Storm loeit rond het atelier, regenwater slaat tegen de ramen. Ik ben onder de indruk van de documentaire Water Children van Aliona van der Horst, vorige week donderdag uitgezonden door de VPRO. De film is gemaakt naar aanleiding van een kunstwerk van de Japanse, in Amsterdam woonachtige concertpianiste Tomoko Mukaiyama, moeder van een levenslustige tienerdochter. Toen Mukaiyama zich er van bewust werd dat voor haar de tijd om meer kinderen te krijgen voorbij was, wilde ze dat markeren: in een leegstaande hangar in een Japans dorpje hing ze 12.000 witte jurkjes op en in het midden daarvan the Red Room, een aantal in menstruatiebloed gedrenkte jurkjes.
Je betreedt als mannelijke kijker dan een gebied waarop je eigenlijk niets te zoeken hebt. Het gaat hier over iets dat vrouwen eigen is: het verbijsterende raadsel van het leven, en hoe dat wordt doorgegeven. Maar ook van de dood: van het leven dat niet tot bloei komt, of niet verder komt dan een eerste aanleg. Het gaat ook over misgeboorte, over niet-geboorte. En over hoe dat is, beleefd en aan den lijve gevoeld door de vrouwen. Tot dat geheim, dat onuitsprekelijke weten, heb je als man geen toegang. De weinige mannen in de documentaire kijken net zo bedremmeld in de camera als ik naar het beeldscherm. Maar ik werd wel geraakt.
De volgende morgen werd ik weer met beide voeten op de grond gezet door de column van Max Pam in De Volkskrant. Hij schrijft over nep en echt in de liefde. En alles kwam voorbij: van vaginacorrecties en viagra tot borstimplantaten en anusblekerij. Pam eindigt aldus: "Het kan niet anders dan dat in de toekomst het verschil tussen echt en nep op veel terreinen vervaagt. In de chemie is dat al gebeurd. Natuurlijke vitamines zijn niet van kunstmatige te onderscheiden. Dankzij Marcel Duchamp en Andy Warhol kun je in de moderne kunst het verschil tussen echt en onecht niet meer maken. In de liefde is het proces nu in volle gang."
De documentaire van Van der Horst mondt uit in een beeldverslag van het Japans-boeddhistische ritueel ter herdenking van ongeboren kinderen - de waterkinderen uit de titel. Daarbij worden poppen en teddybeertjes verbrand door een shinto-priester met een brandblusapparaat bij de hand, en er wordt gebeden bij eindeloze rijen volkomen identieke, in serie geproduceerde baby-boeddha'tjes. Wat is echt? Wat is nep? Voor elk aangedragen speelgoedje toucheert de priester een royaal bedrag, en ook het bidden bij de muur van babyboeddha'tjes is niet geheel kosteloos...
Zelfs in de kunst is het verschil tussen echt en onecht niet meer te maken. Het heeft dan ook geen enkele zin je daar nog druk om te maken. Ironie - die is onmisbaar bij het bezien van onszelf en de contingentie van ons bestaan. Maar ook: solidariteit, zoals de vrouwen in de film ons laten zien.
Maar ook hier weer: ironie, en een gezonde dosis wantrouwen. "Wanneer kom jijzelf in de documentaire," vraagt Mukaiyama halverwege de film aan Van der Horst. "Hoe weet jij dat ik er zelf in voorkom?" is de wedervraag van de documentairemaakster; we weten dan al dat ze zelf geen kinderen kan krijgen, en we hebben haar al de buik van een zwangere vrouw zien bevoelen. En de kunstenares antwoordt: "Dat weet ik gewoon. Want dat voel ik!"
Hmm...
dinsdag 3 januari 2012
zaterdag 31 december 2011
Vuur is een heel sterk symbool. Maar niet als je huis afbrandt.
Ik ken iemand die in zijn jeugd de boerderij waar hij opgroeide tot op de grond heeft zien afbranden. Inmiddels tegen de zestig kan hij de aanblik van flakkerende vlammen (kampvuur, open haard) nog steeds niet goed verdragen.
Met symbolen scheppen we een veilige afstand tussen ons en de rauwe werkelijkheid van dit onverschillige universum.
Vanuit het atelier is het goed te zien: het vreugdevuur dat vannacht na twaalf uur zal oplaaien, even buiten het dorp. Ooit was het de symbolische vernietiging van het 'oude', om gereinigd het 'nieuwe' te kunnen betreden. Nu is het alleen nog maar een mooie fik.
"Alleen nog maar..."? Gewoon, een mooie fik!
Symbolen blokkeren de pure, directe ervaring van de werkelijkheid.
woensdag 28 december 2011
In het atelier klinkt hout. Zes man van Slagwerk Den Haag tikken ritmisch op zes houten planken, simandrons genaamd. Geen melodie, geen tekst - alleen ritme. En hout. Gecompliceerde, elkaar dan weer overlappende, dan weer verschuivende ritmes. Polyritmiek heet dat, geloof ik. Met boeiende boventonen in dat hout. Het werkt bijna hypnotiserend. Meditatief, zou een ander zeggen. Knettergekmakend, volgens weer iemand anders. Ík vind het gewoon mooi! Hout: als je er op slaat, dan klopt het.
De cd zit toepasselijk in een perfect houten doosje; titel etcetera zijn in het deksel gebrandmerkt. Messing scharniertjes, magneetslotje. Uitvoerenden: Slagwerk Den Haag, zoals gezegd. Componist: Michael Gordon - en ik zou die partituur wel eens willen zien! De titel is:
TIMBER,
hoe kan 't ook anders. Het past prima bij waar ik nu mee bezig ben: het pure materiaal. Ik baal er van dat het cement van mijn 'voeten' door nog al wat mensen voor brons wordt aangezien. Donder op, ik verkoop geen knollen voor citroenen! Maar: het is mijn eigen schuld - ik moet de zaak anders aan gaan pakken, en het materiaal niet meer op iets anders laten lijken. In de lijn van Anselm Kiefer wil ik het materiaal puur, zichzelf laten zijn. Geen dik opgelegde symboliek of wat dan ook - ik wil het materiaal zélf laten spreken. Het heeft zelf meer dan genoeg te zeggen. Luister maar.
De komende tijd ben ik dus bezig met materiaalonderzoek, en niet alleen van hout.
(De, of het, simandron ken ik van een lp met een 'in het veld' opgenomen viering van de paasnacht in een Grieks-orthodox klooster op de heilige berg Athos. Vóór de liturgie wordt op een simandron geslagen om de monniken, c.q. gelovigen op te roepen naar de kerk te komen, zoiets als onze kerkklok dus. In het boekje bij de cd, en op het internet, worden ze aan de contemporaine componist Iannis Xenakis toegeschreven en simantras genoemd; wie nu denkt dat het instrument dus iets met mantra's te maken heeft, valt door de mand. Dat is net zomin waar als dat Nelson Mandela iets met mandala's te maken heeft. Maar ja, onze linker hersenhelft is tomeloos en kan ons van alles wijs maken. Vandaar ook dat ik terug wil naar het materiaal zélf.)
TIMBER,
hoe kan 't ook anders. Het past prima bij waar ik nu mee bezig ben: het pure materiaal. Ik baal er van dat het cement van mijn 'voeten' door nog al wat mensen voor brons wordt aangezien. Donder op, ik verkoop geen knollen voor citroenen! Maar: het is mijn eigen schuld - ik moet de zaak anders aan gaan pakken, en het materiaal niet meer op iets anders laten lijken. In de lijn van Anselm Kiefer wil ik het materiaal puur, zichzelf laten zijn. Geen dik opgelegde symboliek of wat dan ook - ik wil het materiaal zélf laten spreken. Het heeft zelf meer dan genoeg te zeggen. Luister maar.
De komende tijd ben ik dus bezig met materiaalonderzoek, en niet alleen van hout.
(De, of het, simandron ken ik van een lp met een 'in het veld' opgenomen viering van de paasnacht in een Grieks-orthodox klooster op de heilige berg Athos. Vóór de liturgie wordt op een simandron geslagen om de monniken, c.q. gelovigen op te roepen naar de kerk te komen, zoiets als onze kerkklok dus. In het boekje bij de cd, en op het internet, worden ze aan de contemporaine componist Iannis Xenakis toegeschreven en simantras genoemd; wie nu denkt dat het instrument dus iets met mantra's te maken heeft, valt door de mand. Dat is net zomin waar als dat Nelson Mandela iets met mandala's te maken heeft. Maar ja, onze linker hersenhelft is tomeloos en kan ons van alles wijs maken. Vandaar ook dat ik terug wil naar het materiaal zélf.)
donderdag 22 december 2011
donderdag 15 december 2011
“De eerste mens zou zijn verleid
door zijn vrouw om van de boom van kennis van goed en kwaad te eten. Eva
beweert op haar beurt misleid te zijn door de slang, die een geweldige
ontdekking deed: dat de mens verlangt.”
“De slang vertelde aan Eva: ‘God
weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan
als goden zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.’ Hij wist
waarop hij Eva moest aanspreken. Op haar fantasie. Wie nieuwsgierig is naar de
boom waarvan hij niet mag eten, heeft ook een voorstelling van wat er gebeuren
gaat als ervan gegeten wordt, hoe vaag en onbestemd ook.”
“Velen zien fantasie als iets voor
kinderen en ‘creatievelingen’, waarmee volwassenen worden bedoeld die kind
gebleven zijn maar toch in staat zijn voor zichzelf te zorgen. Een misvatting.
Het menselijke leven speelt zich slechts voor een gedeelte af in de ruimte die
wij werkelijkheid noemen. Het andere leven, dat vermoedelijk veel belangrijker
en reëler is, is onze fantasie, de voorstellingen die wij maken van onszelf en
van de ander.”
“De slang weet dat de mens
verlangt naar datgene waarvan hij zich alleen voorstellingen kan maken. Dat
noemt de mens ‘het ware’, ook wel ‘het echte leven’. Hoe groter de fantasie over
het echte leven, hoe gevoeliger men is voor bedrog.”
“Het is het verlangen dat de mens
gevoelig maakt voor zwendel, hem er zelfs naar doet uitzien. Sommige zwendel
vermomt zich als kunst, andere als filosofie, weer andere als religie of als
wetenschap, de zwendel die nog meer als religie ervan overtuigd is boven alle
zwendel uit te kunnen stijgen.”
Over de verlangende mens onthult Grunberg een verschrikkelijke waarheid: dat verlangen leidt ertoe dat wij elkaar vernietigen. Hij haalt de Franse filosoof en psychoanalyticus Jacques Lacan aan, die vanuit zijn analyses concludeert dat de mens verlangen is. Maar ik denk ook aan de vierde-eeuwse kerkvader Augustinus: "Gij hebt ons naar U toe geschapen, en onrustig is ons hart totdat het rust vind in U." Het verschil tussen Augustinus en Lacan is, dat bij Augustinus het verlangen is gericht op de Ander (met hoofdletter) en bij Lacan op de ander...
Maar let wel: het verlangen van de mens is nooit volledig te vervullen - wij blijven vanuit onze binnenwereld verlangen naar 'wat voorbij de horizon is'. Wij zullen ook nooit het verlangen van de ander volledig kunnen vervullen. Ons falen is daarmee onontkoombaar; hier ligt de wortel van onze schuldgevoelens (van de erfzonde, zo men wil). Dat betekent dat het de ander is die mij schuldig maakt. Het is immers zíjn eeuwige verlangen, door hem op mij geprojecteerd, dat ik nooit zal kunnen vervullen. Alleen al door er te zijn blijft de ander mij op mijn falen wijzen. Ik kan zijn verlangen niet vervullen; ik kan het alleen maar opheffen, en wel, omdat hij zijn verlangen is, door hem te vernietigen. Het morele beest is geboren.
Aldus schetst Grunberg de weg van de mens: in zichzelf gekromd als een slang die in eigen staart bijt. Ik verwijs naar PERSONA en de bijbehorende teksten. 'A única conclusão é morrer', dicht Fernando Pessoa: 'De enige conclusie is de dood.'
“Zoals Nietzsche en Freud wisten,
is de moraal het cadeaupapier waaronder dat andere, veel diepere en
werkelijkere verlangen schuilgaat: het verlangen naar macht, seks en
vernietiging. Alleen al daarom is de zwendel van de verleidingskunst de enige
redding waarop wij mogen hopen,”
“Wij doen er goed aan de zwendel
serieus te nemen, niet alleen op te vatten als iets wat ontmaskerd en bestreden
dient te worden. De zwendel is alles wat er is. Wie deze zwendel niet wil, wil
het niets.”
donderdag 10 november 2011
Binnenkort gaan we met kunstenaarsgroep ARTchipel kijken naar de film 'Over your cities grass will grow' van Sophie Fiennes over het werk van Anselm Kiefer. Het televisiepro-gramma 'Het Uur van de Wolf' zond de film enige tijd geleden uit, en ik was er meteen kapot van, al kende ik Kiefers werk natuurlijk daarvoor al. De aanschaf van de dvd kostte me nogal wat moeite: in Nederland was hij niet te krijgen, via amazon.com kon ik hem uit de VS laten komen; de levertijd was ruim anderhalve maand. Maar ik had 't er voor over! Met behulp van een beamer gaan we hem projecteren op de muur van de bovenzaal van De Waegh in Dokkum, ons hoofdkwartier.
Ik heb een grote bewondering voor Anselm Kiefer en zijn werk, om twee redenen. Allereerst om zijn materiaalgebruik. In het werk van Kiefer wordt niets gebruikt om iets anders uit te beelden: lood is gewoon lood- geen middel om een 'loodgrijze lucht' uit te beelden; glas is gewoon glas. Aarde is aarde, as is as. Maar door de directe manier waarmee hij zijn materialen te lijf gaat krijgen ze een heel sterke zeggingskracht. Ze beginnen als symbolen te werken, maar niet in de oppervlakkige zin van het woord: het is niet te zeggen waar ze symbool voor staan, maar je voelt, ziet, beleeft (als je je durft te laten confronteren door het werk van Kiefer) dat die materialen een enorme lading krijgen terwijl ze volkomen hetzelfde blijven. Ook als ze 'getransformeerd' worden door zuren, of door vlammen - zelfs dan wordt hun eigenheid als het ware bevestigd.
En daarmee ben ik meteen bij de tweede reden waarom ik Kiefer en zijn werk bewonder. Hij gebruikt, en verwijst naar, mythen en mythologiën op een heel directe, maar tegelijkertijd kritische manier. Met 'mythen' bedoel ik uiteraard niet 'verhalen die natuurlijk niet waar zijn, hoewel ze misschien wel ergens een kern van waarheid bevatten'. De mythe is één van de manieren waarop de mens probeert zichzelf en de wereld waar hij deel van uitmaakt, verhalend, te begrijpen. Een mythe is dus waar; niet omdat het verhaal 'echt gebeurd' zou zijn, maar omdat de mythe iets wezenlijks over mens-zijn probeert duidelijk te krijgen. En daarin schuilt tegelijkertijd het gevaar: de mythologiserende mens kan zich in zijn zingeving ook vergalopperen - hetgeen overigens onderwerp is van tal van oeroude mythen: de mythe ontmaskerd... door de mythe zelf!
Kiefer vertelt mythen, over de mens, over hoe wij de wereld om ons heen beleven, welke voorstellingen wij ons maken van onszelf en van de ander en van de wereld waarvan wij deel uitmaken. Maar tegelijkertijd ontmaskert hij de mythe ook. Met name zijn ontmaskeringen van de Duitse mythe (het Germanendom, de Arische mythe, de 'Noordse' mythologie) behoren tot de meest indrukwekkende beeldende prestaties van onze tijd - zo waar dat ik ze menigmaal door verschillende mensen onafhankelijk van elkaar 'zo zwaar' heb horen noemen. En óf de mythologiserende Nationaal-Socialist zich vergaloppeerde! Maar ook de Griekse mythologie, of de mythologie van de alchemie komen aan de beurt; de film 'Over your cities grass will grow' laat het zien. En de titel verwijst naar een Bijbelpassage, óók dat! -van de profeet Ezechiël als ik me niet vergis.
Hoe dan ook: ik popel om deze prachtige film (die ook als film een waar kunststuk is, heb ik me door terzake kundigen laten verzekeren) te laten zien aan mijn collega-kunstenaars, hier in het noorden van Friesland. Ik wil er met hen over van gedachten wisselen. En ik hoop zo iets duidelijk te krijgen over wat ons inspireert, over wie wij zijn, over de culturele traditie waarin wij staan, over hoe we daarmee verbonden zijn en tegelijkertijd over de volkomen vrije en autonome manier waarmee we ons ertoe kunnen verhouden.
En wat de kunst betreft die wij maken: over our cities grass will grow, uiteindelijk blijft er niets van over. Maar juist daarom moeten we scheppen, scheppen, scheppen! Tegen de klippen op en tegen beter weten in! De mens moet roepen, roepen: hinnenie!- hier ben ik! Tégen de duisternis, tégen de anonimiteit, tégen het nietzijn!
Ziezo.
Ik heb een grote bewondering voor Anselm Kiefer en zijn werk, om twee redenen. Allereerst om zijn materiaalgebruik. In het werk van Kiefer wordt niets gebruikt om iets anders uit te beelden: lood is gewoon lood- geen middel om een 'loodgrijze lucht' uit te beelden; glas is gewoon glas. Aarde is aarde, as is as. Maar door de directe manier waarmee hij zijn materialen te lijf gaat krijgen ze een heel sterke zeggingskracht. Ze beginnen als symbolen te werken, maar niet in de oppervlakkige zin van het woord: het is niet te zeggen waar ze symbool voor staan, maar je voelt, ziet, beleeft (als je je durft te laten confronteren door het werk van Kiefer) dat die materialen een enorme lading krijgen terwijl ze volkomen hetzelfde blijven. Ook als ze 'getransformeerd' worden door zuren, of door vlammen - zelfs dan wordt hun eigenheid als het ware bevestigd.
En daarmee ben ik meteen bij de tweede reden waarom ik Kiefer en zijn werk bewonder. Hij gebruikt, en verwijst naar, mythen en mythologiën op een heel directe, maar tegelijkertijd kritische manier. Met 'mythen' bedoel ik uiteraard niet 'verhalen die natuurlijk niet waar zijn, hoewel ze misschien wel ergens een kern van waarheid bevatten'. De mythe is één van de manieren waarop de mens probeert zichzelf en de wereld waar hij deel van uitmaakt, verhalend, te begrijpen. Een mythe is dus waar; niet omdat het verhaal 'echt gebeurd' zou zijn, maar omdat de mythe iets wezenlijks over mens-zijn probeert duidelijk te krijgen. En daarin schuilt tegelijkertijd het gevaar: de mythologiserende mens kan zich in zijn zingeving ook vergalopperen - hetgeen overigens onderwerp is van tal van oeroude mythen: de mythe ontmaskerd... door de mythe zelf!
Kiefer vertelt mythen, over de mens, over hoe wij de wereld om ons heen beleven, welke voorstellingen wij ons maken van onszelf en van de ander en van de wereld waarvan wij deel uitmaken. Maar tegelijkertijd ontmaskert hij de mythe ook. Met name zijn ontmaskeringen van de Duitse mythe (het Germanendom, de Arische mythe, de 'Noordse' mythologie) behoren tot de meest indrukwekkende beeldende prestaties van onze tijd - zo waar dat ik ze menigmaal door verschillende mensen onafhankelijk van elkaar 'zo zwaar' heb horen noemen. En óf de mythologiserende Nationaal-Socialist zich vergaloppeerde! Maar ook de Griekse mythologie, of de mythologie van de alchemie komen aan de beurt; de film 'Over your cities grass will grow' laat het zien. En de titel verwijst naar een Bijbelpassage, óók dat! -van de profeet Ezechiël als ik me niet vergis.
Hoe dan ook: ik popel om deze prachtige film (die ook als film een waar kunststuk is, heb ik me door terzake kundigen laten verzekeren) te laten zien aan mijn collega-kunstenaars, hier in het noorden van Friesland. Ik wil er met hen over van gedachten wisselen. En ik hoop zo iets duidelijk te krijgen over wat ons inspireert, over wie wij zijn, over de culturele traditie waarin wij staan, over hoe we daarmee verbonden zijn en tegelijkertijd over de volkomen vrije en autonome manier waarmee we ons ertoe kunnen verhouden.
En wat de kunst betreft die wij maken: over our cities grass will grow, uiteindelijk blijft er niets van over. Maar juist daarom moeten we scheppen, scheppen, scheppen! Tegen de klippen op en tegen beter weten in! De mens moet roepen, roepen: hinnenie!- hier ben ik! Tégen de duisternis, tégen de anonimiteit, tégen het nietzijn!
Ziezo.
zondag 6 november 2011
Wie zei ook weer: "Een mens krijgt eerder de Noordpool in zicht dan de achterkant van zijn eigen nek." Ik weet het niet meer. Hoe dan ook, 't is waar: de wereld ontdekken is gemakkelijker dan jezelf tegenkomen. Maar zou je hetzelfde niet ook kunnen zeggen met als beeld: je eigen voetzolen?
Ze liggen voor me op tafel, mijn voetzolen. Een keer of tien afgegoten in gips, en in latex, nadat ik met mijn poten in de klei ben gaan staan - letterlijk. Hier liggen ze, mijn voetzolen, en ik neem de tijd om ze goed te bekijken. Ik zie de bolletjes van mijn tenen. Op de grote teen zie ik de lijntjes in de huid, als een antipodische vingerafdruk. Ik zie de bal van mijn voet, de lichte glooiing van de voetzool, er zitten nog lichte vegen klei op. Hiermee loop ik dus over de aarde. Hierop sta ik.
"Doe de schoenen van je voeten, want de plaats waar je staat is heilige grond, " heeft iemand Anders ooit gezegd, zo staat geschreven. Let wel: de plaats waar je staat is heilig, en niet een plek ergens anders. Daarom maakt het ook niet uit waar Atelier The Idea of North gevestigd is. North is een idee, een denkrichting, een intuïtieve antenne, een 'intentionele boog'. Het atelier is waar ik de Noordpool in zicht krijg. En dat is overal waar ik sta.
Ik kan 't aanraken, met mijn vingertoppen. Maar wat ik voel is gips, geen huid. Ik zie 't, maar ik kan er niet bij.
Ze liggen voor me op tafel, mijn voetzolen. Een keer of tien afgegoten in gips, en in latex, nadat ik met mijn poten in de klei ben gaan staan - letterlijk. Hier liggen ze, mijn voetzolen, en ik neem de tijd om ze goed te bekijken. Ik zie de bolletjes van mijn tenen. Op de grote teen zie ik de lijntjes in de huid, als een antipodische vingerafdruk. Ik zie de bal van mijn voet, de lichte glooiing van de voetzool, er zitten nog lichte vegen klei op. Hiermee loop ik dus over de aarde. Hierop sta ik.
"Doe de schoenen van je voeten, want de plaats waar je staat is heilige grond, " heeft iemand Anders ooit gezegd, zo staat geschreven. Let wel: de plaats waar je staat is heilig, en niet een plek ergens anders. Daarom maakt het ook niet uit waar Atelier The Idea of North gevestigd is. North is een idee, een denkrichting, een intuïtieve antenne, een 'intentionele boog'. Het atelier is waar ik de Noordpool in zicht krijg. En dat is overal waar ik sta.
Ik kan 't aanraken, met mijn vingertoppen. Maar wat ik voel is gips, geen huid. Ik zie 't, maar ik kan er niet bij.
Abonneren op:
Posts (Atom)


