woensdag 15 februari 2012

Toen ik de latex gietvorm eruit gepeuterd had kon ik eindelijk zeggen: "Eindelijk!" Ik heb mijn voetafdruk vastgelegd in gedroogde, gebarsten klei. Let wel: de klei is dus niet gebakken, maar gewoon gedroogd. 
Het gaat om klei waarop ik woon, waar ik dus al heel wat voetstappen heb liggen. Eigenlijk heet dit spul zavel - ik heb er al eens iets over geschreven op deze blogspot. Het is zo fijn als rivierklei ("hollandse rooie"), dus voor bakken niet geschikt. En dat wilde ik ook niet. Ik wilde een natuurlijker manier vinden om zo'n voetstap vast te leggen, te fixeren, waarbij ook die barsten in de klei zouden ontstaan. Hoe ik dat gedaan heb, is het geheim van de smid... Overigens blijf ik daar nog wel even mee door-experimenteren, want misschien kan het nog beter! De voetafdruk gaat een rol spelen in het HOMUNCULUS-project. Binnenkort hoop ik een eerste resultaat te kunnen laten zien.

"Ik denk dat ik mijn hoofd ben," schreef ooit Hans Aarsman, de 'fotodetective' die afgelopen zaterdag uitgebreid geïnterviewd werd in het Volkskrant Magazine. "Ik weet dat er een lichaam aan mijn hoofd vastzit. Ik weet dat er geen hoofd zou zijn zonder dat lichaam. Zo herken ik ook de anderen."
"Dat hoofden zo onlosmakelijk aan personen verbonden zijn, is de reden dat het me nooit gelukt is mezelf terug te zien in het hoofd van een ander. Ik kan me nog zo verwant voelen, het hoofd van een ander blijft altijd het hoofd van een ander."
"Maar een voet niet. Voeten zijn veel minder persoonsgebonden dan hoofden. Anders hadden er net zo goed foto's van voeten in paspoorten kunnen staan. Voeten zie je zo weinig, dat je ze amper van elkaar kunt onderscheiden. Een voet kan van iedereen zijn. En afdrukken van voeten helemaal."

"Dat zal het zijn waarom dat deze foto me zo diep raakt," schreef hij in de serie de aarsman collectie bij een foto in The Guardian, gemaakt na een bomaanslag in een badplaats aan de Rode Zee, Egypte. "Voor hetzelfde geld was het mijn bebloede voetafdruk geweest daar op die stoep. Is het de voetzool zelf die bloed? Nee, dan zou het rood niet zo gelijkmatig verdeeld zijn, rond de wond zou meer bloed zitten. Komt het bloed dan van hogerop, heeft het lichaam dat bij deze voet hoort ergens een gapende wond? Nee, in dat geval zou het rood óm het patroon van de voet zitten en niet erbinnen."
"Er is een bom ontploft, 27 doden en 150 gewonden. Na de explosie zijn de mensen in paniek op de vlucht geslagen. Dan gaat nog een bom af en nog een. Als in het Oosten een menigte mensen begint te rennen, zie je na afloop de straten bezaaid liggen met plastic slippers. Het schoeisel van de armoede, je kunt er niet mee rennen. Ze schieten vanzelf uit, op blote voeten verder. Overal bloed, plassen van bloed. Je stapt erin, wat kan het schelen. Het was al donker toen de bommen ontploften, in het lantaarnlicht zag het bloed eruit als regenwater. 
De volgende ochtend vroeg ziet de fotograaf je voetafdruk. De zon staat nog laag, het strijklicht laat het vuil op de stoep zien, het voegsel tussen de tegels. De sigarettenpeuk onder de teen naast je grote teen, de enige plek waar je bebloede voet de straat niet heeft geraakt."

Tot zover Hans Aarsman. Daarom dus maak ik voeten, voetsporen, voetafdrukken. En om wat Anthony Gormley ooit eens heeft gezegd: "I think for me the body is now as important as abstraction was at the beginning of the twentieth century. It is an attempt to find a vehicle for common experience." Van Anthony Gormley is the angel of the north, hieronder. Aan hen beiden een saluut vanuit atelier the idea of north!




woensdag 8 februari 2012


Vanaf de prehistorie tot op vandaag omringen wij ons met beelden van de dood en van de doden, - zo beweren cultuurhistorici - om ons angst voor de dood in te boezemen en zo ons overlevingsinstinct te stimuleren. Maar dat niet alleen. Wij omringen ons met beelden van onze doden (in onze musea en onze fotoalbums, op onze schoorsteenmantels en onze begraaf-plaatsen) om ons te bemoedigen in het aangezicht van onze eigen onontkoombare dood. Het is alsof onze doden zeggen: wees maar niet bang! Kijk maar: al zijn we dood, we zijn er nog steeds, ook al zijn we er niet meer… En die bemoediging hebben we nodig. Per slot van rekening zijn wij op deze planeet de enige levende wezens (voor zover we weten) die zich bewust zijn van onze eigen eindigheid.



beeldje op het graf van Luís Abel Cunha Duarte Alves (1966-1994), begraafplaats Zorgvlied, Amstelveen/Amsterdam
brons, hoogte zonder sokkel ca, 75 cm


Het doet me denken aan een herinnering die elk jaar in de winter weer bij me bovenkomt: 
de eerste Hollandse winter die mijn lief Luís meemaakte in Amsterdam. Het had gesneeuwd en gevroren, en de wereld was mooi. Sneeuw had hij (Portugees) ooit, één keer in zijn leven, meegemaakt, maar ijs nog niet! Dus gingen we naar het Vondelpark, waar door tientallen mensen geschaatst werd op het ijs van de bevroren vijvers. Eerst durfde hij er niet op. Pas toen hij mij, tussen al die andere schaatsers, op het ijs zag staan en zag dat ik (in wie hij geloofde en op wie hij vertrouwde) er niet doorheen zakte, durfde hij zelf die eerste onzekere stap te zetten- op glad ijs, het onbekende tegemoet.


Maar er is iets vreemds aan de hand. Telkens als die herinnering bij me boven komt zie ik dit weer voor me, maar dan andersom: Luís is degene die op het ijs staat, en ik sta onzeker op de kant… Ik ben gaan begrijpen waarom dat is. Luís staat daar op het ijs (in het beeld dat mijn brein van die gebeurtenis gemaakt heeft) om mij te bemoedigen. Het is alsof hij zeggen wil: kijk maar, het kan niet, maar hier sta ik. Wees maar niet bang.


Uiteindelijk draait het allemaal hier om: 
liefde, en de dood 
en wat de creatieve menselijke geest daarmee doet. 


Zo vorm ik mij een beeld.

vrijdag 3 februari 2012

De kracht van bamboe is de leegte. Het is hol, en dat maakt bamboe zo sterk en tegelijk flexibel - het doorstaat de hevigste stormen. En dan komt de mens en die zet er het mes in, snijdt er een fluitje uit, en maakt van de leegte muziek!
Buiten het atelier heerst een strenge vorst onder een scherpe, laagstaande zon - maar vandaag sneeuwt het, en de kale bomen tekenen fijne lijntjes tegen het wit en het grijs.
Binnen in het atelier klinkt de bamboefluit van Tôsha Suihô, geïnspireerd door de winter in de tempeltuinen van Kyoto: tere tonen die de stilte niet opheffen, maar fijntjes onderstrepen.

De kunstopvattingen van de fransman YVES KLEIN (1928-1962) zijn doordrenkt van het zenboeddhistische concept 'leegte'. Kort na de Tweede Wereldoorlog begon hij zijn theorie over 'monochromisme' in praktijk te brengen door alleen nog maar schilderijen in één kleur te maken.  Daarvoor creëerde hij  een diep blauw pigment dat hij 'International Klein Blue' doopte.
Daarnaast was hij als rozenkruiser zeer geïnteresseerd in de alchemistische traditie, met name het idee dat transformatie van pure grondstoffen door verhitting - in spirituele zin - goud zal opleveren. Klein beperkte zich daarom uiteindelijk niet tot blauw pigment - hij maakte ook werken in roze en in goud.


YVES KLEIN: L'accord bleu (RE10) en Resonance (MG16), beide uit 1960. Collectie Stedelijk Museum, Amsterdam

De kracht van deze kunstwerken is, wat mij betreft, dat ze geen symbolen afbeelden, maar symbolen zijn. Het kunstwerk verwijst hier ook niet naar één betekenis ("goud is het symbool van..."), maar het opent de blik voor een wereld van betekenissen - ook onderling tegenstrijdige en onsamenhangende, zelfs niet-betekenissen: de leegte...

Hier geloof ik in. Kunstwerken als deze zijn voor mij richtpunten aan de horizon: die kant moet ik op. Ik zal nooit zo ver komen, maar ik wil wel kunnen zeggen: je l'ay emprins!

(en toch gebruik ik hier het woord 'leegte' niet op de goede manier)

zondag 29 januari 2012

Dit wordt 'm dus niet! Al in september of oktober vorig jaar, tijdens de aanloop naar de expositie LABYRINT of DOOLHOF in het Glazen Huis in Amsterdam, was ik bezig om wat dingetjes uit te proberen voor het HOMUNCULUSproject. 
Dat resulteerde in dit proefstukje dat ik zelfs meegenomen heb naar Amsterdam, 
maar uiteindelijk niet heb geëxposeerd - deels omdat er geen ruimte voor was, deels omdat ik het resultaat al had afgekeurd. Maar ik vind de foto wel aardig, en van je mislukkingen kun je leren, dus zet ik hem hier toch maar neer, voorzien van zelfkritisch commentaar waaruit een en ander wel zal blijken.
Je ziet mijn eigen voetafdrukken (maatje 43) met daarin klodders gesmolten lood. Mijn voetstappen worden door metalen pennen doorboord én opgetild. Op de grond ligt een klompje goud. Lees de symboliek er maar in zoveel als je wilt, ik bemoei me er niet mee!

Het klompje goud is duidelijk nep: het is maar gedeeltelijk verguld en het breukvlak van de kiezelsteen is zwart. Hier wordt dan ook nadrukkelijk geen goud gesuggereerd, maar leegte die verborgen zit achter klatergoud en te dik opgelegde symboliek. Maar zoals het er nu uitziet lijkt het nergens naar! 

Ik dacht me te kunnen laten inspireren door Anish Kapoor, die zich in zijn beeldhouwwerk nadrukkelijk bezighoud met 'binnenkant', met leegte waar je juist volheid verwacht. Dat spreekt mij enorm aan, maar hij kan dat zoveel virtuoser dan ik! Ga maar eens kijken in museum De Pont in Tilburg hoe hij, met niet meer dan zwart pigment de Leegte weet op te roepen - leegte die vrees inboezemt, en tegelijkertijd fascineert en aantrekt (tremendum ac fascinans!) Hier kan ik alleen maar diep mijn hoed afnemen en de meester erkennen. 
Zo, dat weet ik nu dus. Maar ook dat lood moet ik heel anders benaderen. En hoe ik precies mijn voetstappen moet zetten, daar ben ik ook nog lang niet uit. Alleen die metalen pennen, hoe die mijn voetstappen doorboren en tegelijkertijd hooghouden - dat trucje heb ik leuk uitgewerkt en gaandeweg in de vingers gekregen. 


Kijk, zo leer je van je mislukkingen... Dit wordt 'm dus niet. Wat 'm dan wél wordt? Wacht maar af, ik werk gestaag door.

zondag 22 januari 2012

Ik weet zijn naam niet. Ik weet ook niet meer de aanklacht op basis waarvan hij vastgezet was in Huis van Bewaring 'Havenstraat' in Amsterdam. Ik heb hem ook nooit gezien. Mijn collega Ruud Bosma, de dominee, had kortstondig contact met hem. De man vroeg hem een bijbel, en mijn collega, uit de goedheid van zijn hart, gaf hem er een. 
Nu wist Gerard Reve wel dat de Schrift tegen alle vormen van uitleg bestand is, behalve tegen één: de letterlijke. Maar deze gedetineerde wist dat niet. In een wanhopige poging van datgene af te komen wat brandde in zijn hart en zijn lendenen, maar waarvan hij geleerd had: dit is zonde - las hij letterlijk: "Als uw oog, of uw hand, u aanstoot geeft - ruk het uit! Hak hem af!" En dat deed hij.
Met een schaar wurmde hij één oog uit de kas. Het andere liet hij zitten, om te kunnen zien hoe hij zijn beide tepels afknipte en vervolgens de schaar in zijn geslachtsdelen zette. Na enige tijd moet toch het besef tot hem doorgedrongen zijn dat hier iets niet goed ging: hij drukte op de alarmknop. De bewaarder die, om te zien wat er aan de hand was het luikje in de celdeur opende, dacht in eerste instantie dat de man een rood t-shirt aanhad...


'Bloed' is sinds die dag voor mij geen "symbool" meer.


'Bloed' is voor mij het bloed van Luís, waarin het HIV-virus leefde dat hem vermoord heeft. En het is mijn bloed dat, zo bleek later, dat virus niet bevatte, ook al had ik dat wel verwacht, of gehoopt - ook in de dood wilde ik bij hem zijn. Dat het niet zo gegaan is beleef ik als verraad.


Wat ook, heel in de verte, overeind blijft: 
"Dit is Mijn Lichaam. Dit is Mijn Bloed." 
De rest is bullshit. 

zondag 15 januari 2012

Het atelier lijkt soms wel eens op de scheikundedoos uit mijn jeugd. Ik ben autodidact: door zelfstudie werk ik aan verdieping en verrijking van techniek en thematiek. 
Vuur, zwavel, lood, glas - daarmee wil ik aan het werk, in diverse (meestal ongezonde) combinaties. Vanwege dat 'ongezond' wil ik buiten werken, maar daarvoor vind ik het net effe te koud en te nat. Studeren dus. Binnen.


Behalve aan de boeken die ik in de loop der jaren verzameld heb, en het internet natuurlijk, heb ik heel veel aan het tijdschrift kMkunstenaarsmaterialen en de daaraan geliëerde websites, zoals www.materia.nl. Vaak gaat het daarbij helemaal niet over materialen en technieken waar ik per se mee wil werken, maar de professionele en diepgaande manier waarop in de onderhavige media de materie wordt behandeld, werkt op mij heel inspirerend en uitdagend. 


Ik werk het liefst met materiaal dat dicht bij mezelf staat, dat te vinden is in het landschap waarin ik woon. Klei staat dan natuurlijk op eenzame hoogte. En wat dat betreft leer ik veel van de mensen in mijn omgeving. Boeren. Landbouwers en tuinders. Zo heb ik geleerd dat wij hier wonen op zavel. Zavel (van het Latijnse sabulum; "grof zand" of "kiezelzand") is een (minerale) grondsoort. Men spreekt van zavel als grond een bepaald percentage deeltjes lutum bevat. De rest is zand. Zavel wordt gebruikt voor de teelt van bloembollen. Het is meestal vruchtbaar, goed te bewerken, vochthoudend en doorwortelbaar. Lutum zijn kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm. Bij een lutumpercentage tussen 8% en 12% spreekt men van zeer lichte zavel, bij lutumpercentage tussen 12% en 17,5% van matig lichte zavel, bij lutumpercentage tussen 17,5% en 25% van zware zavel. Bij lutumpercentages van meer dan 25% spreekt men van klei. De exacte data ontleen ik aan Wikipedia. Maar zavel komt dus in de verste verte nog niet in de buurt van chamotteklei. Hollandse rooie, zo noemen we dit spul - al moet je die term hier in de provincie niet gebruiken!


De boeren hier kunnen, door wat grond tussen hun vingers te wrijven, voelen of ze te maken hebben met óf goede zavel, óf 'apenklei' zoals het hier genoemd wordt. Die apenklei ligt hier een paar kilometer verderop, waar ooit de zee een eind landinwaarts drong en zeeklei als sediment heeft achtergelaten. Zavel duidt op oude strandwallen, die door de zee overspoeld zijn, maar waar de zeeklei gemengd werd met zand. 


Zo tuimel ik van materiaalonderzoek in de paleogeologie: het atelier staat op een eeuwenoude landtong, aan het eind van wat vóór het begin van onze jaartelling een duinenrij was, langs de al eeuwen geleden dichtgeslibde Middelzee omhoog en dan naar het oosten tot het stroomgebied van de Peazens, een al net zo eeuwenoude maar allang dichtgeslibde zeearm. Op die landtong ligt het dorp dat zo heet...


vrijdag 6 januari 2012

De storm is uitgeraasd. Buiten, onder het raam van het atelier, lag vanmorgen een dode sperwer, of is het een havik? De bijna krankzinnige woede die zo kenmerkend is voor de roofvogelblik is uit zijn ogen verdwenen. De roofvogel die zelf zo vaak genadeloos toesloeg is nu zelf slachtoffer geworden. En terwijl ik deze tekst typ vliegt een tweede exemplaar hier recht over het atelier! Op zoek naar...?




De onontkoombare dood. Alles in dit universum heeft de neiging zich te ontwikkelen naar een steeds grotere complexiteit, met verval en chaos tot gevolg. Misschien is dat wel wat wij 'tijd' noemen: een constante herschikking van de elementaire deeltjes in de vorm van opkomst, bloei, verval en chaos, enzovoort...


Alles lijkt een begin en een eind te hebben. Maar of dat ook zo is voor het universum als geheel, en dus voor de tijd zelf, is nog maar de vraag. Misschien is de Big Bang een metafoor voor wat er constant plaatsvindt in dit universum, overal, op allerlei niveau's. 


Van de astrofysicus Marcelo Gleiser (Een scheurtje in de rand van de schepping, over de betekenis van leven in een onvolmaakt heelal, uitg. Paradigma, Amsterdam 2010) heb ik geleerd dat dit universum nét niet in evenwicht is, nét niet symmetrisch, en dat het daardoor blijft bestaan. Volmaakt evenwicht, volmaakte symmetrie, betekent stilstand, en dus niet-bestaan. Te veel asymmetrie leidt tot desintegratie, en dus ook tot niet-bestaan. Maar omdat het universum nét niet symmetrisch is, is er dynamiek: elementaire deeltjes tuimelen om elkaar heen, gaan interactie aan, verbindingen, groeien uit tot atomen, moleculen, sterrenstelsels... met uiteindelijk leven in de  vorm van zichzelfbewuste individuen als (voorlopig?) resultaat. En in het brein van die individuen is het universum bezig met proberen zichzelf te begrijpen.


En dat dus naar aanleiding van een dooie vogel! Wat dit met kunst te maken heeft? Mijns inziens is kunst één van die talloze verschillende manieren waarop het universum, door middel van de menselijke existentie, probeert zichzelf te realiseren. Kunst is roepen HIER BEN IK! tegen het niet-zijn, tegen de dood.