er niet mee rennen. Ze schieten vanzelf uit, op blote voeten verder. Overal bloed, plassen van bloed. Je stapt erin, wat kan het schelen. Het was al donker toen de bommen ontploften, in het lantaarnlicht zag het bloed eruit als regenwater. 
De volgende ochtend vroeg ziet de fotograaf je voetafdruk. De zon staat nog laag, het strijklicht laat het vuil op de stoep zien, het voegsel tussen de tegels. De sigarettenpeuk onder de teen naast je grote teen, de enige plek waar je bebloede voet de straat niet heeft geraakt."

Tot zover Hans Aarsman. Daarom dus maak ik voeten, voetsporen, voetafdrukken. En om wat Anthony Gormley ooit eens heeft gezegd: "I think for me the body is now as important as abstraction was at the beginning of the twentieth century. It is an attempt to find a vehicle for common experience." Van Anthony Gormley is the angel of the north, hieronder. Aan hen beiden een saluut vanuit atelier the idea of north!




zondag 29 januari 2012

Dit wordt 'm dus niet! Al in september of oktober vorig jaar, tijdens de aanloop naar de expositie LABYRINT of DOOLHOF in het Glazen Huis in Amsterdam, was ik bezig om wat dingetjes uit te proberen voor het HOMUNCULUSproject. 
Dat resulteerde in dit proefstukje dat ik zelfs meegenomen heb naar Amsterdam, 
maar uiteindelijk niet heb geëxposeerd - deels omdat er geen ruimte voor was, deels omdat ik het resultaat al had afgekeurd. Maar ik vind de foto wel aardig, en van je mislukkingen kun je leren, dus zet ik hem hier toch maar neer, voorzien van zelfkritisch commentaar waaruit een en ander wel zal blijken.
Je ziet mijn eigen voetafdrukken (maatje 43) met daarin klodders gesmolten lood. Mijn voetstappen worden door metalen pennen doorboord én opgetild. Op de grond ligt een klompje goud. Lees de symboliek er maar in zoveel als je wilt, ik bemoei me er niet mee!

Het klompje goud is duidelijk nep: het is maar gedeeltelijk verguld en het breukvlak van de kiezelsteen is zwart. Hier wordt dan ook nadrukkelijk geen goud gesuggereerd, maar leegte die verborgen zit achter klatergoud en te dik opgelegde symboliek. Maar zoals het er nu uitziet lijkt het nergens naar! 

Ik dacht me te kunnen laten inspireren door Anish Kapoor, die zich in zijn beeldhouwwerk nadrukkelijk bezighoud met 'binnenkant', met leegte waar je juist volheid verwacht. Dat spreekt mij enorm aan, maar hij kan dat zoveel virtuoser dan ik! Ga maar eens kijken in museum De Pont in Tilburg hoe hij, met niet meer dan zwart pigment de Leegte weet op te roepen - leegte die vrees inboezemt, en tegelijkertijd fascineert en aantrekt (tremendum ac fascinans!) Hier kan ik alleen maar diep mijn hoed afnemen en de meester erkennen. 
Zo, dat weet ik nu dus. Maar ook dat lood moet ik heel anders benaderen. En hoe ik precies mijn voetstappen moet zetten, daar ben ik ook nog lang niet uit. Alleen die metalen pennen, hoe die mijn voetstappen doorboren en tegelijkertijd hooghouden - dat trucje heb ik leuk uitgewerkt en gaandeweg in de vingers gekregen. 


Kijk, zo leer je van je mislukkingen... Dit wordt 'm dus niet. Wat 'm dan wél wordt? Wacht maar af, ik werk gestaag door.