Nog even over dat jonge stel, waar ik de vorige keer over blogde. Tijdens ons gesprek, boven op de zeedijk, vroegen ze mij hoeveel de overtocht naar Schiermonnikoog zou kosten. Ik kon het ze niet vertellen. Ik ben daar namelijk nooit geweest. Ik kan het eiland iedere dag zien liggen, daar aan de horizon, maar ik ga er niet naar toe. Ik wil over het eiland kunnen dromen, er naar verlangen eventueel, maar er niet zijn. Dat zou zelfs op een desillusie kunnen uitlopen, als je maar lang en intens genoeg droomt. Het verlangen is waardevoller dan de vervulling, de illusie rijker dan de realiteit. Dat vonden zij ook wel een mooie gedachte.
Ach, ik had ze gewoon moeten laten geloven dat die meeuwen flamingo's waren!
woensdag 28 augustus 2013
zondag 25 augustus 2013
Over vogels. En over illusies, en hoe dat allemaal voorbijgaat. Ik reed van Dokkum, via Hantum, Ternaard, het Skoar, Wierum en Nes naar huis terug toen ik, even buiten Nes, tot stoppen gemaand werd door twee wielrenners en drie brommerrijders in de berm van de Wierumerwei. Ik stapte uit om te informeren waarmee ik zou kunnen helpen toen ik het al zag: in het gras langs de kant van de weg zat een enorme buizerd, kwaad om zich heen kijkend. "Die is niet gelukkig," zei ik, "want dan zat-ie hier niet!" Dat was het gelegenheidsgezelschap met me eens, maar wat ze er dan mee aan moesten, vroeg men zich af. Ik heb ze voorgesteld te bellen met de Fûgelpits, het vogelopvangcentrum daar in de buurt. Dankzij de smartphone was het nummer gauw gevonden en het contact gauw gelegd. Er zou een chauffeur met een wagen met de benodigde materialen naar de aangeduide plek gestuurd worden, maar dat zou nog wel even kunnen duren. Zo'n vogel pak je niet zo maar even op om hem naast je in de auto even weg te brengen - dat wordt een bloedbad. De buizerd was dan blijkbaar wel vleugellam, maar nog lang niet buiten westen. Inmiddels had niemand zin om voor onbepaalde tijd bij het gewonde dier te blijven wachten. Ik ook niet. De drie brommerrijders stapten 's op, en ook ik zocht mijn wagentje weer op, de beide racefietsers beteuterd achterlatend. Of zij de gewonde vogel uiteindelijk ook aan zijn lot hebben overgelaten, en of ze bij de Fûgelpits het dier nog hebben weten op te lappen, ik weet het niet.
Maar het beeld staat nog op mijn netvlies: dat machtige beest, die enorme maar lamme vleugel, die woedend-wanhopige blik in het felle oog, de scherpe snavel... Machteloos langs de kant van de weg. Zelfs de sterksten sterven uiteindelijk net zo'n miserabele dood als de rest van ons.
Een paar dagen eerder liep ik, rond zonsondergang, naar de zeedijk. Dat moet afgelopen dinsdag geweest zijn: er was door werkzaamheden bij Metslawier een kabel kapot getrokken en er was geen radio, televisie, internet of telefoonverkeer mogelijk; heerlijk rustig! Wie daar in elk geval geen last van hadden, en zich er zelfs niet van bewust waren, was een jong stel met een klein dochtertje dat hun huifkar geparkeerd had op de Achterwei. Ik sprak ze, later, toen ik op mijn bankje zat, op de dijk en zij van de kwelder af kwamen. Ze bleken met die huifkar de hele zomer rond te trekken, van Belgisch Limburg langs het Nederlands-Duitse grensgebied en via Drente Friesland in. Ze bleven hier twee dagen staan, daarna was de bedoeling om via Lauwersoog Groningen in te trekken. Ze hadden Denemarken als doel op het oog. Een beetje kinderlijke indruk maakten ze op me: een rondreizend poppentheater in een sprookjeswereld waarin ze zelf geloofden. Ze vonden het hier prachtig. En ze hadden zulke mooie vogels gezien, daar aan het eind van de strekdam, op het wad! "Zijn dat misschien flamingo's, meneer?" Tja.
Ik heb ze uitgelegd dat flamingo's in dit deel van de wereld niet voorkomen, in het wild. En dat die mooie roze kleur waarschijnlijk veroorzaakt werd door het licht van de ondergaande zon.
Ook de machtigsten sterven, en ook de mooiste illusies verwaaien. Laten we , ondanks alles, toch maar in onszelf en in elkaar blijven geloven. Een ronddraaiend poppentheater met wij zelf als Jan Klaassen, meer is het niet. Maar het is alles wat we hebben. En wie van ons lukt het de leegte werkelijk onder ogen te zien...?
Toen ik, na dat gesprek, weer thuis kwam bleek de televisie etc. het weer te doen. De wereld draait gewoon door.
Maar het beeld staat nog op mijn netvlies: dat machtige beest, die enorme maar lamme vleugel, die woedend-wanhopige blik in het felle oog, de scherpe snavel... Machteloos langs de kant van de weg. Zelfs de sterksten sterven uiteindelijk net zo'n miserabele dood als de rest van ons.
Een paar dagen eerder liep ik, rond zonsondergang, naar de zeedijk. Dat moet afgelopen dinsdag geweest zijn: er was door werkzaamheden bij Metslawier een kabel kapot getrokken en er was geen radio, televisie, internet of telefoonverkeer mogelijk; heerlijk rustig! Wie daar in elk geval geen last van hadden, en zich er zelfs niet van bewust waren, was een jong stel met een klein dochtertje dat hun huifkar geparkeerd had op de Achterwei. Ik sprak ze, later, toen ik op mijn bankje zat, op de dijk en zij van de kwelder af kwamen. Ze bleken met die huifkar de hele zomer rond te trekken, van Belgisch Limburg langs het Nederlands-Duitse grensgebied en via Drente Friesland in. Ze bleven hier twee dagen staan, daarna was de bedoeling om via Lauwersoog Groningen in te trekken. Ze hadden Denemarken als doel op het oog. Een beetje kinderlijke indruk maakten ze op me: een rondreizend poppentheater in een sprookjeswereld waarin ze zelf geloofden. Ze vonden het hier prachtig. En ze hadden zulke mooie vogels gezien, daar aan het eind van de strekdam, op het wad! "Zijn dat misschien flamingo's, meneer?" Tja.Ik heb ze uitgelegd dat flamingo's in dit deel van de wereld niet voorkomen, in het wild. En dat die mooie roze kleur waarschijnlijk veroorzaakt werd door het licht van de ondergaande zon.
Ook de machtigsten sterven, en ook de mooiste illusies verwaaien. Laten we , ondanks alles, toch maar in onszelf en in elkaar blijven geloven. Een ronddraaiend poppentheater met wij zelf als Jan Klaassen, meer is het niet. Maar het is alles wat we hebben. En wie van ons lukt het de leegte werkelijk onder ogen te zien...?
Toen ik, na dat gesprek, weer thuis kwam bleek de televisie etc. het weer te doen. De wereld draait gewoon door.
zondag 11 augustus 2013
Inmiddels weet ik heel wat meer over de kunstenaar die vóór mij dit huis bezat, en het raadselachtige houtsnijwerk op de voormalige winkeldeur heeft gemaakt. Zijn naam is Felix Droese (zie www.felixdroese.de). Hij werd in 1950 geboren in het Duitse Singen. Hij was leerling van o.a. de grote Joseph Beuys...! Ik heb hier voor me een boek liggen over zijn werk, foto's en teksten, en dat ziet er heel boeiend uit. Ik denk niet dat ik ooit een waardige opvolger zal zijn, maar zijn werk boeit me wel.
Coda Museum Apeldoorn heeft een korte documentaire (ongeveer 18 minuten), een gesprek met Felix op YouTube gezet: http://www.youtube.com/watch?v=NdPayGFH2xo
Coda Museum Apeldoorn heeft een korte documentaire (ongeveer 18 minuten), een gesprek met Felix op YouTube gezet: http://www.youtube.com/watch?v=NdPayGFH2xo
woensdag 31 juli 2013
Terwijl VIDE,VOID in mij broedt en naar concretisering groeit (her)lees ik Anna Enquist: Contrapunt. Twee relevante citaten:
"Het vermogen om patronen te horen in een serie precies gelijke pieptonen is aangeboren. We kunnen niet anders. Het structureren is een eigenschap van onze hersenen, van ons, een overlevingsstrategie, een ziekte. Zo maken we van de ongeorganiseerde, troebele soep om ons heen een herkenbaar en vertrouwenwekkend decor. We weten helemaal niet meer dat er niets van klopt, dat we zelf voor de herkenbaarheid en het vertrouwen zorgen. Je zou onderzoek kunnen doen naar de samenhang tussen structureringspatronen en persoonlijkheidskenmerken. Waarom hoort de één een vierkwartsmaat, de ander een zesachtste?
Waarom moest ze dit alles denken, het sloeg toch nergens op?"
En de slotzin: "Binnen die leegte bevindt zich alles."
(Eigenlijk is dit niet de slotzin, er volgt er nog één. Maar die is de samenvatting van het boek, en voegt verder niets toe.)
"Het vermogen om patronen te horen in een serie precies gelijke pieptonen is aangeboren. We kunnen niet anders. Het structureren is een eigenschap van onze hersenen, van ons, een overlevingsstrategie, een ziekte. Zo maken we van de ongeorganiseerde, troebele soep om ons heen een herkenbaar en vertrouwenwekkend decor. We weten helemaal niet meer dat er niets van klopt, dat we zelf voor de herkenbaarheid en het vertrouwen zorgen. Je zou onderzoek kunnen doen naar de samenhang tussen structureringspatronen en persoonlijkheidskenmerken. Waarom hoort de één een vierkwartsmaat, de ander een zesachtste?
Waarom moest ze dit alles denken, het sloeg toch nergens op?"
En de slotzin: "Binnen die leegte bevindt zich alles."
(Eigenlijk is dit niet de slotzin, er volgt er nog één. Maar die is de samenvatting van het boek, en voegt verder niets toe.)
donderdag 11 juli 2013
Ik heb een mens zien sterven.
"...tiefer, tiefer Einsamkeit."
"...tiefer, tiefer Einsamkeit."
vrijdag 21 juni 2013
Voordat het in de vergetelheid verdwijnt - naar aanleiding van wat ik schreef op 6 mei jl. kreeg ik een leuke reactie, met op het eind een paar mooie woorden over mijn werk. Hieronder de tekst, opdat die niet verloren ga:
From: Lotti Heyboer
Subject: Blog, Heyboer en voeten
Date: Monday, 03/06/2013 7:48 AM
Dag Wouter,
Ik kwam via een zoektocht naar iets heel anders per ongeluk in je blog terecht. Dat maakte me heel blij, wat (en vooral hoe) je over Anton Heyboer schreef! Ik probeer al een aantal jaren om hem weer bekend te laten worden als de kunstenaar die hij werkelijk is. Veel daarvan is ondergesneeuwd, maar ik vind het belangrijk dat dat weer algemeen gekend wordt. Volgens mij is het belangrijk voor een cultuur dat dit soort waarden er deel van worden.
Door de tentoonstelling in Haarlem heb ik zelf ook heel veel geleerd over die periode. Ik heb er zelf aan meegewerkt, omdat wij hier natuurlijk toch het meest over hem weten. Maar heel veel gebeurtenissen en feiten wist ik niet. Het heeft heel veel dingen duidelijk gemaakt. Ik weet nu ook (zover dat kan) wat er in de inrichting echt gebeurd is. Waarom hij daarheen ging en waar hij doorheen ging. Het was tot nu toe een puzzel waar veel stukjes van misten, maar nu is het meeste ingevuld. In ieder geval zoveel, dat ik een beeld heb gekregen.
Hierna komt nog een taak voor me, als deze gelukt is: tonen dat de latere kleurrijke tekeningen net zo goed belangrijk zijn. Het lijkt wel of iedereen óf het een kan zien, óf het ander, of die oude meester, of die latere xx. Dat xx..., ze hebben er allerlei namen voor bedacht. Clown, charlatan, gek en weet ik veel. Ik ga het zelf maar niet invullen. Als ik alle namen in 1 woord kon vangen, zou het misschien kunnen. Maar elke naam apart doet hem erg tekort.
Ik zag je voeten op die gladde vloer. Het is een heel indringend beeld. Wij (Heyboer-clan) zijn eigenlijk niet geschikt om naar kunst van anderen te kijken, Anton deed iets wat zo anders was, dus bijna niets voldoet voor ons. Maar dit vond ik mooi.
Lotti
L. Heyboer
Den Ilp 66
1127PG Den Ilp
www.anton-heyboer.nl
webmaster@anton-heyboer.nl
From: Lotti Heyboer
Subject: Blog, Heyboer en voeten
Date: Monday, 03/06/2013 7:48 AM
Dag Wouter,
Ik kwam via een zoektocht naar iets heel anders per ongeluk in je blog terecht. Dat maakte me heel blij, wat (en vooral hoe) je over Anton Heyboer schreef! Ik probeer al een aantal jaren om hem weer bekend te laten worden als de kunstenaar die hij werkelijk is. Veel daarvan is ondergesneeuwd, maar ik vind het belangrijk dat dat weer algemeen gekend wordt. Volgens mij is het belangrijk voor een cultuur dat dit soort waarden er deel van worden.
Door de tentoonstelling in Haarlem heb ik zelf ook heel veel geleerd over die periode. Ik heb er zelf aan meegewerkt, omdat wij hier natuurlijk toch het meest over hem weten. Maar heel veel gebeurtenissen en feiten wist ik niet. Het heeft heel veel dingen duidelijk gemaakt. Ik weet nu ook (zover dat kan) wat er in de inrichting echt gebeurd is. Waarom hij daarheen ging en waar hij doorheen ging. Het was tot nu toe een puzzel waar veel stukjes van misten, maar nu is het meeste ingevuld. In ieder geval zoveel, dat ik een beeld heb gekregen.
Hierna komt nog een taak voor me, als deze gelukt is: tonen dat de latere kleurrijke tekeningen net zo goed belangrijk zijn. Het lijkt wel of iedereen óf het een kan zien, óf het ander, of die oude meester, of die latere xx. Dat xx..., ze hebben er allerlei namen voor bedacht. Clown, charlatan, gek en weet ik veel. Ik ga het zelf maar niet invullen. Als ik alle namen in 1 woord kon vangen, zou het misschien kunnen. Maar elke naam apart doet hem erg tekort.
Ik zag je voeten op die gladde vloer. Het is een heel indringend beeld. Wij (Heyboer-clan) zijn eigenlijk niet geschikt om naar kunst van anderen te kijken, Anton deed iets wat zo anders was, dus bijna niets voldoet voor ons. Maar dit vond ik mooi.
Lotti
L. Heyboer
Den Ilp 66
1127PG Den Ilp
www.anton-heyboer.nl
webmaster@anton-heyboer.nl
donderdag 13 juni 2013
En dan groeit er, zomaar tussen de bedrijven door, een nieuw kunstwerk. De aanleiding is tweeledig. Onze kunstenaarsgroep ARTchipel wil zich presenteren door middel van presentatiedozen, identiek van vorm en formaat, maar door elke kunstenaar individueel vormgegeven en gevuld. En collega-kunstenaar Trix de Waal stond mij haar oude schrijfmachine af, maar wilde in ruil daarvoor een klein kunstwerkje, van 10 bij 10 centimeter.
Wat die doos betreft: de meerderheid van de ARTchipellers koos voor een houten doos in de vorm van een boek. Iemand in Staphorst maakt die dingen voor niet-zo-strenge protestanten die er de (door de kerk scherp veroordeelde) tv-gids in willen verbergen voor de strenge dominee of ouderling die op huisbezoek komt. Het doet denken aan zo'n uitgehold boek waarin in romantische spionagefilms vuurwapens worden verborgen. Maar wat moet ik daarmee? Een doos is een doos, en een boek is een boek, maar een boek dat zich als doos gedraagt of een doos die zich als boek vermomt, dat is raar. Bovendien heb ik al een presentatiedoos: een hele mooie, van aluminium, met mijn naam in het deksel gelaserd. Ik bedoel: met behulp van laserstralen in het deksel getatoeëerd. Die aluminium doos was overigens min of meer de aanleiding voor dat hele presentatiedozenproject, geloof ik. Die houten doos eigen ik mij toe (ik heb er netjes voor betaald, hoor) en maak er iets van dat 'van mij' is.
En die schrijfmachine van Trix, die wou ik slopen. Want ik wou de lettertjes gebruiken om een woord in een plak lood te stansen. Maar dat is een faliekante mislukking geworden. Ik krijg die ouwe schrijfmachine niet uit elkaar, en ik zie nou al dat die lettertjes sowieso te klein zijn voor wat mij voor ogen staat. Dat heb ik inmiddels opgelost door voor een paar tientjes een setje slagstempels te kopen: het hele alfabet, 6 mm hoog, in keihard staal. Werkt prima! Maar Trix krijgt haar kunstwerkje, voorzien van lettertjes van haar ouwe getrouwe Remington. Hoe? Dat is het geheim van de smid! En dat kunstwerkje maak ik in tweevoud: één voor Trix, één voor mij.
Ik zet nog geen foto's van de resultaten op dit blog. Mijn plan is om, na voltooiing van een en ander, van de 'boekdoos' en het 'Trix-kunstwerkje' samen een installatie te maken en daarmee mijn expositieruimte in te wijden. En daarbij komt: ook Trix leest dit blog, en het moet nog even een verrassing blijven wat ze krijgt.
Het weer is omgeslagen. De wind is naar het zuidwesten gedraaid, na wekenlang kil en koud vanuit het noorden te hebben gewaaid. En het is eindelijk gaan regenen.
Wat die doos betreft: de meerderheid van de ARTchipellers koos voor een houten doos in de vorm van een boek. Iemand in Staphorst maakt die dingen voor niet-zo-strenge protestanten die er de (door de kerk scherp veroordeelde) tv-gids in willen verbergen voor de strenge dominee of ouderling die op huisbezoek komt. Het doet denken aan zo'n uitgehold boek waarin in romantische spionagefilms vuurwapens worden verborgen. Maar wat moet ik daarmee? Een doos is een doos, en een boek is een boek, maar een boek dat zich als doos gedraagt of een doos die zich als boek vermomt, dat is raar. Bovendien heb ik al een presentatiedoos: een hele mooie, van aluminium, met mijn naam in het deksel gelaserd. Ik bedoel: met behulp van laserstralen in het deksel getatoeëerd. Die aluminium doos was overigens min of meer de aanleiding voor dat hele presentatiedozenproject, geloof ik. Die houten doos eigen ik mij toe (ik heb er netjes voor betaald, hoor) en maak er iets van dat 'van mij' is.
En die schrijfmachine van Trix, die wou ik slopen. Want ik wou de lettertjes gebruiken om een woord in een plak lood te stansen. Maar dat is een faliekante mislukking geworden. Ik krijg die ouwe schrijfmachine niet uit elkaar, en ik zie nou al dat die lettertjes sowieso te klein zijn voor wat mij voor ogen staat. Dat heb ik inmiddels opgelost door voor een paar tientjes een setje slagstempels te kopen: het hele alfabet, 6 mm hoog, in keihard staal. Werkt prima! Maar Trix krijgt haar kunstwerkje, voorzien van lettertjes van haar ouwe getrouwe Remington. Hoe? Dat is het geheim van de smid! En dat kunstwerkje maak ik in tweevoud: één voor Trix, één voor mij.
Ik zet nog geen foto's van de resultaten op dit blog. Mijn plan is om, na voltooiing van een en ander, van de 'boekdoos' en het 'Trix-kunstwerkje' samen een installatie te maken en daarmee mijn expositieruimte in te wijden. En daarbij komt: ook Trix leest dit blog, en het moet nog even een verrassing blijven wat ze krijgt.
Het weer is omgeslagen. De wind is naar het zuidwesten gedraaid, na wekenlang kil en koud vanuit het noorden te hebben gewaaid. En het is eindelijk gaan regenen.
Abonneren op:
Posts (Atom)