zondag 13 januari 2013

'De natuurlijke buitenruimte is te groot voor ons, daar voelen we ons verloren.'



Ik woon nu een maand of twee op een steenworp afstand van de waddenzeedijk, maar ik ben er nog niet één keer naartoe gelopen en er bovenop gaan staan om naar het uitzicht te kijken.  Ik weet wat me daar te wachten staat, ik ken de uitzichtloze verte (zoals Joost Schmidt dat noemt), de leegte, de diepte. Ik weet wat ik daar zie, en ik weet dat het nooit hetzelfde, altijd weer anders is. Ik zie het als het ware van binnen, zonder er naar toe te hoeven gaan om te kijken. Ik ken het, ik vind het prachtig en het fascineert me. Maar het boezemt me ook ontzag in, bijna angst, een oudtestamentische 'vreze'. 

"De natuurlijke ruimte is te groot voor ons, daar voelen we ons verloren. We moeten daarin dus ruimten afscheiden die precies op ons zijn afgestemd." Ik citeer uit De Volkskrant van vorige week vrijdag, een artikel van Hilde de Haan naar aanleiding van de aankoop door de Vereniging Hendrick de Keyser van een huis in Best, uit 1983, ontworpen door dom Hans van der Laan osb, architect en benedictijner monnik. 

Volgens dom Van der Laan is dit de taak van de architect: in de natuurlijke ruimte ruimten afscheiden die precies op ons zijn afgestemd, en daarmee de wereld bewoonbaar maken. De sleutel daartoe lag volgens hem in de maatvoering van de drie dimensies die een afgescheiden ruimte definiëren. Dat begint al bij de muurdikte: een muur waarvan je alleen de oppervlakte ziet, is niets! 




Het gaat volgens Van der Laan om veel meer dan 'mooie' vormen maken. Het gaat om iets veel essentiëlers: van de natuurlijke ruimte een mensenwereld maken. De theorie van Van der Laan, ontwikkeld in de loop van vele jaren, kreeg z'n neerslag in zijn boek De architectonische ruimte uit 1977. Het schijnt geen lichte kost te zijn, maar ik heb het boek toch besteld en ik wil het de komende maanden gaan bestuderen.

Uiteindelijk draait het bij Van der Laan om het plastisch getal, een verhoudingsgetal vergelijkbaar met de gulden snede, of met de toonladder in de muziek: het beschrijft de orde van verhoudingen tussen elementen als tonen, of afstanden, maar in dit geval dus van ruimtelijke  verhoudingen. Dit plastisch getal paste hij met name toe in de architectuur van 'zijn' abdij Benedictusberg, bij Vaals.




Ook als was ik het werk van dom Van der Laan al veel eerder tegengekomen (toen ik nog studeerde, en nogal eens verbleef bij de benedictijnen in de Adelbertabdij in Egmond), nu wordt mijn nieuwsgierigheid extra getriggerd door die vergelijking met de toonladder. Bij het maken van FUGA (zie mijn portfolio) beschreef ik de barst die ik door het universum zie lopen waar de pythagoreïsche beschrijving van intervallen met verhoudingen van hele getallen niet klopt (een pianostemmer kan precies uitleggen wat ik bedoel). En nu ben ik benieuwd of de theorie van dom Van der Laan in zijn beschrijving van driedimensionale verhoudingen ook zo'n "barst in het universum" te zien geeft. En ik ben benieuwd in hoeverre er een vergelijking te maken is met Japanse tuinarchitectuur, waar het eveneens draait om de spanningsvolle verhouding tussen natuurlijke vorm en menselijke constructie. Dit natuurlijk met in het achterhoofd mijn eigen werk, zoals ORFEUS (zie portfolio): de plaatsing van 'eilandvoeten' in de ruimte, in verhouding tot elkaar en tot de rechte lijn die ik 'de horizon' noem.



zaterdag 15 december 2012



Midden in mijn atelier staat een muur van beton. Hard, koud, kaal, meer dan manshoog. Je kunt er niet omheen (wel er dóórheen want er zit een deur in, maar daar zit een slot op, aan de binnenkant). Het is een groot, leeg vlak beton. En ik heb me voorgenomen dat zo te houden: niets er aan ophangen, niets er tegenaan zetten. Dat zal me nog niet meevallen. Maar dat is wat ik ermee wil: niets. Ik noem het  de leegte

Leegte is iets anders als ruimte: ruimte ga je binnen, wil je gebruiken, inrichten. Ruimte is om te veroveren, te claimen voor jezelf. Ruimte geef je aan de ander, deel je met elkaar. Ruimte kun je scheppen. Ruimte kun je voelen, beleven. Met ruimte kun je alle kanten op. Met leegte kun je dat niet. Met leegte kun je niets. Leegte ís niets.

Altijd weer streven wij, mensen, ernaar van de leegte een ruimte te maken. Lees er de grote verhalen van de mensheid maar op na: eerst wordt er ruimte geschapen en dan, dan gaat het beginnen. Zo gaan al onze verhalen, nog steeds, die scheppingsdrang in ons is onvervreemdbaar.

En toch- elk waar verhaal cirkelt rondom iets dat wel benoemd wordt, maar zich ook altijd weer onttrekt aan benoeming, definiëring, begrijpen -een leegte. Gaandeweg leer ik steeds beter die leegte te respecteren: niet in te vullen, maar uit te houden. Daarom ben ik hier gaan wonen, op het eind van de wereld, waar ‘niets’ te beleven is. Daarom ook dat blok beton waar ik ‘niets’ mee wil.

Toch kan ook ik het natuurlijk niet laten - ik heb een beetje ruimte geschapen in de leegte: ik heb er een lichtje bij gezet. Kerstmis, weet je wel. Maar dat lichtje haal ik ook zo weer weg. En dan leg ik er een steen neer, of een appel. Of een bijl. Of gewoonweg niets. Het liefst helemaal niets. En dat dan onder ogen zien, en gewoon maar zwijgen… Of hooguit Rutger Kopland nog citeren: 

‘…een lege plek voor iemand, om te blijven.’

zondag 25 november 2012



Mysterieuze tekens, iets van "Rätsel" en "Lösungen", in het Duits én in spiegelschrift. Te zien op de achterkant van het houtsnijwerk in de deur waar ooit de winkeldeur van de bakkerij was. Dat houtsnijwerk zelf vormt een soort knoop. Wat is het raadsel van dit huis? Wie zal de knoop ontwarren, het geheim ontcijferen...?



Ik voel me nog steeds niet helemaal thuis in mijn nieuwe huis, al vordert de inrichting ervan voorspoedig. Het wordt mooi, hier binnen! Maar het huis is nog niet "van mij". Er moet nog veel gebeuren: het dak van de beoogde expositieruimte is verkeerd gelegd en dat zorgt af en toe voor lekkage. Daar moet dus een nieuw dak op. Je huis, dat is je basis, daar moet je je zeker en veilig voelen. En zolang dit huis nog niet 'waterdicht' is voel ik me nog niet helemaal zeker en veilig. Vandaag raast de eerste echte herfststorm van dit jaar door de bomen en rond de dakpannen... 

Ach, ik wist dat ik een oud huis kocht, en dat er dus altijd onaangename ontdekkingen te verwachten zijn. En er zijn ook positieve dingen te melden: de laatste verbouwing heeft gezorgd voor  luxe wooncomfort, de inrichting vordert zoals gezegd gestaag, en het wordt zo langzamerhand een warme, gezellige woning. Eindelijk kan ik hier meubels en andere spulletjes kwijt waar ik in Nes en in Amsterdam geen ruimte voor had. In die zin wordt het huis wel steeds meer "van mij".

Hier onder tweemaal het huis: de actuele situatie en op een oude prentbriefkaart. Je ziet het Tsjerkepaad (op Google Maps abusievelijk als Bakkerspaad aangegeven) dat langs huis en schuur naar het kerkhof en de eeuwenoude hervormde kerk loopt; links het huis, met winkeldeur en etalageraam. Op de prentbriefkaart zie je rechts het huis van de buren; op "mijn" huis ontbreekt nog de bovenverdieping, en er is ook nog geen bakkerswinkel gevestigd, zo te zien. Wanneer de verbouwing tot bakkerij, door G. Geertsma, heeft plaatsgevonden weet ik niet- wel dat diens schoonzoon S. Hiemstra de bakkerij op een gegeven moment heeft overgenomen en voortgezet tot 1972. Daarna is er een kunstenaar komen wonen, die het houtsnijwerk in de winkeldeur heeft gemaakt.


Maar welk "raadsel" bedoelde hij? En waar zou de "oplossing" gevonden kunnen worden...?

maandag 5 november 2012



Handen die deeg tot brood kneden, op een vloertegel in de gang van mijn nieuwe huis: een verwijzing naar de geschiedenis er van. Ooit gebouwd als boerderij, in een tijd dat iedereen in het dorp wel een paar koeien of schapen had, werd het later de bakkerij van Peazens. Het huis staat dan ook aan het Bakkerssteechje. Tja, als je achternaam 'Koek' is kun je gaan zwerven zo veel je wil- uiteindelijk kom je toch op het Bakkerssteechje terecht, in de oude bakkerij...

Een bijpassend citaat vond ik bij Nescio, in Titaantjes uit 1914. Natuurlijk vanwege 'Koekebakker', maar ook omdat het kunstenaarschap er op zo'n heerlijk ironische manier wordt gerelativeerd. Ik heb het citaat op mijn adreswijziging gezet. Misschien laat ik die regels nog eens op de muur van de grote zaal schilderen, en wordt dat 'Galerie Koekebakker'!

En dan is er hout. De vloeren van de woonkamer, mijn slaapkamer, het kleine kabinetje en voornoemde grote zaal zijn van echte planken. Prachtig! En ze kraken, zoals het hoort. Hout: je staat er op en het klopt.



Brood. Hout. Klei, steen. De pure materie is zo mooi, zo 'af', vooral ook als het door mensenhanden getransformeerd is tot iets dat met het basale leven zelf te maken heeft. Die realiteit heeft al magie genoeg, daar hoef je geen esoterisch gezwets meer aan toe te voegen. 'Magisch realisme' is kitsch! En spiritualiteit is concreet, tastbaar, lichamelijk.

Mijn nieuwe huis... Het is niet nieuw, bepaald niet. Het heeft een geschiedenis. Het heeft karakter. Daarom voel ik me er nog niet helemaal 'thuis'. Ik moet het huis nog veroveren. Of het huis moet zich nog om mij heen plooien, hoe zeg je dat. En dat niet alleen omdat het zo groot is - als je hier voor het eerst binnen komt verdwaal je echt, dat is al diverse mensen overkomen! Maar ik voel ook dat het huis en ik als het ware nog aan elkaar moeten wennen. Mijn verhaal en het verhaal van het huis vallen niet met elkaar samen. Nog niet. Dat komt nog wel, dat moet groeien, dat heeft tijd nodig. Die tijd moeten we er maar eens voor nemen, het huis en ik.

Mijn ervaring: de beste (en leukste) manier om een huis 'in te wijden' is er seks te hebben. Zoals ik al zei: spiritualiteit is concreet, tastbaar. Lichamelijk!

zondag 21 oktober 2012


De verhuizing komt eraan, maar het duurt allemaal weer veel langer dan ik gedacht, of gehoopt had. Morgen wordt het toekomstige grote atelier professioneel gereinigd, en vindt er overleg plaats over schilder- en behang werk in de woonkamer en nog wat klussen in en om het huis. Wat er al wél is: een etspersje! In één moeite door ook maar even op de kop getikt. Als het 's winters te koud is om in het grote atelier te werken, kan ik altijd aan de gang in het kleine atelier: tekenen, kalligraferen, en voortaan dus ook grafisch werk. Ik heb er zin an!

maandag 15 oktober 2012

In Historisch Centrum Leeuwarden, in de Eekhoffzaal, is momenteel de expositie Saskia, meer dan Rembrandts muze te zien: een collectie moderne schilderijen geïnspireerd op Saskia van Uylenburgh, de vrouw en muze van Rembrandt. Ze komt er in de geschiedschrijving bekaaid van af. Een eenvoudige Hollandse boerendochter, dat is het beeld dat we van haar hebben. Dat was ze niet: ze was afkomstig uit het noordwesten van Friesland, en haar vader was verbonden aan de toenmalige Academie van Franeker, in de zeventiende eeuw een vermaarde universiteit. Haar betekenis voor Rembrandt als persoon, maar ook als schilder, wordt sterk onderschat. Daarom wordt ze deze winter hier in Leeuwarden voor het voetlicht gehaald. 

Hennie Dijk maakte, in dit verband, van mij en nog een aantal kunstenaars/ressen (onder andere van onze kunstenaarsgroep ARTchipel) een schets in de trant van een tekening die Rembrandt, kort voor hun huwelijk,  maakte van Saskia. Ik zat daar dus als Saskio. Wie van deze twaalf ben ik?




donderdag 4 oktober 2012

"Niet alleen je werkruimte is je atelier - je state of mind, je state of being zelfs, zijn 't nog veel meer!" schreef ik op 1 juli 2012. Ik was toen bezig met de eventuele aankoop van een huis met atelierruimte - een hele kleine atelierruimte om eerlijk de waarheid te zeggen, nauwelijks groter dan wat ik had (en nu nog even heb). "Het atelier stopt niet bij de drempel, het loopt door... het land daarachter, ver voorbij de horizon." was ik van plan daar in het vensterglas te graveren. Alles om me er aan te blijven herinneren dat je denkruimte, je gevoels- en belevingsruimte je werkelijke werkruimte zijn. Maar ook om mezelf te verzoenen met een concrete werkruimte die niet veel voorstelde.

Nu is dat niet meer nodig. Nog even en ik heb de beschikking over een atelier dat minstens vier keer zo groot is als wat ik nu heb! Mét nog een kleinere werkruimte ernaast. Morgen ga ik de sleutel halen van mijn nieuwe huis, dat op een heel andere plek staat. Nóg noordelijker...



Maar het blijft natuurlijk waar, wat ik afgelopen zomer schreef. Hoe groot en goed geoutilleerd je atelier ook is - het gaat om je manier van kijken, je manier van denken en voelen, de manier waarop je ruimte (zowel innerlijke als uiterlijke) beleeft. De manier waarop je in het leven staat, dat is de basis. En die basis heb ik, mag ik nu na zoveel jaar eindelijk wel zeggen, geloof ik.

KunstKantoor 2012 is ontruimd. De andere twee HOMUNCULI, nr. 2450820.833333 en nr. 2451362.958333 heb ik ook maar in mijn portfolio opgenomen, naast die met dat ei. Ook die twee hebben hun functie in het geheel, en zó slecht zien ze er nu ook weer niet uit!