maandag 5 november 2012
Handen die deeg tot brood kneden, op een vloertegel in de gang van mijn nieuwe huis: een verwijzing naar de geschiedenis er van. Ooit gebouwd als boerderij, in een tijd dat iedereen in het dorp wel een paar koeien of schapen had, werd het later de bakkerij van Peazens. Het huis staat dan ook aan het Bakkerssteechje. Tja, als je achternaam 'Koek' is kun je gaan zwerven zo veel je wil- uiteindelijk kom je toch op het Bakkerssteechje terecht, in de oude bakkerij...
Een bijpassend citaat vond ik bij Nescio, in Titaantjes uit 1914. Natuurlijk vanwege 'Koekebakker', maar ook omdat het kunstenaarschap er op zo'n heerlijk ironische manier wordt gerelativeerd. Ik heb het citaat op mijn adreswijziging gezet. Misschien laat ik die regels nog eens op de muur van de grote zaal schilderen, en wordt dat 'Galerie Koekebakker'!
En dan is er hout. De vloeren van de woonkamer, mijn slaapkamer, het kleine kabinetje en voornoemde grote zaal zijn van echte planken. Prachtig! En ze kraken, zoals het hoort. Hout: je staat er op en het klopt.
Brood. Hout. Klei, steen. De pure materie is zo mooi, zo 'af', vooral ook als het door mensenhanden getransformeerd is tot iets dat met het basale leven zelf te maken heeft. Die realiteit heeft al magie genoeg, daar hoef je geen esoterisch gezwets meer aan toe te voegen. 'Magisch realisme' is kitsch! En spiritualiteit is concreet, tastbaar, lichamelijk.
Mijn nieuwe huis... Het is niet nieuw, bepaald niet. Het heeft een geschiedenis. Het heeft karakter. Daarom voel ik me er nog niet helemaal 'thuis'. Ik moet het huis nog veroveren. Of het huis moet zich nog om mij heen plooien, hoe zeg je dat. En dat niet alleen omdat het zo groot is - als je hier voor het eerst binnen komt verdwaal je echt, dat is al diverse mensen overkomen! Maar ik voel ook dat het huis en ik als het ware nog aan elkaar moeten wennen. Mijn verhaal en het verhaal van het huis vallen niet met elkaar samen. Nog niet. Dat komt nog wel, dat moet groeien, dat heeft tijd nodig. Die tijd moeten we er maar eens voor nemen, het huis en ik.
Mijn ervaring: de beste (en leukste) manier om een huis 'in te wijden' is er seks te hebben. Zoals ik al zei: spiritualiteit is concreet, tastbaar. Lichamelijk!
zondag 21 oktober 2012
De verhuizing komt eraan, maar het duurt allemaal weer veel langer dan ik gedacht, of gehoopt had. Morgen wordt het toekomstige grote atelier professioneel gereinigd, en vindt er overleg plaats over schilder- en behang werk in de woonkamer en nog wat klussen in en om het huis. Wat er al wél is: een etspersje! In één moeite door ook maar even op de kop getikt. Als het 's winters te koud is om in het grote atelier te werken, kan ik altijd aan de gang in het kleine atelier: tekenen, kalligraferen, en voortaan dus ook grafisch werk. Ik heb er zin an!
maandag 15 oktober 2012
In Historisch Centrum Leeuwarden, in de Eekhoffzaal, is momenteel de expositie Saskia, meer dan Rembrandts muze te zien: een collectie moderne schilderijen geïnspireerd op Saskia van Uylenburgh, de vrouw en muze van Rembrandt. Ze komt er in de geschiedschrijving bekaaid van af. Een eenvoudige Hollandse boerendochter, dat is het beeld dat we van haar hebben. Dat was ze niet: ze was afkomstig uit het noordwesten van Friesland, en haar vader was verbonden aan de toenmalige Academie van Franeker, in de zeventiende eeuw een vermaarde universiteit. Haar betekenis voor Rembrandt als persoon, maar ook als schilder, wordt sterk onderschat. Daarom wordt ze deze winter hier in Leeuwarden voor het voetlicht gehaald.
Hennie Dijk maakte, in dit verband, van mij en nog een aantal kunstenaars/ressen (onder andere van onze kunstenaarsgroep ARTchipel) een schets in de trant van een tekening die Rembrandt, kort voor hun huwelijk, maakte van Saskia. Ik zat daar dus als Saskio. Wie van deze twaalf ben ik?
Hennie Dijk maakte, in dit verband, van mij en nog een aantal kunstenaars/ressen (onder andere van onze kunstenaarsgroep ARTchipel) een schets in de trant van een tekening die Rembrandt, kort voor hun huwelijk, maakte van Saskia. Ik zat daar dus als Saskio. Wie van deze twaalf ben ik?
donderdag 4 oktober 2012
"Niet alleen je werkruimte is je atelier - je state of mind, je state of being zelfs, zijn 't nog veel meer!" schreef ik op 1 juli 2012. Ik was toen bezig met de eventuele aankoop van een huis met atelierruimte - een hele kleine atelierruimte om eerlijk de waarheid te zeggen, nauwelijks groter dan wat ik had (en nu nog even heb). "Het atelier stopt niet bij de drempel, het loopt door... het land daarachter, ver voorbij de horizon." was ik van plan daar in het vensterglas te graveren. Alles om me er aan te blijven herinneren dat je denkruimte, je gevoels- en belevingsruimte je werkelijke werkruimte zijn. Maar ook om mezelf te verzoenen met een concrete werkruimte die niet veel voorstelde.
Nu is dat niet meer nodig. Nog even en ik heb de beschikking over een atelier dat minstens vier keer zo groot is als wat ik nu heb! Mét nog een kleinere werkruimte ernaast. Morgen ga ik de sleutel halen van mijn nieuwe huis, dat op een heel andere plek staat. Nóg noordelijker...
Maar het blijft natuurlijk waar, wat ik afgelopen zomer schreef. Hoe groot en goed geoutilleerd je atelier ook is - het gaat om je manier van kijken, je manier van denken en voelen, de manier waarop je ruimte (zowel innerlijke als uiterlijke) beleeft. De manier waarop je in het leven staat, dat is de basis. En die basis heb ik, mag ik nu na zoveel jaar eindelijk wel zeggen, geloof ik.
KunstKantoor 2012 is ontruimd. De andere twee HOMUNCULI, nr. 2450820.833333 en nr. 2451362.958333 heb ik ook maar in mijn portfolio opgenomen, naast die met dat ei. Ook die twee hebben hun functie in het geheel, en zó slecht zien ze er nu ook weer niet uit!
Nu is dat niet meer nodig. Nog even en ik heb de beschikking over een atelier dat minstens vier keer zo groot is als wat ik nu heb! Mét nog een kleinere werkruimte ernaast. Morgen ga ik de sleutel halen van mijn nieuwe huis, dat op een heel andere plek staat. Nóg noordelijker...
Maar het blijft natuurlijk waar, wat ik afgelopen zomer schreef. Hoe groot en goed geoutilleerd je atelier ook is - het gaat om je manier van kijken, je manier van denken en voelen, de manier waarop je ruimte (zowel innerlijke als uiterlijke) beleeft. De manier waarop je in het leven staat, dat is de basis. En die basis heb ik, mag ik nu na zoveel jaar eindelijk wel zeggen, geloof ik.
KunstKantoor 2012 is ontruimd. De andere twee HOMUNCULI, nr. 2450820.833333 en nr. 2451362.958333 heb ik ook maar in mijn portfolio opgenomen, naast die met dat ei. Ook die twee hebben hun functie in het geheel, en zó slecht zien ze er nu ook weer niet uit!
vrijdag 28 september 2012
Exact een jaar geleden, op 28 september 2011, opende ik dit logboek met een stukje over de zwerfkiezelstenen die hier bij het aardappelrooien op de akkers gevonden worden. Miljoenen jaren geleden, in de voorlaatste IJstijd, zijn ze door de gletsjers vanuit het Hoge Noorden hierheen getransporteerd, en vervolgens in de onafzienbare loop der jaren met lagen sediment bedekt. Langzaam woelt de aarde de stenen omhoog, nu komen ze weer aan het licht...

Ik ga een grapje uithalen met die stenen: ik ga ze laten dansen! Een stukje lasdraad met een puntje bladgoud legt de verbinding tussen aarde en hemel. Het lasdraad maakt een hoek van ongeveer 53˚ met het horizontale vlak, overeenkomstig onze plaatselijke breedtegraad. Als je het lasdraad met behulp van een kompas op het noorden richt, wijst het puntje naar de poolster - en kijk: de steen danst schijnbaar aan de zwaartekracht ontheven naar het ware noorden, the true north!
Het jaar is rond, de aarde is éénmaal rond de zon gedraaid, en het lijkt me leuk om dit moment op deze manier te markeren.
Ik ga een grapje uithalen met die stenen: ik ga ze laten dansen! Een stukje lasdraad met een puntje bladgoud legt de verbinding tussen aarde en hemel. Het lasdraad maakt een hoek van ongeveer 53˚ met het horizontale vlak, overeenkomstig onze plaatselijke breedtegraad. Als je het lasdraad met behulp van een kompas op het noorden richt, wijst het puntje naar de poolster - en kijk: de steen danst schijnbaar aan de zwaartekracht ontheven naar het ware noorden, the true north!
Het jaar is rond, de aarde is éénmaal rond de zon gedraaid, en het lijkt me leuk om dit moment op deze manier te markeren.
woensdag 26 september 2012
Na de eerste herfststorm van dit jaar heerst er stilte. Even een paar dagen rust. De expositie ZomerKunstKantoor in Dokkum loopt op z'n eind. We moeten het gewoon toegeven: op de openingsdag na was er bedroevend weinig belangstelling. Ik vraag me af hoe ARTchipel verdergaat. Ook Kees 't Hoen, die twee jaar geleden een galerie opende vlak bij ons KunstKantoor, geeft de pijp aan Maarten. Commercieel gezien zit er weinig kunstmuziek in het noordoosten van Friesland. Gelukkig hebben hij en wij contacten gelegd en zal er nog wel samengewerkt worden, in een of andere vorm, in een ander deel van het land wellicht.
Maar gelukkig hoef ik niet commercieel te werken, dus ik ga vrolijk verder: het koopcontract voor mijn nieuwe huis-met-atelier-en-zelfs-expositieruimte is getekend, volgende week vindt de overdracht plaats. De nieuwe locatie is in Paesens-Moddergat. Ja, dat is een dorpje verderop. Maar het is dichter bij de zeedijk en die eindeloze, uitzichtloze leegte die mij zo fascineert...
Bij gelegenheid van de verhuizing verander ik ook de naam van mijn blogspots, en er komt een blogspot bij (klik hierboven op actueel): ik ga verder als STUDIO TRUE NORTH.
Maar gelukkig hoef ik niet commercieel te werken, dus ik ga vrolijk verder: het koopcontract voor mijn nieuwe huis-met-atelier-en-zelfs-expositieruimte is getekend, volgende week vindt de overdracht plaats. De nieuwe locatie is in Paesens-Moddergat. Ja, dat is een dorpje verderop. Maar het is dichter bij de zeedijk en die eindeloze, uitzichtloze leegte die mij zo fascineert...
Bij gelegenheid van de verhuizing verander ik ook de naam van mijn blogspots, en er komt een blogspot bij (klik hierboven op actueel): ik ga verder als STUDIO TRUE NORTH.
vrijdag 21 september 2012
Een dilemma. Naar aanleiding van een gedachtewisseling met A.S. Over het aankopen van kunst, van iets dat je mooi vindt, dat je zou willen "hebben".
Ik weet dat ik het eeuwige leven niet heb. Beter gezegd: dat ben ik mij bewust, véél meer dan toen ik nog jong en levenskrachtig was (dan 'weet' je dat ook wel, maar je bent het je niet bewust). Ik kwam schitterende kleurenetsen tegen, waarvan ik er minstens één zou willen "hebben'' - maar. Na mijn dood vallen ze hoogstwaarschijnlijk in handen van mensen die de waarde en de schoonheid ervan niet inzien, hoogstens geïnteresseerd zijn in de geldswaarde ervan. Moet ik die etsen dan wel kopen, vraag ik mij af?
A.S.: "Dat maakt me niet uit. Wat belangrijk is, is dat ik er nú van kan genieten. Wat mijn nakomelingen er van vinden, en er mee doen, interesseert me niet."
A. heeft een punt. Maar aan de andere kant: die dingen hebben niet alleen waarde en betekenis voor mij - ze hebben wellicht ook een intrinsieke waarde. En daarom mogen de dingen die ik bij leven wil "hebben" na mijn dood niet in handen vallen van mensen die de intrinsieke waarde ervan niet inzien. Koop ik die dingen dan toch, in de wetenschap dat ze na mijn dood worden verkwanseld of zelfs gewoon weggegooid, dan pleeg ik verraad aan de schoonheid en de waarde van die dingen die die dingen 'eigen' zijn.
Sleutelwoorden in deze zijn ik en mij, en intrinsieke waarde (waarde der dingen die 'ik' en 'mij' overstijgt). Ik kom er niet uit. Toch moet ik hier binnenkort wel uit zien te komen. Ik sta namelijk op het punt wat dingetjes te kopen (nee, niet die etsen waar ik het over had.)
De echte vraag is natuurlijk, in de praktijk: aan wie laat ik het spul na, zodat die intrinsieke waarde ervan wél recht gedaan wordt? Tja. Ik heb ooit eens een aanbod gekregen om mijn nalatenschap te beheren, van mensen met wie ik nu helemaal niets meer te maken wil hebben. Dus de vraag blijft:
da capo al fine
Maar natuurlijk hebben de dingen geen intrinsieke waarde. De dingen hebben alleen waarde, en schoonheid, en betekenis in onze ogen. Let hierbij vooral ook op het woordje onze. De dingen hebben hoogstens een intersubjectieve waarde: ze zijn mooi, en waardevol, omdat ze dat niet alleen voor mij zijn, maar voor nog een heleboel andere mensen. Als ik dus respectvol om wil gaan (en om wil laten gaan) met de dingen die ik heb (zelfs nadat ik heb opgehouden te bestaan), dan is dat in de grond van de zaak omdat ik respectvol om wil gaan met mijn medemensen. Zoals ik, omgekeerd, van mijn medemensen respect verlang. Ook hier geldt Levinas: de categorische imperatief is het gelaat van de ander. Misschien is daarom portretkunst wel de hoogste vorm van cultuur.
Ik weet dat ik het eeuwige leven niet heb. Beter gezegd: dat ben ik mij bewust, véél meer dan toen ik nog jong en levenskrachtig was (dan 'weet' je dat ook wel, maar je bent het je niet bewust). Ik kwam schitterende kleurenetsen tegen, waarvan ik er minstens één zou willen "hebben'' - maar. Na mijn dood vallen ze hoogstwaarschijnlijk in handen van mensen die de waarde en de schoonheid ervan niet inzien, hoogstens geïnteresseerd zijn in de geldswaarde ervan. Moet ik die etsen dan wel kopen, vraag ik mij af?
A.S.: "Dat maakt me niet uit. Wat belangrijk is, is dat ik er nú van kan genieten. Wat mijn nakomelingen er van vinden, en er mee doen, interesseert me niet."
A. heeft een punt. Maar aan de andere kant: die dingen hebben niet alleen waarde en betekenis voor mij - ze hebben wellicht ook een intrinsieke waarde. En daarom mogen de dingen die ik bij leven wil "hebben" na mijn dood niet in handen vallen van mensen die de intrinsieke waarde ervan niet inzien. Koop ik die dingen dan toch, in de wetenschap dat ze na mijn dood worden verkwanseld of zelfs gewoon weggegooid, dan pleeg ik verraad aan de schoonheid en de waarde van die dingen die die dingen 'eigen' zijn.
Sleutelwoorden in deze zijn ik en mij, en intrinsieke waarde (waarde der dingen die 'ik' en 'mij' overstijgt). Ik kom er niet uit. Toch moet ik hier binnenkort wel uit zien te komen. Ik sta namelijk op het punt wat dingetjes te kopen (nee, niet die etsen waar ik het over had.)
De echte vraag is natuurlijk, in de praktijk: aan wie laat ik het spul na, zodat die intrinsieke waarde ervan wél recht gedaan wordt? Tja. Ik heb ooit eens een aanbod gekregen om mijn nalatenschap te beheren, van mensen met wie ik nu helemaal niets meer te maken wil hebben. Dus de vraag blijft:
da capo al fine
Maar natuurlijk hebben de dingen geen intrinsieke waarde. De dingen hebben alleen waarde, en schoonheid, en betekenis in onze ogen. Let hierbij vooral ook op het woordje onze. De dingen hebben hoogstens een intersubjectieve waarde: ze zijn mooi, en waardevol, omdat ze dat niet alleen voor mij zijn, maar voor nog een heleboel andere mensen. Als ik dus respectvol om wil gaan (en om wil laten gaan) met de dingen die ik heb (zelfs nadat ik heb opgehouden te bestaan), dan is dat in de grond van de zaak omdat ik respectvol om wil gaan met mijn medemensen. Zoals ik, omgekeerd, van mijn medemensen respect verlang. Ook hier geldt Levinas: de categorische imperatief is het gelaat van de ander. Misschien is daarom portretkunst wel de hoogste vorm van cultuur.
Abonneren op:
Posts (Atom)
