maandag 29 mei 2017

Adriaan van Dis vertelt dat Akiko bericht dat Franz Kafka wrote: A first sign of the beginning of understanding is the wish to die. Ik citeer maar even (uit In het buitengebied).

Ik ben weer kaarten aan het tekenen. Net als veertien jaar geleden toen ik hier pas was komen wonen, en net als in eerdere periodes van verandering en omslag in mijn leven. 'Evocatieve cartografie' noem ik het maar: kaarten van eilanden, kustlijnen, in de omgeving waarin ik leef, of waar ik heimwee naar heb. En daarbij gaat 't wat mij betreft niet alleen over een exacte cartografische weergave van een geografische realiteit, maar ook (en vooral) om de beleving die ik heb van die realiteit, die geografie, die plek. 

Ze zijn 'n symbool, die eilanden en kustlijnen: een land aan de overkant, waar ik naar verlang, of terugverlang, en dat ik (nog) niet kan (of wil) bereiken. Volgens mij gaan die kaarten over de dood, de leegte, die me afstoot en aantrekt tegelijk.

Maar tot welk inzicht (als Kafka gelijk heeft) dat moet gaan leiden...?

Misschien dit. Om in de sfeer van Van Dis' verhaal te blijven: het kunnen hebben van een doodswens onderscheidt de mens van de machine. Beter gezegd: als een machine "dood wil" leidt dat tot zelfvernietiging; een mens echter kan zijn doodswens sublimeren, er kunst van maken bijvoorbeeld.

Is dat 't waar ik mee bezig ben, met die kaartentekenarij?

zaterdag 18 februari 2017

SAVE THE LAST DANCE FOR ME. Dit gaat over de Dood. 

Het is een evergreen, een tophit uit 1960 van The Drifters en sindsdien talloze malen gecoverd, op tekst van Doc Pomus en Mort Shuman. Iemand gunt zijn geliefde te dansen met wie die maar wil, de hele avond, een heel leven lang, maar die laatste dans – die is voor hem: 

“Remember who is taking you home
and in who’s arms you gonna be.
So darling, 
save the last dance for me.”

Wat mij betreft is het de Dood die ons dat zegt. En Gerard Reve heeft me dat laten zien.





Al enige jaren trek ik voetsporen door de (expositie)ruimte en door de tijd: op menselijke voeten gelijkende vormen die als eilanden in de oceaan de ruimte accentueren, en naar leegte verwijzen. Het begon met ORFEUS (2007), die, op zoek naar zijn gestorven lief, alles kon bedwingen – behalve zichzelf. FUGA (2010) bezong met het Wohltemperierte Klavier van Bach de breuk die door alles heen loopt, zelfs door onze dromen. ODYSSEE (2011) hernam het horizonmotief, met het besef dat wij zelf onze uiteindelijke horizon zijn waar wij nooit overheen zullen komen. Maar ook in de drie HOMUNCULUS-assemblages (2012) komen mijn voetstappen weer terug.



Ik zocht een manier om mijn voeten te laten “dansen”: op hun tenen te laten staan zonder dat ze omvielen. Ik vond die manier in het boetseren in was op een armatuur van vijf stukken koperdraad, voor de vijf tenen-middelvoetbeentjes. ‘n Knoop bij het hielbeen, en dan hou je vijf einden koper over waarop de voet kan leunen, of die de staande voet in balans kunnen houden. Zo kregen de voeten aangroeisels, takken, wortelachtige vormen, tentakels die zich uitstrekten. Het werkte, en niet alleen in technisch opzicht: ze spraken me aan, al wist ik niet goed hoe of wat. Er gebeurde iets in me, in mijn ingewanden en in mijn luchtpijp. Mijn voeten begonnen te dansen, maar op wat voor muziek…?


Want er is altijd muziek. Monteverdi’s opera l’Orfeo, Bachs WTK, en dan nu The Drifters. Of nee: muziek van de hedendaagse Vlaamse componist Janpieter Biesemans. Vijf Nippon Waka, vijf klassieke Japanse gedichten door hem op muziek gezet, trof ik aan op de cd LA CAUSE EST AMER van het ensemble Quadrivium. Zij specialiseren zich in laatmiddeleeuwse muziek, maar schuwen het overschrijden van muzikale grenzen niet, blijkens die Vijf Nippon Waka die op hun eerste cd de muziek van het Bourgondische hof afwisselen. Over de bittere kanten van de liefde gaat het: niet bij elkaar kunnen zijn, elkaar misverstaan, eenzaam achterblijven, stille overgave aan de leegte. Prachtige teksten, prachtige muziek! Hierdoor wilde ik me laten begeleiden, bij het boetseren aan mijn dansende voeten.

Voor de allereerste presentatie daarvan, tijdens de open-atelierroute Lauwersland in maart 2017, wilde ik ook die vijf klassieke Japanse gedichten aan het publiek laten lezen, als zijnde een belangrijke inspiratiebron voor het werk. De Japanse versie, met Engelse vertaling, staan in het begeleidende boekje bij de cd – zij het in ons Latijnse schrift. De Japanse tekst in ganji, hiragana, katakana vond ik op het internet. Maar ik wilde ook van elk gedicht een Nederlandse versie. Die wilde ik zelf maken (op basis van het Engels uiteraard; ik beheers het Japans niet), vrij, maar met behoud van de vorm: de Japanse tanka heeft 31 lettergrepen, verdeeld over vijf regels: 5-7-5-7-7. Geen rijm, maat of ritme. Dat moest lukken: zo heb ik ook wel Portugese poëzie in het Nederlands vertaald.

Meteen al bij de eerste regel van het eerste gedicht ging het mis. Het gaat over de eerste ontmoeting van de twee geliefden, en de eerste vonk die overslaat: “I have met my love”. Wat moest dat worden, in het Nederlands? “Ik heb mijn lief ontmoet” kreeg, in allerlei varianten, telkens meer dan vijf lettergrepen, en dat wilde ik niet. Temeer omdat het principe bij de hertaling van de andere gedichten wél te handhaven bleek. Er rolde uiteindelijk één goede zin uit: “Nu ken ik mijn lief”. Maar dat ging over méér dan over gewoon een eerste kennismaking. Het klinkt als een hernieuwd leren kennen, als de ontdekking van een diepere laag in de relatie: pas nú weet ik echt wie mijn lief is…

“Nu weet ik wie gij zijt” luidt de eerste regel van het gedicht HERKENNING van Gerard Reve. Misschien wel het mooiste gedicht uit de moderne Nederlandse literatuur: in vijf regels, een handvol beelden, raakt Reve aan alle grote thema’s van het mens-zijn: jeugd en ouderdom, vriendschap en eenzaamheid, volwassen worden, in traditie staan, liefde, god, en de Dood…

En toen begreep ik waar de gedichten over gingen, waar mijn sculptuurtjes op dansten met die verontrustende aangroeisels die de kop opstaken. Ik hoefde alleen maar het eerste gedicht, over die zogenaamde eerste kennismaking, op het einde te zetten en de cyclus ging over het onvervulbare verlangen naar de (mijn) gestorven geliefde, de stille overgave aan de Leegte, en de openbaring van een diepere laag: een eeuwige Geliefde…

De sculptuurtjes dansen nu over de vloer van de expositieruimte, door een vlak van wit licht, over de bodem van mijn ziel. De gedichten, ook het gedicht van Gerard Reve, zijn te lezen én te horen over de muziekinstallatie. Het geheel is op meerdere niveaus te beleven: begeleidende tekst heb ik tot op het minimum beperkt. De sculptuurtjes zijn en blijven van boetseerwas: een teer, kwetsbaar materiaal, vergankelijk. Ik zou ze kunnen vereeuwigen door ze in brons te laten gieten. Maar dat doe ik niet, want dan ‘werkt’ het niet meer. En zeg nou zelf: wat is ‘voor eeuwig’? Onze beelden? Schoonheid? Liefde…?

Ik heb er een haiku bij gemaakt:

verhaaltje van niks
hoef je niet te onthouden – 
spoor in vroege sneeuw



THE LAST DANCE was voor het eerst te zien tijdens Kunst-aan-Huis, de open-atelierroute Lauwersland, op 11/12 en 18/19 maart 2017, in mijn expositieruimte aan het Bakkerssteechje te Paesens. Daarna, voor zolang het duurt, op afspraak en op goed geluk. Uiteindelijk zullen de sculptuurtjes worden vernietigd.

Nix (niks) is een Latijns woord voor sneeuw

maandag 3 oktober 2016

AANKONDIGING

In maart 2017 doe ik weer mee aan KUNST-AAN-HUIS, de open-atelierroute Lauwersland. Met nieuw werk, uiteraard! Hou de Facebook pagina van Studio True North in de gaten.

zondag 27 september 2015

En in Japan ben ik.

Mono no aware: een begrip uit de Japanse cultuur, dat verwijst naar de schoonheidsbeleving van dingen die- nee, juist omdát ze vergankelijk zijn. Schoolvoorbeeld is de kersenbloesem: daar geniet men van, niet zolang het nog kan, maar juist omdat men weet dat de bloesems morgen kunnen verwaaien op de wind. De vergankelijkheid voegt een dimensie toe aan de schoonheid. Je zou het Japans kunnen vertalen met: 'de hartverscheurendheid der dingen', zoals ook wij wel zeggen dat iets hartverscheurend mooi is. Ik zie grote overeenkomst met het Portugese saudade, al zullen waarschijnlijk zowel de Japanner als de Portugees het niet met me eens zijn.

Ik lees Saigoku, een boek over de pelgrimstocht langs 33 tempels bij Kyoto. Tekst van Cees Nooteboom, prachtige foto's van Simone Stassen. En ik luister naar de cd La Cause est Amer van het ensemble Quadrivium: Middeleeuwse liefdespoëzie uit de Lage Landen, afgewisseld met vijf Japanse gedichten, op hedendaagse muziek gezet, over de bitterzoete kanten van de liefde. Die Japanse gedichten (waka, of tanka, zevenregelig, 5+7+5+7+7 lettergrepen) zijn de inspiratiebron voor een serie sculptuurtjes waaraan ik ben begonnen.

En daar ga ik nou eens lekker een heel jaar voor uittrekken: voor het uitwerken van die sculptuurtjes, en voor de presentatie er van. Ze worden van boetseerwas, omdat ook dit maar van tijdelijk van aard is.

dinsdag 21 juli 2015

VIDE/VOID is als een koan: een kernachtige weergave van een inzicht in de ware aard van de werkelijkheid en de werking van de menselijke geest. 

Meer kan ik er niet over zeggen. Verder dan dit zal ik wel nooit kunnen komen.




maandag 6 juli 2015

Ik heb de THAMUS! en MATER/MATRIX uit mijn portfolio verwijderd.

donderdag 9 april 2015

Ik vond 'm op een pornosite (tja...) maar ik werd er niet opgewonden van in seksuele zin. Ik vond het een prachtig filmpje: een vertraagde opname van een erecte penis die op een kletsnat oppervlak valt en daar blijft liggen, opspattend water tegen een donkere achtergrond. Zeven seconden duurt de clip. Ik heb 'm gedownload.

En natuurlijk ben ik in de Nieuwe Keek in Amsterdam geweest om het videowerk van Bill Viola te zien: Fire Woman en Tristan's Ascension (The Sound of a Mountain Under a Waterfall), beiden uit 2005. Monumentaal, indrukwekkend. Inspirerend ook, in oppervlakkige zin: "Dat kan ik ook!" dacht ik, en dat werd Thamus!

Maar het slaat natuurlijk als een tang op een varken. Of als een lul op een ijstaart, zo je wilt. Ik moet kappen met deze onzin!